Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 863 Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels vast te stellen
die het mogelijk maken bij verkiezingen bijstand te verlenen bij het stemmen in een
stemhokje, ter bevordering van de toegankelijkheid van het stemproces;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Kieswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel J 14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel J 14a
De leden van het stembureau bewaren het geheim van de stemming.
B
Na artikel J 28 worden de volgende artikelen ingevoegd:
Artikel J 28a
1. Wanneer aan het stembureau blijkt dat een kiezer om andere redenen dan zijn lichamelijke
gesteldheid hulp behoeft, wordt het hem toegestaan bijstand te krijgen bij het uitbrengen
van zijn stem.
2. De bijstand wordt verleend door een door de voorzitter aan te wijzen lid van het
stembureau.
3. In afwijking van het tweede lid wordt de bijstand op verzoek van de kiezer verleend
door een door hem aan te wijzen ander lid van het stembureau.
Artikel J 28b
1. Indien blijkt dat de kiezer niet in staat is om ondubbelzinnig aan te geven hoe deze
zijn stemrecht wenst uit te oefenen, staakt het lid van het stembureau dat de bijstand
verleent het geven daarvan. In dat geval biedt hij de kiezer aan het stembiljet terug
te nemen en de kiezer diens stempas of kiezerspas terug te geven.
2. Aan de kiezer aan wie zijn stempas of kiezerspas wordt teruggegeven wordt, indien
hij een volmachtbewijs aan de voorzitter heeft overhandigd als bedoeld in artikel L 17
van de Kieswet, tevens dit volmachtbewijs teruggegeven. De volmacht kan niet worden
uitgeoefend.
ARTIKEL II
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt binnen vijf jaar
na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid
en de effecten van deze wet in de praktijk.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.