Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over het bericht ‘Forse schade aan Paleis op de Dam door bekladding met rode verf: “Fuck Israël”’
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Forse schade aan Paleis op de Dam door bekladding met rode verf: «Fuck Israël»» (ingezonden 8 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 28 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Forse schade aan Paleis op de Dam door bekladding met
rode verf: «Fuck Israël»»1?
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat bij deze actie rode verf is gebruikt om het Koninklijk
Paleis op de Dam, een rijksmonument van nationale betekenis, te besmeuren, met de
leus «Fuck Israël»?
Antwoord 2
Bekladding van gebouwen is verboden en onacceptabel. Dat keur ik uiteraard af. Dat
geldt zeker in dit geval nu aan het Koninklijk Paleis op de Dam vernielingen zijn
aangericht wat naast een monumentale status ook een grote symbolische betekenis voor
Nederland heeft. Onze rechtsstaat biedt burgers genoeg alternatieve mogelijkheden
om een mening te uiten.
Vraag 3 en 4
In hoeverre wordt onderzocht of de gebruikte leuzen en symboliek kunnen worden beschouwd
als haatuiting, opruiing of aanzetten tot geweld tegen een bevolkingsgroep of staat?
Deelt u de mening dat dergelijke bekladdingen van nationale symbolen niet slechts
vandalisme zijn, maar tevens een poging kunnen vormen tot politieke intimidatie of
radicale agitatie in de publieke ruimte
Antwoord 3 en 4
Ik kan als Minister van Justitie en Veiligheid niet inhoudelijk ingaan op individuele
casuïstiek. Dat betreft ook de insteek van een specifiek strafrechtelijk onderzoek:
over wat al dan niet onderzocht wordt, doe ik geen uitspraken.
Vraag 5
Welke maatregelen neemt u, of overweegt u te nemen, om te voorkomen dat openbare gebouwen
of nationale monumenten doelwit worden van politieke acties of extremistische uitingen,
zoals cameratoezicht, preventieve handhaving of zwaardere strafrechtelijke kwalificatie?
Antwoord 5
De burgemeester is bevoegd tot het nemen maatregelen ter handhaving van de openbare
orde. In de gemeente Amsterdam heeft de gemeenteraad aan de burgemeester de bevoegdheid
gegeven om ter handhaving van de openbare orde camera’s in te zetten ten behoeve van
toezicht op openbare plaatsen (art. 151c Gemeentewet). De burgemeester van Amsterdam
heeft in vervolg daarop gebieden aangewezen waar cameratoezicht kan plaatsvinden.
Het Paleis op de Dam staat in een dergelijk gebied en er zijn twee camera’s op de
Dam geplaatst.
Overigens heeft ook het Rijksvastgoedbedrijf -als uitvoerder van het beheer namens
de Staat der Nederlanden van het Paleis op de Dam- ter beveiliging camera’s, gericht
op het Paleis op de Dam geplaatst. Voor zover de vraag ziet op het instrument preventief
fouilleren (art. 151b Gemeentewet), geldt dat de Dam is gelegen in een gebied dat
als veiligheidsrisicogebied is aangewezen en waar derhalve preventief fouilleren mogelijk
is na een aanwijzing van de officier van justitie. Dit instrument ziet evenwel op
fouilleren op wapens.
Vanzelfsprekend is de burgemeester ook bevoegd om extra toezicht te laten plaatsvinden.
Ik stuur u, samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor
het kerstreces nog een brief die – vooruitlopend op een diepgaandere bespiegeling
– ook nader zal ingaan op het onderwerp demonstraties bij cultureel erfgoed.
Vraag 6
Hoe heeft dit incident, op deze hoogte, op deze plek kunnen plaatsvinden zonder dat
iemand heeft ingegrepen? heeft dit op die hoogte op zo'n plek kunnen gebeuren?
Antwoord 6
Het onderzoek naar de bekladding door politie en justitie loopt nog.
Vraag 7
Kunt u aangeven welke schade is ontstaan aan het paleis, hoe groot de herstelkosten
worden geraamd en wie verantwoordelijk is voor het herstel en de financiering daarvan?
Antwoord 7
Er zijn en worden meerdere reinigingswerkzaamheden uitgevoerd om de rode verf te verwijderen.
De werkzaamheden zijn nog niet gereed. Er wordt op dit moment in samenwerking met
verschillende experts onderzoek gedaan naar de exacte schade. Het is nu nog niet te
zeggen wanneer de werkzaamheden helemaal zijn afgerond en wat de totale kosten van
de schade zijn.
Het Rijksvastgoedbedrijf is namens de Staat eigenaar van het Koninklijk Paleis Amsterdam.
De financiering van de kosten wordt bekostigd uit artikel 4 van de begroting van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke ordening.
Vraag 8
Zijn er inmiddels verdachten aangehouden of geïdentificeerd in verband met deze actie?
Antwoord 8
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vragen 3 en 4 ga ik niet in op individuele
casuïstiek. De keuze om al dan niet te communiceren over de stand van zaken van het
strafrechtelijk onderzoek is aan de organisaties die hiermee zijn belast, te weten
de politie en het Openbaar Ministerie.
Vraag 9
Bent u bereid te bewerkstelligen dat de verdachten opdraaien voor alle gemaakte kosten?
Antwoord 9
Ik vind het belangrijk dat daders die schade veroorzaken, deze zoveel mogelijk vergoeden.
Het civiele recht biedt hier ook verschillende mogelijkheden voor. Om schade te kunnen
verhalen, moet echter wel achterhaald kunnen worden welke (groepen van) personen de
schade hebben aangericht. Schadeverhaal op de daders zonder dat hun identiteit bekend
is, is niet mogelijk. De brief zoals naar verwezen in mijn antwoord op vraag 5 zal
ook nader ingaan op dit onderwerp.
Vraag 10 en 11
Hoe beoordeelt u de organisatie «Palestine Action», die de actie opeist, en op 7 oktober
niet de slachtoffers van het bloedbad dat Hamas aanrichtte wil herdenken, maar de
«vrijheidsstrijders en martelaars» wil eren.
Welke stappen neemt u om deze organisatie die oproept tot wereldwijde intifada te
beletten nog acties te ondernemen in Nederland?
Antwoord 10 en 11
Ons demonstratierecht is een groot goed, maar biedt onder geen beding een vrijbrief
voor personen en organisaties om de wet te overtreden; vernielen is nooit een acceptabele
vorm van je mening uiten. Demonstreren moet gebeuren binnen de grenzen van de wet.
Het gebruik van geweld en het opruien daartoe is strafbaar. Dit geldt ook voor acties
waarbij vernieling plaatsvindt.
Het waar mogelijk faciliteren van een demonstratie en de beoordeling wat wel en niet
nodig en mogelijk is aan (preventieve) maatregelen is aan de burgemeester. Hierover
vindt afstemming plaats in de lokale driehoek. Het is een lokale aangelegenheid en
de burgemeester legt daarover verantwoording af aan de gemeenteraad. Het is dan ook
niet aan mij om in deze beoordeling te treden of om daarop vooruit te lopen. Daarnaast
is het aan het Openbaar Ministerie en uiteindelijk de rechter om te bepalen of er
in een bepaald geval sprake is van een strafbaar feit.
Vraag 12
Bent u ermee bekend dat op 5 oktober jl. in Amsterdam tijdens een pro-Palestinademonstratie
werd opgeroepen tot het verdwijnen van de Staat Israël, een wereldwijde intifada en het herdenken van zogenaamde «martelaren» die betrokken waren bij de massaslachting
van 7 oktober 2023 in Israël?
Antwoord 12
Ja.
Vraag 13
Deelt u de mening dat dergelijke oproepen tot gewelddadige strijd, in combinatie met
acties zoals de bekladding van het paleis, wijzen op een groeiende radicalisering
en normalisering van extremistisch gedachtegoed in Nederland?
Antwoord 13
In Nederland zijn enkele acties over met name de Gaza-oorlog harder geworden dan in
voorgaande jaren. Daarbij is sprake van vandalisme, intimidatie of doxing. Bij demonstraties
kan daarnaast sprake zijn van felle uitingen, waarin niet alleen het handelen van
de staat Israël wordt bekritiseerd, maar ook het bestaansrecht van Israël ter discussie
wordt gesteld en soms het door Hamas gebruikte geweld wordt gebagatelliseerd. Van
extremisme in relatie tot de Gaza-oorlog is in Nederland zeer beperkt sprake en ook
de geweldsbereidheid onder pro-Palestinademonstranten lijkt niet te zijn toegenomen.
Er is sprake van normalisering van extremistisch gedachtegoed en/of extremistische
uitingen wanneer deze maatschappelijk acceptabeler worden binnen een samenleving.
Dit lijkt niet het geval te zijn bij de acties rondom de Gaza-oorlog. Dit omdat, zoals
hierboven gesteld, extremisme in relatie tot de Gaza-oorlog nauwelijks voorkomt maar
ook omdat de maatschappelijke reactie op acties over de Gaza-oorlog het afgelopen
jaar niet significant veranderd lijken te zijn. Dit neemt daarentegen niet weg dat
vernielingen, bekladdingen en andere uitingen wel zeer intimiderend kunnen zijn voor
betrokkenen. Ook kunnen dergelijke uitingen de negatieve beeldvorming versterken tussen
mensen met verschillende standpunten en bijdragen aan structurele gevoelens van onverdraagzaamheid.
Dit vind ik absoluut onwenselijk. Binnen onze democratische rechtsstaat moeten we
het debat altijd op inhoud blijven voeren met respect voor elkaars standpunten. Hier
zal ik mij hard voor blijven maken.
Wanneer de lat van extremisme wel wordt gehaald, dan kunnen personen worden opgenomen
in de lokale persoonsgerichte aanpak radicalisering. De persoonsgerichte aanpak radicalisering
betreft maatregelen en/of interventies genomen onder regie van gemeenten die door
het bestuur, de strafrechtelijke instanties of door maatschappelijke instellingen
kunnen worden getroffen om (verdere) radicalisering tegen te gaan.
Als er een vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaat, kan het OM indien
opportuun besluiten om strafrechtelijke vervolging in te stellen. Het is uiteindelijk
aan de rechter om te oordelen of er sprake is van een strafbaar feit.
Vraag 14
Zo ja, hoe duidt u deze ontwikkeling en welke stappen onderneemt u om deze tegen te
gaan?
Antwoord 14
De NCTV rapporteert twee keer per jaar in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland
(DTN) over de terroristische en (gewelddadige) extremistische dreiging voor Nederland,
de belangen die daardoor kunnen worden aangetast en de weerbaarheid tegen deze dreiging.
Op het moment dat er zich ontwikkelingen voordoen waarbij uitingen worden gedaan of
acties plaatsvinden in relatie tot de Gaza-oorlog die de lat van extremisme (of zelfs
terrorisme) halen, zal de NCTV hierover rapporteren.
Vraag 15
Bent u bereid te onderzoeken of dit soort acties en oproepen structureel meegenomen
kunnen worden in de dreigingsanalyses van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
en Veiligheid (NCTV), mede in het licht van de tweede herdenkingsdag van de Hamas-aanval
van 7 oktober 2023?
Antwoord 15
Dit is helaas niet gelukt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.