Schriftelijke vragen : Het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs over de schrijf- en rekenvaardigheid op het vmbo.
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs over de schrijf- en rekenvaardigheid op het vmbo (ingezonden 26 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs waaruit blijkt
dat 40 procent van de leerlingen vmbo basis en kader onder het basisniveau schrijf-
en rekenvaardigheid zitten?1
Vraag 2
Laaggeletterdheid in Nederland neemt ieder jaar toe, welke oorzaken ziet u voor deze
trend?
Vraag 3
Hoe verklaart u dat de taal- en rekenprestaties, ondanks jaren van basisvaardighedenbeleid,
blijven dalen?
Vraag 4
Volgens het onderzoek beginnen veel kinderen aan groep 1 met taalachterstand, hoe
bent u van plan om dit probleem aan te pakken?
Vraag 5
Hoe verklaart u dat vooral leerlingen vmbo basis en kader ver onder het gewenste niveau
voor taal en rekenen zitten in tegenstelling tot leerlingen op vmbo-t, havo, en vwo?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de risico’s voor de arbeidsmarkt wanneer mbo-studenten hun opleidingen
afronden met onvoldoende taal- en rekenvaardigheden?
Vraag 7
Volgens het Ministerie van OCW wordt er sinds 2000 elk jaar structureel meer geïnvesteerd
in het onderwijs, zowel door de overheid als door bedrijven en huishoudens. Hoe verklaart
de Minister dat we in 2025 dan toch kampen met dalende onderwijskwaliteit en leerlingen
die moeite hebben met basisvaardigheden zoals schrijven en rekenen?
Vraag 8
Kunt u aangeven welke concrete maatregelen genomen zullen worden om deze neerwaartse
trend te keren?
Vraag 9
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel geld de afgelopen vijf jaar is besteed aan programma’s
die schijnbaar weinig tot geen aantoonbare verbetering in basisvaardigheden hebben
opgeleverd?
Vraag 10
Hoe kijkt u naar de inzet van zogeheten «brede brugklassen» en de invloed die gemengde
klassen hebben op de taal- en rekenvaardigheden?
Vraag 11
Hoe beoordeelt u het risico dat toenemende instroom van kinderen met een leerachterstand
ertoe leidt dat reguliere scholen minder tijd en aandacht hebben voor overige leerlingen?
Vraag 12
Hoe ziet u een mogelijk verband tussen de toename aan inzet van digitale leermethoden
– zoals tablets, notebooks, computers – voor het verwerken van opdrachten en de dalende
trend in schrijfvaardigheid?
Vraag 13
Deelt u de mening dat (de gevolgen van de) massale immigratie niet bevorderlijk is
voor het algemene taal- en rekenniveau?
Vraag 14
Kunt u aangeven welk percentage van de leerlingen met ernstige taalachterstanden bestaat
uit kinderen die geen Nederlands spreken bij aanvang van de schoolloopbaan?
Vraag 15
Bent u bereid onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de relatie tussen immigratie
en taal- en rekenachterstanden in het onderwijs?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Peter van Duijvenvoorde, Tweede Kamerlid