Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kahraman over de moordpartijen op orthodoxe christenen in Ethiopië
Vragen van het lid Kahraman (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de moordpartijen op orthodoxe christenen in Ethiopië (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 4 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten over moordpartijen op orthodoxe Ethiopische christenen
van begin november 2025, waaruit blijkt dat in het oostelijke deel van de Ethiopische
regio Oromia tientallen christenen zijn vermoord in een reeks gewelddadige aanvallen?1,
2,
3
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat weet u, op basis van eigen diplomatieke informatie of internationale bronnen,
over deze gebeurtenissen, de vermoedelijke daders en de reactie van de Ethiopische
autoriteiten?
Antwoord 2
De informatie die het kabinet tot zijn beschikking heeft, bevestigt de vermoedelijk
religieuze dimensie van deze aanvallen. Naast religie spelen echter mogelijk ook andere
dimensies een rol, waaronder etniciteit, historische binnenlandse spanningen tussen
bevolkingsgroepen en een actueel conflict tussen de federale overheid en lokale en
regionale milities en rebellengroepen. De aanslagen zijn niet opgeëist en het is vooralsnog
niet mogelijk gebleken te achterhalen wie de daders waren en wat hun motief was.
Vrij snel na de aanvallen van eind oktober en begin november werd door diverse nationale
actoren in Ethiopië, inclusief door de Ethiopische mensenrechtencommissie en de Ethiopisch
Orthodoxe kerk, opgeroepen tot een onafhankelijk en openbaar onderzoek. De Ethiopische
regering heeft hierop gereageerd door de Interreligieuze Raad, bestaande uit vertegenwoordigers
van verschillende religieuze denominaties, te verzoeken een onderzoek naar de aanvallen
in te stellen.
Vraag 3
Deelt u de analyse dat deze moorden passen in een structureel patroon van geweld tegen
leden van de Ethiopisch-Orthodoxe Tewahedo Kerk in de regio Oromia, waar volgens kerkelijke
bronnen de afgelopen jaren honderden gelovigen zijn omgebracht?
Antwoord 3
De informatie die het kabinet tot zijn beschikking heeft, bevestigt de vermoedelijk
religieuze dimensie van deze aanvallen, waarbij leden van de Ethiopisch Orthodoxe
kerk slachtoffer waren. Historisch gezien verschillen de slachtoffers van aanvallen
per gebied binnen de Oromia regio en is het motief niet altijd duidelijk. Het kabinet
is zich bewust van de kwetsbare positie van religieuze minderheden, zoals de Ethiopisch
Orthodoxe kerk in sommige gebieden waar een meerderheid van de bevolking een andere
geloofsovertuiging heeft. Het kabinet veroordeelt met klem doelbewuste aanvallen op
minderheden, waaronder Ethiopisch orthodoxe christenen.
Vraag 4
Verschillende bronnen wijzen de Oromo Liberation Army (OLA) aan als vermoedelijke
dader van deze en eerdere aanvallen in de Arsi- en East Arsi-zone; beschikt u over
informatie die deze betrokkenheid bevestigt of juist weerlegt?
Antwoord 4
De informatie die het kabinet tot zijn beschikking heeft over deze aanval is niet
eenduidig. In de praktijk is de Oromo Liberation Army (OLA) geen homogene, centraal-gestuurde
groepering. OLA opereert gefragmenteerd en vanuit uiteenlopende motieven. In de regio
zijn ook andere gewapende groeperingen actief. Het is voor het kabinet niet mogelijk
vast te stellen wie de daders waren.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de aard van het geweld van de OLA, mede in het licht van het Algemeen
Ambtsbericht Ethiopië januari 2024, waarin wordt beschreven dat het conflict in Oromia
vooral een etnisch en politiek karakter heeft, maar soms ook religieuze dimensies
kent?4
Antwoord 5
Zie antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Welke informatie- en verificatiekanalen gebruikt u om de veiligheid van religieuze
minderheden in Ethiopië, met name orthodoxe christenen in de zones Arsi en East Arsi,
te monitoren?
Antwoord 6
Nederland heeft een brede relatie met Ethiopië. Nederland en Ethiopië zijn handelspartners,
Nederland investeert in de stabiliteit en ontwikkeling van Ethiopië en er is samenwerking
om irreguliere migratie tegen te gaan. Vanuit die brede relatie onderhoudt Nederland
contact met diverse partijen, waaronder overheden, maatschappelijk middenveld organisaties,
bedrijven, kennisinstellingen en multilaterale organisaties. Het kabinet gebruikt
elk van deze kanalen om ontwikkelingen in Ethiopië nauwlettend te volgen.
Vraag 7
Worden kerkelijke en diaspora-signalen daarbij betrokken, waaronder die van de Ethiopisch-Orthodoxe
Tewahedo Kerk in Nederland?
Antwoord 7
Ja. Het kabinet weegt alle signalen die het ontvangt mee, waaronder die van kerkelijke
organisaties en de Ethiopische diaspora. Begin december ontmoet de Speciaal Gezant
voor Religie en Levensovertuiging met vertegenwoordigers van de Ethiopisch Orthodoxe
gemeenschap in Nederland om hun zorgen nader te bespreken.
Vraag 8
Bent u bereid om bij de Ethiopische regering en de regionale autoriteiten aan te dringen
op een onmiddellijk, onafhankelijk en openbaar onderzoek naar deze moorden, en erop
te staan dat de verantwoordelijken worden opgespoord en vervolgd, dan wel – indien
dat uitblijft – in EU-verband worden aangepakt via het EU Global Human Rights Sanctions
Regime?
Antwoord 8
Zie antwoord op vraag 2.
Voor plaatsing op de EU Mensenrechtensanctielijst moet worden voldaan aan de uitgangspunten
van juridische soliditeit, bewijsstandaarden en EU-eenheid. Sancties werken alleen
als deze stevig zijn verankerd in de bredere beleidsdoelstellingen. Deze weging moet
zorgvuldig en op individuele basis worden gemaakt.
Vraag 9
Heeft u sinds deze incidenten diplomatieke stappen gezet, bilateraal, in EU-verband
of via de Verenigde Naties, om de bescherming van orthodoxe christenen in Ethiopië
op de internationale agenda te plaatsen?
Antwoord 9
Nederland blijft de mensenrechtensituatie in Ethiopië, inclusief de positie van orthodoxe
christenen, nauwgezet volgen en brengt deze waar relevant onder de aandacht in EU-
en VN-verband. Vrijheid van religie en levensovertuiging is een vaste Nederlandse
prioriteit binnen multilaterale fora, waaronder de VN-Mensenrechtenraad, waar Nederland
actief pleit voor bescherming van kwetsbare religieuze groepen.
Vraag 10
Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?
Antwoord 10
Waar nodig zal Nederland deze punten blijven adresseren. Vrijheid van religie en de
bescherming van religieuze minderheden maken deel uit van de brede dialoog die Nederland
met Ethiopië voert. De Mensenrechtenambassadeur is voornemens om in 2026 een bezoek
te brengen aan Ethiopië. Tijdens dit bezoek zal vrijheid van religie nadrukkelijk
op de agenda staan.
Vraag 11
Ziet u aanleiding om binnen de EU te verkennen of personen of entiteiten die verantwoordelijkheid
dragen voor deze aanvallen, waaronder de OLA, in aanmerking kunnen komen voor gerichte
sancties onder het EU Global Human Rights Sanctions Regime?
Antwoord 11
Zie antwoord op vraag 8.
Vraag 12
Hoe wordt in de ontwikkelingssamenwerking met Ethiopië en in het Nederlandse mensenrechtenbeleid
rekening gehouden met de toenemende risico’s voor orthodoxe christenen, en bent u
bereid de bescherming van deze groep als expliciete beleidsprioriteit op te nemen?
Antwoord 12
Nederland houdt bij de uitvoer het mensenrechten- en ontwikkelingsbeleid nadrukkelijk
rekening met risico’s voor religieuze en etnische minderheden. Nederland doet dit
door consequent conflict-sensitief te werk te gaan in beleidsvorming en -uitvoering
en signalen van partners mee te wegen. In Ethiopië werkt Nederland onder meer samen
met verschillende op geloof gebaseerde organisaties, waaronder de aan de orthodox
christelijke kerk gelieerde organisatie Ethiopian Orthodox Church, Development and
Inter Church Aid Commission (EOC-DICAC).
Daarnaast steunt Nederland via het JISRA-programma in Ethiopië lokale religieuze actoren,
waaronder ook orthodox-christelijke organisaties. Dit programma richt zich op interreligieuze
dialoog, de-escalatie van spanningen en het tegengaan van discriminatie, en draagt
zo direct bij aan de bescherming van orthodoxe christenen en andere kwetsbare groepen.
Nederland kiest daarbij voor een brede, inclusieve benadering om polarisatie en veiligheidsrisico’s
te voorkomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.