Schriftelijke vragen : Het bericht 'Maagdelijkheidstests zijn in Zweden vanaf vandaag officieel verboden'
Vragen van het lid Becker (VVD) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Maagdelijkheidstests zijn in Zweden vanaf vandaag officieel verboden» (ingezonden 2 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Maagdelijkheidstests zijn in Zweden vanaf vandaag officieel
verboden»?1
Vraag 2
Hoe bekijkt u deze maatregelen van de Zweedse regering die juist bedoeld zijn om vrouwen
en meisjes te beschermen tegen schadelijke en onbewezen praktijken?
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat maagdelijkheidstests volgens de Nederlandse professionele standaard
niet binnen de reguliere zorg thuishoren en dat artsen geacht worden deze verzoeken
af te wijzen? Zijn er desondanks aanwijzingen dat dergelijke verzoeken toch worden
gedaan bij huisartsen, gynaecologen of andere zorgprofessionals? Zo ja, kunt u aangeven
wat de omvang hiervan is, hoe deze signalen momenteel worden geregistreerd of opgevolgd
en of deze verzoeken aanleiding vormen voor toezicht door de IGJ? Indien geen cijfers
beschikbaar zijn, bent u bereid hierover structurele monitoring te laten plaatsvinden?
Vraag 4
Deelt u de mening dat maagdelijkheidstests geen enkele medische grondslag hebben en
dat een dergelijke praktijk kan bijdragen aan het onderdrukken en controleren van
meisjes en vrouwen? Zo ja, hoe wilt u dit toepassen in Nederland? Zo niet, waarom
niet?
Vraag 5
Is er recentelijk onderzoek gedaan in hoeverre maagdelijkheidstests voorkomen in Nederland
in de privésfeer? Zo ja, kunt u de resultaten van dit onderzoek delen met de Kamer?
Zo niet, bent u bereid om dit in kaart te laten brengen? Is het in Nederland op dit
moment strafbaar om een maagdelijkheidstests uit te voeren of een maagdelijkheidsverklaring
af te geven door niet-medische personen?
Vraag 6
In Zweden wordt het ook strafbaar om geen melding te maken van gedwongen huwelijken
en kindhuwelijken, in het licht hiervan hoe staat het met de uitvoering van de motie-Dral c.s.
(Kamerstuk 31 015, nr. 293) die toeziet op een meldplicht?
Vraag 7
Welke concrete stappen acht u op korte termijn haalbaar om ervoor te zorgen dat meisjes
en vrouwen in Nederland niet langer worden geconfronteerd met pseudomedische claims,
sociale druk of dwang rondom «maagdelijkheid», inclusief handhaving, voorlichting,
regelgeving en mogelijke strafbaarstelling?
Vraag 8
Welke stappen worden er op dit moment vanuit het kabinet nog meer ondernomen om meisjes
en vrouwen in Nederland beter te beschermen tegen schadelijke praktijken die hun lichamelijke
integriteit, autonomie en rechten aantasten?
Indieners
-
Gericht aan
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Gericht aan
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Bente Becker, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.