Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Schilder en Van Meetelen over het bericht 'Uit huis geplaatste kinderen uit Noord-Nederland jarenlang ernstig mishandeld'
Vragen van de leden Schilder en Van Meetelen (beiden PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Uit huis geplaatste kinderen uit Noord-Nederland jarenlang ernstig mishandeld» (ingezonden 20 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 2 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Uit huis geplaatste kinderen uit Noord-Nederland jarenlang
ernstig mishandeld»?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Kunt u aangeven waar in de keten toezicht heeft gefaald en waarom dit niet eerder
is gesignaleerd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Op dit moment doen de inspecties onderzoek naar de geleverde kwaliteit en veiligheid
van de jeugdhulp aan de kinderen die verbleven in dit gezinshuis in Noord-Nederland.
Zij zullen daarbij kijken naar de rol van de betrokken partijen, zoals de rol van
de gecertificeerde instelling (GI) en de gezinshuisouders. Ook wordt gekeken welke
eventuele signalen of meldingen er bekend waren, zowel bij de inspecties als bij andere
organisaties, en op welke manier de betrokkenen hiermee zijn omgegaan. We vinden het
van belang om de uitkomsten van dit onderzoek af te wachten en niet op voorhand conclusies
te trekken.
Vraag 3
Klopt het dat er al eerder twijfels bestonden over de pedagogische vaardigheden en
geschiktheid van de betrokken gezinshuisouders? Zo ja, waarom is er niet onmiddellijk
ingegrepen?
Antwoord 3
Het klopt dat er in het verleden zorgen waren over de opvoedvaardigheden en de verzorging
door de betrokken gezinshuisouders. De betrokken GI geeft aan dat er geen eerdere
signalen waren van mishandeling. Naar aanleiding van de zorgen is destijds actie ondernomen
door de GI en de jeugdhulpaanbieder. De jeugdhulpaanbieder van het gezinshuis is destijds
een traject gestart om de vaardigheden van de gezinshuisouder te verbeteren. Dit traject
is succesvol afgerond. Hierna zijn deze kinderen in dit gezinshuis geplaatst. De vraag
óf er signalen waren en zo ja, waarom deze dan zijn gemist, is onderdeel van het genoemde
onderzoek van de inspecties.
Vraag 4
Erkent u dat organisaties zoals de William Schrikker Stichting herhaaldelijk betrokken
zijn bij ernstige incidenten, zoals het Vlaardingse meisje? Zo ja, waarom is er ondanks
eerdere misstanden geen verscherpt toezicht of sanctiebeleid door het ministerie ingesteld
en bent u daartoe alsnog bereid?
Antwoord 4
Het klopt dat de William Schrikker Schichting (WSS) betrokken was bij zowel de zaak
van het meisje in het pleeggezin in Vlaardingen en ook bij deze gebeurtenis van het
gezinshuis in Noord-Nederland. De WSS begeleidt meer dan een kwart van alle kinderen
met een kinderbeschermingsmaatregel in Nederland.
Het instellen van verscherpt toezicht of andere maatregelen is niet aan ministeries,
maar aan de inspecties. De inspecties hebben naar aanleiding van de gebeurtenissen
in Vlaardingen vanaf januari 2025 intensief toezicht uitgevoerd bij de William Schrikker
Stichting. De inspecties hebben in hun rapport over de WSS2 geconcludeerd dat er weliswaar sprake is van tekortkomingen, maar dat de oorzaken
hiervan vooral buiten de invloedsfeer van de WSS liggen. De inspecties concludeerden
vertrouwen te hebben in de verbeterkracht van de WSS daar waar verbetermogelijkheden
binnen de eigen invloedsfeer liggen. Het instellen van verscherpt toezicht was daarom
niet passend volgens de inspecties. In juni hebben zij de WSS laten weten over te
stappen naar regulier toezicht.
Vraag 5
Bent u tevens bereid, indien nodig door middel van een wetswijziging, ervoor te zorgen
dat betrokken begeleiders, bestuurders en toezichthouders die hebben nagelaten deze
kinderen te beschermen, ontslagen en strafrechtelijk vervolgd worden? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Nee ik ben daar niet toe bereid. Ontslag en/of strafrechtelijke vervolging is niet
aan mij en de huidige wetgeving biedt hiervoor al voldoende mogelijkheden:
Waar het gaat om ontslag hebben de organisaties zelf een zelfstandige bevoegdheid.
Ook kan er in het kader van tuchtrecht een klacht worden ingediend over het handelen
van een geregistreerde professional. Dit zou kunnen leiden tot een schorsing/doorhaling
van de beroepsregistratie, waardoor de betrokken professional geen taken in de jeugdzorg
meer mag uitvoeren waar beroepsregistratie voor is vereist. Ook kunnen de inspecties,
indien zij dit nodig achten op basis van hun onderzoek, een (tucht)klacht indienen
of aangifte doen. Het nemen van individuele beslissingen omtrent strafvervolging is
aan het Openbaar Ministerie.
Indien de organisatie een Raad van Toezicht heeft ingesteld3, dan is het aan hen om een beslissing te nemen over ontslag van bestuurders. Verder
kan een belanghebbende of het openbaar ministerie de rechtbank verzoeken een bestuurder,
dan wel (een lid van) de Raad van Toezicht te ontslaan wegens (voor zover hier relevant)
verwaarlozing van zijn taak of andere gewichtige redenen (artikel 2:298 BW).
Vraag 6
Gaat u op korte termijn dwingende maatregelen nemen – inclusief verplicht extern toezicht,
sluiting bij signalen en zware sancties bij falen – om herhaling te voorkomen? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 6
Zoals ook bij vraag 4 aangegeven, is het aan de inspecties om te bepalen of en zo
ja, welke vervolgacties of maatregelen passend zijn. We kunnen in de beantwoording
van deze Kamervragen niet vooruitlopen op het oordeel van de inspecties. Wij zullen
uw Kamer over de uitkomsten van het onderzoek informeren.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid het lid Ceder
(ChristenUnie), ingezonden 20 november 2025 (vraagnummer 2025Z20183).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.