Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Veltman over de brandbrief van burgemeesters over de wolf en over wolven uitrusten met zenders
Vragen van het lid Veltman (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de brandbrief van burgemeesters over de wolf en over wolven uitrusten met zenders (ingezonden 29 september 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rummenie (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 25 november 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 179.
Vraag 1
Herkent u de signalen uit de brandbrief dat de angst en maatschappelijke onrust toenemen
doordat wolven vaker nabij mensen, bebouwing en huisdieren worden gesignaleerd?1
Antwoord 1
Ik ben me zeer bewust van de toenemende angst en maatschappelijke onrust. Daarom zet
ik me samen met provincies en gemeenten met de grootste urgentie in om incidenten
met wolven tegen te gaan en adequaat ingrijpen bij incidenten mogelijk te maken.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het uitrusten van wolven met zenders noodzakelijk is om beter
inzicht te krijgen in hun gedrag en verplaatsingen in een klein en dichtbevolkt land
als Nederland, en dat dit direct kan bijdragen aan veiligheid en risicobeheersing?
Antwoord 2
Ik vind het zenderen van wolven van groot belang om meer inzicht te krijgen in het
gedrag van probleemwolven. De gegevens uit zenderonderzoek kunnen behulpzaam zijn
bij het opstellen van beleid om incidenten met wolven te beperken.
Vraag 3
Bent u bereid te bevorderen dat in het vervolgonderzoek álle bekende roedels in Nederland
worden bezenderd, zodat er een landelijk dekkend en meerjarig beeld ontstaat van verplaatsingen,
incidenten en risico’s?
Antwoord 3
Ik ga er op inzetten om wolven via zenders beter te monitoren in Nederland. Om een
bruikbaar beeld van het gedrag van wolven in alle territoria in Nederland te krijgen,
wordt door de deskundigen aangegeven dat idealiter in elk roedel ten minste een van
de territoriale ouderdieren wordt gezenderd. Er bestaan grote individuele verschillen
tussen dieren voor wat betreft hun gedrag, maar ouderdieren kunnen in de regel wel
een goede indicatie geven. Deze dieren zijn de permanente gebruikers van dit territorium
en hun gedrag is veelal exemplarisch voor het gedrag van alle dieren in hun roedel.
Vraag 4
Welke juridische voorwaarden gelden momenteel voor zenderonderzoek bij wolven? Klopt
het dat hiervoor een ontheffing onder artikel 16 van de Habitatrichtlijn is vereist,
en hoe beoordeelt u de toepasbaarheid daarvan in de Nederlandse situatie?
Antwoord 4
Wanneer een wolf wordt gevangen, daarna verdoofd en vervolgens onder verdoving een
halsbandzender wordt omgehangen, is er sprake van een dierproef.
2Zenderonderzoek zal daarom moeten voldoen aan de vereisten uit de Wet op de dierproeven
(Wod). Dat betekent dat een instelling een algemene vergunning dient te hebben om
proefdieronderzoek te mogen doen (instellingsvergunning). Tevens dient voor het specifieke
zenderonderzoek een projectvergunning aangevraagd te worden bij de Centrale Commissie
Dierproeven (CCD).
Naast de verplichtingen van de Wod zal voor het vangen en verdoven van wolven ook
moeten worden voldaan aan de voorwaarden van de Habitatrichtlijn. Hiervoor is een
vergunning nodig van de provincie(s) waar het zenderen plaatsvindt of – wanneer onderzoek
wordt uitgevoerd op terreinen van het Ministerie van Defensie of op het Kroondomein
– een vergunning van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Deze vergunningplicht
geldt zodra de bij beide Kamers voorgehangen AMvB van kracht wordt.3 Tot die tijd geldt de specifieke zorgplicht van artikel 11.27 van het Besluit activiteiten
leefomgeving, waaraan bij maatwerkvoorschrift verder invulling kan worden gegeven.
In de vergunning – als straks de vergunningplicht van kracht is geworden – zal ook
moeten worden aangegeven welke vangmethode gebruikt kan worden. Tot de invoering van
de vergunningplicht kunnen in een maatwerkvoorschrift op dit punt beperkingen worden
gesteld.
Een verdovingsgeweer is de gebruikelijke vangmethode. Deze methode is echter alleen
bruikbaar wanneer de wolf zich op een afstand bevindt die korter is dan circa 30 meter.
Aangezien de natuurlijke verstoringsafstand van een wolf zo’n 100 meter is, is veelal
ook een manier nodig om dicht bij een wolf te kunnen komen. Kastvallen zijn voor wolven
minder geschikt, omdat de dieren deze in de regel vermijden. Het gebruik van vallen
met een niet-selectieve werking of van andere niet-selectieve middelen of vangmethode
is op grond van artikel 15 van de Habitatrichtlijn in beginsel verboden. Gebruik daarvan
vergt een aanvullende omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit dan wel
maatwerkvoorschriften van de betreffende provincie(s) of – wanneer onderzoek wordt
uitgevoerd op terreinen van het Ministerie van Defensie of op het Kroondomein, van
de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Daarbij moet toepassing worden gegeven
aan het beoordelingskader van artikel 16 van de Habitatrichtlijn.
Daarnaast heeft de EU een verbod ingesteld op het gebruik van wildklemmen voor het
vangen van wilde dieren (Verordening 3254/91/EEG). Dit verbod is neergelegd in artikel 11.72,
eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit geldt in principe
ook voor het gebruikvan pootklemmen voor het vangen van wolven. Volgens de Europese
Commissie4 kan evenwel bij uitzondering voor wetenschappelijk onderzoek of monitoring van diersoorten
– waaronder zenderen kan worden begrepen – het gebruik van pootklemmen worden toegestaan,
in het licht van de doelstelling van Verordening 3254/91/EEG om de instandhouding
van diersoorten te verbeteren. De pootklem kan dus niet worden gebruikt om dieren
te vangen met als doel om bijvoorbeeld dieren af te schrikken of bepaald gedrag te
beïnvloeden.
Vraag 5
Hoeveel ontheffingen voor zenderonderzoek zijn in Nederland de afgelopen jaren verleend
en uitgevoerd, en hoe verhoudt dit zich tot de praktijk in andere lidstaten, zoals
Duitsland en Finland, waar structureel zenderprogramma’s bestaan?
Antwoord 5
Wageningen University & Research (WUR) beschikt sinds 7 september 2021 over een onherroepelijke
onderzoeksontheffing, verleend door de provincie Gelderland voor het vangen en zenderen
van onder andere zoogdieren. Wolven vallen hier ook onder. Medio oktober heeft WUR
gebruik gemaakt van deze ontheffing en voor het eerst een wolf in het Nationaal Park
de Hoge Veluwe voorzien van een zender voor onderzoek. Daarnaast beschikt de Zoogdiervereniging
sinds 1 juni 2023 over een vergelijkbare onherroepelijke onderzoeksontheffing, verleend
door de provincie Gelderland.
De provincie Utrecht heeft onlangs via maatwerkvoorschriften toestemming gegeven voor
het zenderen van wolven in hun provincie. Er is in deze provincie nog geen wolf voorzien
van een zender.
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 4 heb aangegeven, is het aan de provincies of RVO
om structurele zenderprogramma’s door middel van vergunningen of maatwerkvoorschriften
mogelijk te maken.
Vraag 6
Hoe gaat u borgen dat de gegevens uit zenderonderzoek niet alleen voor ecologische
doeleinden worden benut, maar ook actief beschikbaar komen voor provincies, gemeenten
en burgemeesters die verantwoordelijk zijn voor openbare orde en veiligheid?
Antwoord 6
Gegevens uit wetenschappelijk zenderonderzoek zijn in de regel openbaar beschikbaar.
Ik ga ervan uit dat hierover afspraken worden gemaakt binnen de onderzoeksplannen.
Zoals ik in het antwoord op vraag 4 heb aangegeven, kan het gebruik van pootklemmen
voor het vangen van wolven voor zenderonderzoek op grond van EU regels alleen worden
toegestaan als het doel is om de instandhouding te verbeteren en niet om bijvoorbeeld
dieren af te schrikken of bepaald gedrag te beïnvloeden in het kader van openbare
orde en veiligheid.
Vraag 7
Is het mogelijk, en zo ja op welke termijn, om aan de hand van bestaande, lopende
en nieuwe onderzoeken, te komen tot een landelijk dekkend Soorten Management Plan
(SMP) voor de wolf, zodat provincies en gemeenten in de vergunningverlening ook handelingsperspectief
krijgen met een (wetenschappelijke) onderbouwing?
Antwoord 7
Een Soorten Management Plan (SMP) kan worden gebruikt als basis voor een gebiedsvergunning
voor vergunningplichtige handelingen ten aanzien van beschermde soorten flora en fauna
(flora- en fauna-activiteiten). Provincies zijn in de regel het bevoegd gezag voor
het afgeven van een dergelijke gebiedsvergunning, waarbij iedere provincie in beginsel
alleen bevoegd is voor het verlenen van een gebiedsvergunning voor handelingen die
plaatsvinden binnen de eigen provinciegrenzen. Het opstellen van één landelijk dekkend
SMP voor de wolf zal waarschijnlijk onvoldoende gedetailleerde gebiedspecifieke informatie
bieden om te kunnen gebruiken als basis voor verschillende gebiedsvergunningen in
meerdere provincies. Het ligt daarom meer voor de hand om, indien SMP’s inderdaad
als kansrijke oplossingsrichting worden gezien, specifiek op provincies toegesneden
provinciale SMP’s te maken op grond waarvan provincies gebiedsvergunningen kunnen
verlenen. De provincies zijn samen met mijn ministerie aan het verkennen welke juridisch
houdbare mogelijkheden er zijn om sneller een omgevingsvergunning voor een flora-
en fauna-activiteit te kunnen verlenen voor vergunningplichtige handelingen ten aanzien
van de wolf. Daarbinnen is ook de vraag meegenomen of het opstellen van een SMP (één
landelijk dekkend of meerdere op provincies toegesneden SMP’s), met daaraan gekoppeld
het verlenen van een gebiedsvergunning, als één van de oplossingsrichtingen verkend
kan worden. Of dit ook daadwerkelijk zal leiden tot een beter handelingsperspectief
voor vergunningverlening door provincies (of gemeenten) is op dit moment nog niet
te zeggen.
Vraag 8
Acht u het denkbaar dat zenderdata kunnen worden gebruikt om in Europees verband beleidsruimte
te onderbouwen voor maatwerk, zoals het verjagen van wolven of andere maatregelen
om de risico’s verder te beheersen, nu Wageningen University & Reseaerch (WUR) concludeert
dat Nederland niet zelfstandig een gunstige staat van instandhouding van de wolf kan
bereiken?
In navolging op eerdere schriftelijke vragen gesteld door het lid Flach (SGP) van
23 september 2025.
Antwoord 8
Voor het onderbouwen van beleid zijn gegevens uit zenderonderzoek zeer nuttig. Ook
om meer duidelijkheid te krijgen over de staat van instandhouding van wolven in Nederland.
De conclusies uit het onderzoek van WUR zijn voor mij niet voldoende. Er is hier namelijk
enkel door een ecologische bril naar één puzzelstukje van een voor mij veel grotere
puzzel heeft gekeken. Daarom laat ik een aanvullend onderzoek uitvoeren door een andere
internationale deskundige onderzoekspartij. Ik heb de betrokken onderzoekspartij gevraagd
om in dit nieuwe onderzoek de specifieke situatie voor Nederland als klein en dichtbevolkt
land te betrekken en dus juist ook andere relevante perspectieven zoals socio-economische
overwegingen en fysieke veiligheid hier expliciet in mee te nemen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.