Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bushoff en Vliegenthart over het bericht dat kraamzorg niet meer overal in Nederland gegarandeerd kan worden
Vragen van de leden Bushoff en Vliegenthart (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat kraamzorg niet meer overal in Nederland gegarandeerd kan worden (ingezonden 14 november 2025).
Antwoord van Minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 3 december
2025)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Niet meer overal in Nederland gegarandeerde kraamzorg»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de toegang tot kraamzorg niet mag afhangen van iemands portemonnee
of postcode?
Antwoord 2
Ja. Toegang tot passende zorg moet voor alle gezinnen gelijkwaardig zijn, ongeacht
sociaaleconomische achtergrond of woonplaats.
Vraag 3
Hoeveel gezinnen lopen nu kraamzorg mis? Waar zijn de tekorten het grootst en waar
zijn de tekorten de afgelopen drie jaar het meest opgelopen?
Antwoord 3
Uit de Monitor Kansrijke Start 20242 blijkt dat in 2022 2,5% van de gezinnen geen kraamzorg heeft ontvangen. Deze cijfers
geven echter geen inzicht in de achterliggende redenen hiervoor, zoals tekorten, persoonlijke
voorkeuren, onbekendheid of andere overwegingen.
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft Gupta Strategists opdracht gegeven nader onderzoek
te doen naar de kraamzorgkrapte. De resultaten van dit onderzoek worden in de eerste
helft van volgend jaar verwacht. Daarnaast ontwikkelen veldpartijen een regionaal
dashboard om capaciteit en inzet beter af te stemmen. Dit wordt mede gefinancierd
uit recent toegekende transformatiemiddelen.
Vraag 4
Deelt u de zorgen over de langetermijngevolgen van deze ontwikkeling, aangezien kinderen
zonder kraamzorg eerder te maken krijgen met medische problemen? Deelt u de mening
dat het extra schrijnend is dat vooral kwetsbare gezinnen die juist extra gebaat zijn
bij kraamzorg hier de dupe van zijn?
Antwoord 4
Passende kraamzorg is een belangrijk onderdeel van de integrale geboortezorg en draagt
bij aan een gezonde start voor moeder en kind. Ik deel de zorg dat onvoldoende beschikbaarheid
van kraamzorg een grote(re) impact heeft op gezinnen in een kwetsbare positie. Uit
onderzoek en signalen uit het veld blijkt dat lagere SES-groepen minder kraamzorg
ontvangen en dat er samenhang is met hogere latere zorgkosten voor moeder en kind3. Ik vind dit onwenselijk.
Vraag 5
In hoeverre is bekend dat kraamzorgaanbieders zich actief terugtrekken uit wijken
waar relatief veel zorg nodig is door zorgcomplexiteiten of taalbarrières? Speelt dit vaker bij aanbieders die eigendom zijn van private equity-investeerders
of vergelijkbare commerciële partijen, zoals in de regio Utrecht het geval was?
Antwoord 5
De signalen van terugtrekkende kraamzorgaanbieders in de stad Utrecht zijn mij bekend.
Bo Geboortezorg geeft aan dat personeelstekorten en zorgen over de continuïteit van
organisatie en bedrijfsvoering de belangrijkste oorzaken zijn. Het is mij echter niet
bekend of het terugtrekken uit dergelijke wijken vaker gebeurt bij zorgaanbieders
met betrokkenheid van private equity of vergelijkbare investeerders.
Uit onderzoek van EY (2024) naar private equity in de zorg blijkt niet dat er aantoonbare
verschillen zijn in de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg door
aanbieders met en zonder private equity betrokkenheid.4
Tegelijkertijd zie ik de risico’s van te risicovolle (private equity) investeringen,
waarbij financiële belangen de overhand krijgen boven het verlenen van goede zorg.
Ik wil deze risico’s zo veel mogelijk inperken. Dat doe ik bijvoorbeeld via het Wetsvoorstel
integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz), waarbij er onder andere
voorwaarden gesteld worden aan winstuitkering. En met het wetsvoorstel aanscherping
zorg specifieke fusietoets, waarbij fusies en overnames door de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) op meer inhoudelijke gronden getoetst kunnen worden. Ik verwacht dat wetsvoorstel
in het tweede kwartaal van 2026 aan uw Kamer te kunnen sturen.
Daarnaast heeft ZN de Landelijke Tafel Integrale Geboortezorg (LTIG) gevraagd om meer
inzicht in regionale samenwerkingen, zodat ze passende verantwoordelijkheden kunnen
opnemen in de contractering van Verloskundige Samenwerkingsverbanden (VSV) vanaf 2027.
Ook zijn verzekeraars op dit moment met aanbieders in gesprek om passende afspraken
te maken, zodat in alle wijken voldoende zorg ingekocht kan worden.
Vraag 6
Deelt u de analyse dat de tekorten in kwetsbare wijken voor een deel veroorzaakt worden
door marktwerking en de overname van bureaus door private equity-investeerders, die
doen aan cherry picking door te kijken op welke plekken ze winst kunnen behalen en
met het minste werk het meeste rendement kunnen halen? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
welke maatregelen neemt u hiertegen?
Antwoord 6
Het is te kort door de bocht om te stellen dat de uitdagingen in de kraamzorg te wijten
zijn aan marktwerking. De ontwikkelingen in de kraamzorg kennen meerdere oorzaken,
waaronder personeelsschaarste en de beweging naar passende zorg. In de zorg is bovendien
sprake van gereguleerde marktwerking, waarin zorgverzekeraars een wettelijke zorgplicht
hebben die voor alle verzekerden gelijk geldt. De samenwerking tussen ZN en Bo geboortezorg
op zowel de convenanten, visie en versnellingsagenda is mijn inziens een goed voorbeeld
van de verantwoordelijkheid die veldpartijen in ons stelsel kunnen en moeten nemen
om de toegankelijkheid van de zorg te borgen.
Het is mij niet bekend of zorgaanbieders met betrokkenheid van private equity of vergelijkbare
investeerders vaker aan cherry picking doen dan andere aanbieders. Uit onderzoek van
EY blijkt niet dat er aantoonbare verschillen zijn in de kwaliteit, toegankelijkheid
en betaalbaarheid van zorg door aanbieders met en zonder private equity-betrokkenheid.
Zoals hiervoor al aangegeven zie ik de risico’s van te risicovolle (private equity)
investeringen, waarbij financiële belangen de overhand kunnen krijgen boven het verlenen
van goede zorg. Met het Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders
(Wibz) en het wetsvoorstel aanscherping zorgspecifieke fusietoets versterk ik daarom
de waarborgen dat het belang van goede zorg leidend blijft.
Vraag 7
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de toegankelijkheid tot kraamzorg voor kwetsbare gezinnen
verbeterd wordt, die vaak minder goed in staat zijn de weg naar kraamzorg te vinden
en nu nog eens dubbel geraakt worden doordat kraamzorgorganisaties zich terugtrekken
uit kwetsbare wijken?
Antwoord 7
De afgelopen jaren heeft VWS geïnvesteerd in de kraamzorg door subsidie beschikbaar
te stellen voor projecten voor het anders inrichten van de kraamzorg. Er is subsidie
verleend voor het opstellen van een nieuwe indicatiemethodiek. Een methodiek die nu
bekend staat als de Kraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek (KLIM). Ook is er subsidie verleend voor het onderzoeken van een andere inrichting
van de wachtdiensten door middel van partuspoules. Beide projecten krijgen een vervolg
in de transformatie. Tegelijkertijd zijn sinds 2024 middelen beschikbaar gesteld voor
het ontwikkelen van richtlijnen en protocollen in de kraamzorg via ZonMw. Tot slot
hebben ZN en Bo geboortezorg sinds 2023 via convenanten landelijk afspraken gemaakt
over onder andere het beschikbaar stellen van max max tarieven.
ZN en Bo Geboortezorg werken samen aan de uitvoering van de gezamenlijke visie en
versnellingsagenda5 voor een toekomstbestendige kraamzorg. Hiervoor zijn recent transformatiemiddelen
(€ 9,8 miljoen) beschikbaar gesteld in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA).
Ik onderzoek welke aanvullende maatregelen aanvullend noodzakelijk zijn om de toegankelijkheid
structureel te borgen.
Het waarborgen van gelijke toegang tot kraamzorg vraagt om regionale samenwerking.
Aanbieders en zorgverzekeraars werken samen in kraamzorgsamenwerkingsverbanden (KSV’s)
om de beschikbare capaciteit optimaal te verdelen, wachtlijsten te coördineren en
afspraken over afschaling te maken. Daarnaast stelt de sector landelijke werkafspraken
op met ZN, zodat regio’s passende oplossingen kunnen implementeren en ieder gezin
minimaal de noodzakelijke zorg ontvangt.
Vraag 8
Welke mogelijkheden ziet u om te waarborgen dat zowel kraamzorgorganisaties als zorgverzekeraars
aan hun zorgplicht kunnen blijven voldoen in alle wijken?
Antwoord 8
Zorgverzekeraars en aanbieders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de continuïteit
en toegankelijkheid van kraamzorg. Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 7 hebben
ZN en Bo geboortezorg ook deze handschoen opgepakt. De NZa houdt toezicht op de naleving
van de zorgplicht door zorgverzekeraars, en heeft vanuit haar toezicht een onderzoek
gedaan naar de inspanningen van zorgverzekeraars op hun zorgplicht voor de kraamzorg6.
In de convenantafspraken 2024–2025 is vastgelegd dat bij schaarste de beschikbare
capaciteit zo wordt verdeeld dat alle verzekerden minimaal 24 uur kraamzorg ontvangen.
In het Normenkader7 zijn afspraken gemaakt over de te nemen stappen wanneer dit minimum niet gegarandeerd
kan worden. De preferente zorgverzekeraar(s) monitort dit samen met de betreffende
regio.
De uitdagingen en kansen zijn in elke regio anders. Dat vraagt om een regionale aanpak,
gefaciliteerd door een landelijk kader. Zo ziet ZN dat kraamcentra steeds populairder
worden bij zowel cliënten als kraamverzorgenden, en efficiëntere inzet van personeel
mogelijk maken.
De convenantafspraken lopen tot 31 december 2025. Bo Geboortezorg en ZN werken daarom,
parallel aan de uitvoering van de versnellingsagenda, aan nieuwe landelijke werkafspraken.
Regionaal kan hier nadere invulling aan worden gegeven zodat passende oplossingen
worden geïmplementeerd en ieder gezin de noodzakelijke zorg ontvangt.
Vraag 9
Hoe kijkt u naar de suggestie van wethouder Eerenberg uit Utrecht om kraamverzorgenden
meer te betalen als zij werken in gezinnen waar de werklast zwaarder is, bijvoorbeeld
doordat er taalbarrières zijn en een tolktelefoon gebruikt moet worden? Deelt u de
opvatting dat extra werk ook dusdanig beloond zou moeten worden?
Antwoord 9
De NZa stelt, op basis van kostprijsonderzoek, gemiddeld kostendekkende max-tarieven
vast in de kraamzorg. De bekostiging in de kraamzorg kent een uurtarief voor de geleverde
kraamzorguren. Dit betekent dat de bekostiging ruimte biedt om extra tijdsinzet door
de kraamverzorgende te declareren. Alleen biedt het landelijke indicatieprotocol waar
de kraamzorg nu nog mee werkt hier geen ruimte voor. In uitzonderlijke gevallen zou
er gemotiveerd afgeweken kunnen worden, mits daarover in de contractering afspraken
zijn gemaakt.
Het is vervolgens aan de werkgever om passende afspraken te maken over een beloning
bij zwaardere werklast in de cao.
Bo Geboortezorg benadrukt dat een gelijk speelveld binnen de regio van belang is,
waarbij aanbieders volgens dezelfde afspraken werken en gezamenlijke verantwoordelijkheid
dragen. Binnen dat kader kan in de contractering met zorgverzekeraars rekening worden
houden met situaties waarin extra inzet noodzakelijk is.
Vraag 10
Bent u bekend met de pilot in Amsterdam Zuidoost waarbij gezinnen met geldzorgen geen
eigen bijdrage voor de kraamzorg hoeven te betalen? Bent u bereid middelen vrij te
maken, zodat deze pilot in meer gemeenten met kwetsbare wijken kan worden uitgerold?8
Antwoord 10
Ik ben bekend met de pilot in Amsterdam Zuidoost. Deze pilot biedt waardevolle inzichten
in de wijze waarop gemeenten gezinnen kunnen ondersteunen. Gemeenten hebben eigen
instrumenten om maatwerk te bieden aan inwoners met financiële problemen en maken
zelf de afweging hoe zij dit organiseren.
Daarom acht ik aanvullende landelijke financiering niet aan de orde. Het Rijk ondersteunt
gemeenten via bestaande kaders voor armoede- en gezondheidsbeleid.
Vraag 11
Kunt u bovenstaande vragen los van elkaar beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.