Amendement : Amendement van het lid Ergin over een evaluatie na drie jaar
36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen)
Nr. 20
AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN
Ontvangen 24 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Na artikel VI wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL VIa. EVALUATIEBEPALING
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding
van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
van deze wet in de praktijk.
Toelichting
Met dit amendement wordt in de wet vastgelegd dat de herziening van de kerndoelen
na drie jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. Deze bepaling is bedoeld om ervoor
te zorgen dat in een vroeg stadium duidelijk wordt hoe de nieuwe kerndoelen uitwerken
in de praktijk van scholen en leraren, en of zij uitvoerbaar, doelmatig en werkbaar
zijn. Het gaat om een stelselwijziging waarvan de feitelijke effecten pas zichtbaar
worden wanneer scholen daadwerkelijk met de nieuwe kerndoelen, methodes en leerlijnen
werken. Een wettelijke evaluatie na drie jaar waarborgt dat eventuele knelpunten tijdig
en zorgvuldig kunnen worden gesignaleerd, zodat indien nodig vroeg bijsturing kan
plaatsvinden.
De keuze voor een termijn van drie jaar sluit aan bij ervaringen met eerdere onderwijswetgeving.
Bij verschillende veranderingen in het onderwijs, zoals de implementatie van de Wet
Kwaliteit VO, Passend Onderwijs en de Wet Beroep Leraar, bleek dat de belangrijkste
uitvoeringsproblemen al binnen de eerste jaren na invoering zichtbaar werden. Dit
beeld wordt bevestigd in de rijksbrede Handreiking Wetsevaluaties, waarin wordt gesteld
dat de meeste uitvoerings- en doeltreffendheidsproblemen doorgaans binnen twee tot
drie jaar optreden. Scholen vertalen nieuwe wettelijke verplichtingen namelijk relatief
snel naar hun onderwijspraktijk, waardoor eventuele organisatorische, didactische
of financiële knelpunten al binnen deze periode aan het licht komen. Een evaluatie
na drie jaar is daarom volgens indiener een noodzakelijke en proportionele waarborg
die de onderwijspraktijk niet onnodig belast.
Deze vroege evaluatie is vooral noodzakelijk vanwege de introductie van nieuwe kerndoelen,
waarbij in het bijzonder de nieuwe kerndoelen voor burgerschap een belangrijke rol
spelen. Anders dan vakgebonden kerndoelen zijn burgerschapsdoelen normatief en waarde
gericht van aard. Ze raken aan thema’s zoals democratische basiswaarden, omgaan met
verschillen en maatschappelijke verantwoordelijkheid, en worden in scholen met uiteenlopende
identiteiten op verschillende manieren geïnterpreteerd en vormgegeven. Voor dergelijke
kerndoelen is het van groot belang dat wordt onderzocht in hoeverre zij voldoende
ruimte laten voor die diversiteit in de onderwijspraktijk en of scholen in staat zijn
om hun eigen pedagogische en levensbeschouwelijke accenten te blijven aanbrengen.
De mate waarin deze ruimte behouden blijft, is iets dat zich vrijwel direct manifesteert
zodra scholen met de nieuwe kerndoelen gaan werken
Door de evaluatietermijn op drie jaar te stellen, wordt verzekerd dat het parlement
tijdig inzicht krijgt in de werking van de herziening van de kerndoelen, inclusief
de specifieke impact van de burgerschapsdoelen op scholen met verschillende profielen.
Dit maakt het mogelijk om waar nodig tijdig bij te sturen, zodat de actualisering
van het curriculum daadwerkelijk bijdraagt aan kwalitatief goed onderwijs zonder afbreuk
te doen aan de pluriformiteit van het onderwijsstelsel.
Ergin
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Doğukan Ergin, Tweede Kamerlid