Schriftelijke vragen : Wettelijke bescherming van immaterieel erfgoed
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over wettelijke bescherming van immaterieel erfgoed (ingezonden 26 november 2025).
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat Nederland momenteel geen wettelijke bescherming kent voor immaterieel
cultureel erfgoed en hierdoor – anders dan in andere landen – geen beschermingsmechanisme
bevat voor tradities, geluiden, rituelen, ambachten of culturele praktijken?
Vraag 2
Kunt u toelichten hoe u de positie van Nederlands immaterieel erfgoed beoordeelt in
het huidige, niet-wettelijke systeem en of u van mening bent dat dit systeem voldoende
is om immaterieel erfgoed op lange termijn te beschermen?
Vraag 3
Hoe denkt u over de opvatting dat het ontbreken van wettelijke bescherming van immaterieel
erfgoed betekent dat Nederlandse immateriële tradities, waaronder het luiden van kerkklokken
als concreet voorbeeld, volledig afhankelijk zijn van beleid en vrijwillige borging,
en dat dit op lange termijn kan leiden tot verlies van cultureel erfgoed?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het wettelijk kader dat andere landen wel hebben ontwikkeld voor
immaterieel erfgoed, zoals Zuid-Korea met de Act on the Safeguarding and Promotion of Intangible Cultural Heritage, waarin onder meer een nationale lijst met immaterieel erfgoed, erkende erfgoeddragers
en een wettelijke staatsplicht tot bescherming en overdracht zijn opgenomen?1
Vraag 5
Bent u bereid te onderzoeken wat de toepasbaarheid is van het Koreaanse model voor
Nederland, specifiek met betrekking tot een wettelijke definitie van immaterieel erfgoed,
een bindende nationale inventaris en een wettelijke erkenning van gemeenschappen of
dragers die een traditie onderhouden?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de Franse Wet nr. 2021-85 van 29 januari 2021, waarin het sensorisch
erfgoed van rurale gebieden – waaronder kenmerkende geluiden zoals kerkklokken, maar
ook geuren vallen – juridisch wordt verankerd in het Franse milieuwetboek als onderdeel
van het nationale erfgoed?2
Vraag 7
Kunt u uiteenzetten in hoeverre deze Franse benadering, waarbij immateriële en sensorische
uitingen wettelijk worden beschermd, inspiratie kan bieden voor de Nederlandse praktijk
rond immaterieel cultureel erfgoed en de bescherming van tradities, landschappelijke
kenmerken en omgevingsgeluiden zoals kerkklokken?
Vraag 8
Acht u het wenselijk dat ook Nederland een vorm van wettelijke verankering van immaterieel
erfgoed ontwikkelt, bijvoorbeeld via een wijziging van de Erfgoedwet, of een andere
wet naar voorbeeld van Frankrijk?
Vraag 9
Bent u bereid te verkennen hoe het Nederlandse systeem voor immaterieel erfgoed versterkt
kan worden door internationale best practices, en in dat kader specifiek te kijken naar wettelijke borging van immaterieel erfgoed
die generaties lang zijn doorgegeven?
Vraag 10
Bent u bereid een verkenning uit te voeren naar mogelijke juridische instrumenten
om immaterieel erfgoed te beschermen, waarin zowel het Koreaanse model (met wettelijke
dragers en nationale Intangible Cultural Heritage Committee (ICH-commissie)) als het
Franse model (wettelijke status voor immateriële erfgoed) worden meegenomen?
Vraag 11
Kunt u aangeven welke stappen nodig zouden zijn om in Nederland tot een wettelijke
erkenning en bescherming van immaterieel erfgoed te komen, én of u bereid bent deze
stappen in gang te zetten?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Peter van Duijvenvoorde, Tweede Kamerlid