Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over meer meldingen van minderjarige slachtoffers van criminele uitbuiting
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Meer meldingen van minderjarige slachtoffers van criminele uitbuiting» (ingezonden 17 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 1 december 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 361.
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht «Meer meldingen van minderjarige slachtoffers van
criminele uitbuiting»1 en de onderliggende jaarcijfers van 2024 van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel
en Seksueel Geweld tegen Kinderen?
Antwoord 1
Het is vreselijk dat er nog steeds een groot aantal slachtoffers van mensenhandel
is. Een toename van het aantal gemelde slachtoffers kan wel betekenen dat mogelijke
slachtoffers, waaronder minderjarigen, vaker in beeld van instanties komen en dat
hen eventueel hulp en bescherming kan worden geboden. Dit is één van de doelen van
de huidige aanpak van mensenhandel. De cijfers van de Nationaal Rapporteur bieden
belangrijke aanknopingspunten om de aanpak te verbeteren. Ik zal mij onverminderd
blijven inzetten om slachtoffers te beschermen én daders aan te pakken.
Vraag 2
Wat doet u om de meldingsbereidheid van mensenhandel toe te laten nemen?
Antwoord 2
In het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel wordt in actielijn 1 en actielijn
2 ingezet op respectievelijk het creëren van een brede bewustwording en het vergroten
van de meldingsbereidheid. Om brede bewustwording te creëren wordt onder meer een
gerichte communicatiestrategie opgezet met als doel specifieke groepen te bereiken
die in aanraking kunnen komen met mensenhandel. Daarnaast wordt de bewustwording ook
vergroot door het geven van voorlichting op scholen en het ontwikkelen van een e-learning
voor de reclassering om signalen van mensenhandel beter te herkennen. In het kader
van het vergroten van de meldingsbereidheid wordt daarnaast in het Actieplan gewerkt
aan het oprichten van een centraal informatiepunt waar slachtoffers, eerstelijns professionals
en burgers op een laagdrempelige en toegankelijke manier worden geïnformeerd en eventueel
doorverwezen naar het juiste loket voor vragen over aangifte, hulp en opvang. Ook
wordt er een verkenning uitgevoerd naar gerichte maatregelen om de verklarings- en
meldingsbereidheid van slachtoffers te vergroten. Het Actieplan zet daarmee onverminderd
in op het beter signaleren, het creëren van brede bewustwording van wat mensenhandel
is en op het meegeven van een duidelijk handelingsperspectief, zodat er ook meer signalen
worden opgepikt en worden doorgegeven aan de opsporingsdiensten.
Vraag 3 en 4
Welke verklaring heeft u voor de opvallende stijging van het aantal minderjarigen
dat slachtoffer wordt van criminele uitbuiting?
Welke stappen zet u om meer zicht te krijgen op de jongeren om wie dit gaat en wat
doet u om te voorkomen dat deze jongeren niet vallen voor de belofte om snel geld
te verdienen?
Antwoord 3 en 4
Criminelen ronselen steeds vaker minderjarigen voor criminele activiteiten zoals het
leggen van explosieven, het uithalen van drugs in de Rotterdamse haven of het beschikbaar
stellen van hun pinpas voor het witwassen van geld. Minderjarigen met een lichtverstandelijke
beperking (LVB), asielachtergrond of een verleden in de jeugdzorg zijn extra kwetsbaar
om geronseld te worden en hier slachtoffer van te worden. Criminelen maken misbruik
van deze kwetsbaarheid door deze groepen vaak online te benaderen en hen onder valse
voorwendselen of onder dwang over te laten gaan tot het plegen van criminele activiteiten.
Dit zijn ontwikkelingen die mij zorgen baren. Het is van belang om juist deze groep
te beschermen en te voorkomen dat zij slachtoffer worden van criminele uitbuiting.
Daarom wordt onder actielijn 6 van het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel
ingezet op het versterken van de positie van minderjarige slachtoffers. Het gaat om
het bieden van handvatten aan professionals en organisaties die in aanraking komen
met deze doelgroep zodat zij zich bewust worden van signalen van criminele uitbuiting
en slachtoffers tijdiger kunnen onderkennen. Zo is de gratis e-learning BUIT voor
professionals, met bijbehorende campagne, sinds mei 2025 beschikbaar. Ook zijn er
trainingen voor professionals ontwikkeld over mensenhandel onder minderjarigen en
mensenhandel op scholen (Uitbuiting (niet) op school). Deze initiatieven dragen bij het sneller herkennen, signaleren en melden van mogelijke
slachtoffers van criminele uitbuiting waardoor zij steeds vaker en beter in beeld
komen.
Naast de acties uit het Actieplan wordt er in het programma Preventie met Gezag ingezet
op het voorkomen dat jongeren in aanraking komen of doorgroeien in de criminaliteit.
Criminele uitbuiting speelt hierin een belangrijke rol. Een initiatief in dat kader
is het online hulpportaal Keerpunt. Keerpunt benadert door middel van online outreach
potentiële slachtoffers van criminele uitbuiting en probeert hen te bewegen naar het
online hulpportaal. Hier kunnen potentiële slachtoffers, hun omgeving en professionals
op een laagdrempelige manier chatten met hulpverleners en eventueel worden doorgeleid
naar regionale hulpverlening en/of opsporingsinstanties. Ook fungeert Keerpunt als
kennisportaal voor slachtoffers, professionals en hun naaste omgeving.
Vraag 5
Is de politiecapaciteit erop gericht om de wervers van deze criminele jongeren op
te sporen?
Antwoord 5
De politie is als een van de betrokken opsporingsdiensten verantwoordelijk voor het
opsporen en aanpakken van daders van mensenhandel, meer specifiek gericht op daders
die zich schuldig maken aan seksuele of criminele uitbuiting. De politie erkent het
belang van het verbeteren van het zicht op de daders van criminele uitbuiting en zet
zich hier onverminderd voor in. Zo heeft de politie een intern actieplan criminele
uitbuiting opgesteld met als doel het vergroten van de kennis en focus op de bestrijding
van criminele uitbuiting. Acties die daarbij worden ondernomen zien bijvoorbeeld op
het vergroten van bewustzijn over criminele uitbuiting bij eerstelijns politiemedewerkers
zodat kennis en signalering worden verbeterd. Ten aanzien van de inzet van politiecapaciteit
zullen altijd in afstemming met het bevoegd gezag keuzes worden gemaakt, dit geldt
ook voor mensenhandel.
Vraag 6
Hoe komt het dat het aantal politieonderzoeken naar nationale en internationale seksuele
uitbuiting is gedaald? Welke prioriteit hebben dit soort zaken en welke keuzes maken
u en de politie in de inzet van de beperkte politiecapaciteit?
Antwoord 6
De aanpak van mensenhandel, waaronder seksuele uitbuiting, is opgenomen in de Veiligheidsagenda
2023–2026 waar kwalitatieve en kwantitatieve afspraken voor zijn gemaakt. Door de
toenemende verwevenheid van de fysieke en de digitale wereld worden de zaken groter
en ingewikkelder. Het bevoegde gezag maakt, in afstemming met de politie, keuzes tussen
zaken die wel of geen prioriteit krijgen, waarbij wordt gewogen met welke inzet de
meeste impact gemaakt kan worden. In de praktijk houdt dit in dat er vaak voor wordt
gekozen om de zaken met mogelijk veel slachtoffers en een zo groot mogelijk maatschappelijk
effect op te pakken. Of het gaat om internationale of nationale seksuele uitbuiting
is daarbij minder relevant, al ziet de politie wel dat de zaken waarbij mogelijk sprake
is van internationale seksuele uitbuiting veel minder en in sommige gevallen zelfs
geen opsporingsindicaties bevatten die door de Nederlandse politie verder kunnen worden
onderzocht.
Vraag 7
Hoeveel extra politiecapaciteit is er nodig om alle meldingen van seksuele uitbuiting
op te volgen?
Antwoord 7
In de Aanwijzing Mensenhandel, de opsporingsrichtlijn van het OM, is opgenomen dat
alle signalen van mensenhandel worden onderzocht.2 Er wordt hierbij gekeken of er voldoende relevante kansen voor de opsporing zijn.
In het kader hiervan heeft de politie met de Domein Overstijgende Informatiegestuurde
Werkwijze (DIGW) een methodiek ontwikkeld waarbij alle signalen van mensenhandel bekeken
en beoordeeld worden. In afstemming met het bevoegd gezag worden keuzes gemaakt over
welke signalen leiden tot een opsporingsonderzoek en bij welke signalen een andere
betekenisvolle interventie buiten het strafrecht om het meest maatschappelijk effect
sorteert. Dit betekent dat een toename van het aantal signalen van mensenhandel niet
per definitie leidt tot meer opsporingsonderzoeken. Gelet op de huidige spanningen
op de arbeidsmarkt zal dit naar verwachting niet toenemen. Het werven, opleiden en
behouden van voldoende gekwalificeerde medewerkers is voor de gehele opsporing een
uitdaging. Wel lopen er op dit moment initiatieven om de personele capaciteit te verbeteren.
Vraag 8
Welke inzet pleegt u om het bewustzijn van hoteleigenaren en eigenaren van vakantiehuisjes
en -parken te vergroten op verhuur door seksuele uitbuiters?
Antwoord 8
Medewerkers van hotels en vakantieparken kunnen een belangrijke rol spelen in het
signaleren van mensenhandel. De training «No Room for Sex Trafficking» is een certificeringsprogramma
gericht op het creëren van bewustwording van mensenhandel onder medewerkers van hotels
en vakantieparken. De training wordt gratis aangeboden door CoMensha en is beschikbaar
in meerdere talen. Medewerkers worden getraind op het herkennen van signalen van seksuele
uitbuiting die zij tijdens hun werk kunnen waarnemen. Denk hierbij aan ongewone veranderingen
in het gebruik van beddengoed of handdoeken. Zodra 60% van het personeel de training
heeft afgerond, ontvangt het bedrijf een No Room for Sex Trafficking-certificaat.
Vraag 9
Trekt u samen op met Latijns-Amerikaanse landen waar slachtoffers van seksuele uitbuiting
in toenemende mate vandaan komen, om het vertrek naar Nederland en andere Europese
landen te ontmoedigen? Op welke manier doet u dat? Zo niet, bent u bereid dit te gaan
doen?
Antwoord 9
Het is zorgwekkend te moeten vernemen dat vrouwen die vanwege hun kwetsbare omstandigheden,
waaronder het niet hebben van geldige verblijfsdocumenten, seksueel worden uitgebuit
in Nederland. Hieruit blijkt wederom dat mensenhandel zich niet tot landsgrenzen beperkt.
Daarom is internationale samenwerking een belangrijk onderdeel van de Nederlandse
aanpak van mensenhandel. Zo wordt in EU-verband binnen het programma EL PACCTO (Europe
Latin America Programma of Assistance against Transnational Organised Crime) samengewerkt
met Latijns-Amerikaanse en Caribische landen aan het bestrijden van grensoverschrijdende
criminaliteit, waaronder mensenhandel. Binnen dit programma worden onder meer best
practices gedeeld, wordt technische ondersteuning geboden (o.a. trainingen en workshops)
en internationale samenwerking gefaciliteerd. Daarnaast is Nederland trekker van de
werkgroep die ziet op de aanpak van mensenhandel binnen EMPACT (European Multidisciplinary
Platform Against Criminal Threats). In het kader hiervan wordt samenwerking met Latijns-Amerikaanse
landen versterkt door onder meer een specifiek Operational Action gericht op samenwerking
met Latijns-Amerika en de Joint Actions Days Global Chain, gezamenlijke actiedagen
waarbij criminele activiteiten op basis van inlichtingen worden aangepakt in samenwerking
met verschillende landen en agentschappen. Ook is de politie op dit moment bezig met
het verkennen van een uitbreiding van de samenwerking met Latijns-Amerikaanse landen.
Ten slotte werken de politie en het OM nauw samen met Spanje, een aankomstland voor
veel sekswerkers uit Latijns-Amerika. Zo zijn er afgelopen jaar gezamenlijke actieweken
opgezet in samenwerking met de Spaanse politie en is er sinds 2019 permanent een officier
van justitie gestationeerd, die onder meer de lokale contacten onderhoudt en samenwerking
faciliteert.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.