Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Paternotte en Bamenga over de situatie in Soedan
Vragen van de leden Paternotte en Bamenga (beiden D66) aan de Minister en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de situatie in Soedan (ingezonden 4 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en de Staatssecretaris van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 24 november 2025).
Vraag 1
Deelt u de zorgen over de situatie in El Fasher, waar de Rapid Support Forces (RSF)
de macht hebben gegrepen en in slechts een week al tienduizenden burgers hebben vermoord?
Antwoord 1
Het kabinet is bekend met de berichtgeving over het geweld tegen burgers in El Fasher
en omliggende gebieden in Soedan en deelt de zorgen hierover.
Vraag 2
Bent u, zoals de Amerikaanse regering reeds in januari van dit jaar deed, bereid de
acties van de RSF te bestempelen als genocide? Zo nee, waarom niet?1
Antwoord 2
Genocide is een uiterst serieuze kwalificatie en daarom zijn we in de regel terughoudend
om situaties als genocide te kwalificeren. Om genocide vast te stellen, moet aan alle
elementen van de juridische definitie van genocide uit het Genocideverdrag worden
voldaan: het aantonen van één of meerdere handelingen uit het Genocideverdrag én van
genocidale opzet. Hierbij geldt een hoge bewijslast en is grondig feitenonderzoek
noodzakelijk. Daarom zijn uitspraken van internationale gerechts- en strafhoven, eenduidige
conclusies volgend uit wetenschappelijk onderzoek, of vaststellingen door de VN-
Veiligheidsraad voor het kabinet zwaarwegend bij het kwalificeren van dergelijke handelingen
als genocide.
Vraag 3
Welke mogelijkheden voor sancties jegens de RSF ziet u nog? Bent u bereid alles op
alles te zetten deze sancties op te leggen, waar mogelijk in internationaal of Europees
verband, maar indien nodig met een groep gelijkgestemde landen?
Antwoord 3
Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in november zijn sancties aangenomen tegen Abdelrahim
Hamdan Dagalo, de tweede man binnen de RSF en broer van Hemedti, leider van de RSF.
Conform de motie-Piri c.s. (21 501-02, nr. 3278) en motie-Piri (21 501-02, nr. 3279) heeft Nederland tijdens de Raad gepleit voor aanvullende sancties tegen verantwoordelijken
voor de oorlog, zowel binnen als buiten Soedan, en inclusief de strijdende partijen
op het hoogste niveau.
Vraag 4
Bent u bekend met het feit dat zowel uit de Verenigde Staten (VS) als uit het Verenigd
Koninkrijk (VK) wapens worden geëxporteerd naar de Verenigde Arabische Emiraten, waarvan
bekend is dat deze wapens ook in handen van de RSF vallen?2,
3
Antwoord 4
Het kabinet is bekend met de berichtgeving hierover.
Vraag 5
Heeft u uw collega’s uit de VS en het VK hierop aangesproken? Zo nee, bent u bereid
met hen in overleg te treden hierover?
Antwoord 5
Nederland is met verschillende bondgenoten in gesprek over de situatie in Soedan.
Die gesprekken omvatten een breed scala aan relevante thema’s vanuit de gedeelde ambitie
de situatie in Soedan te verbeteren.
Vraag 6 en 7
Deelt u de zorgen dat ook militaire goederen uit Nederland in handen van de RSF eindigen,
gezien het feit dat Nederland sinds 2023 weer militaire goederen aan de Verenigde
Arabische Emiraten levert?
Welke garantie heeft u van de Verenigde Arabische Emiraten dat deze goederen niet
in Soedan eindigen? Op welke manier controleert u dit?
Antwoord 6 en 7
Het kabinet toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen
per geval en zorgvuldig conform het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole
(2008/944/GBVB), met onder andere specifieke aandacht voor het risico op omleiding
van de goederen naar ongewenste eindgebruikers. Voor de afgegeven uitvoervergunningen
naar de VAE is geen risico op omleiding van de betreffende goederen naar Soedan vastgesteld.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om goederen ten behoeve van marineschepen met als eindgebruiker
de VAE marine. Gelet op het feit dat er in Soedan geen sprake is van een maritiem
conflict is het niet aannemelijk dat dergelijke goederen zouden worden omgeleid naar
Soedan.
Vraag 8
Op welke manier zet u druk op de Verenigde Arabische Emiraten om geen wapens meer
te leveren aan de RSF? Bent u bereid drukmiddelen in te zetten om deze leveringen
te voorkomen en zo ja, welke?
Antwoord 8
Het kabinet heeft conform motie-Ceder c.s. (21 501-02, nr. 3276) tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in november gepleit voor engagement vanuit de
EU met externe actoren, inclusief in de context van EU-GCC relaties. Daarnaast spreekt
Nederland binnen de brede bilaterale relatie met de Verenigde Arabische Emiraten (VAE)
ook over de situatie in Soedan, zowel op politiek als hoog-ambtelijk niveau. Zo sprak
de Minister van Buitenlandse Zaken op 19 november jl. met de Minister van Buitenlandse
Zaken, Sheikh Abdullah bin Zayed Al Nahyan, waar aandacht is gevraagd voor de situatie
in El Fasher en het belang is onderstreept om te komen tot een einde aan het geweld.
Inzet van de gesprekken is constructief engagement met de VAE als een relevante actor
die aangeeft bij te willen dragen aan een einde van het conflict.
De VAE maakt onderdeel uit van het Quad initiatief – een samenwerkingsverband met
de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en Egypte. De Quad heeft in een verklaring in september
jl. opgeroepen tot een wapenstilstand en noemde een einde aan externe militaire steun
cruciaal voor het beëindigen van het conflict. De Quad spreekt met beide partijen
om een einde te maken aan het conflict.
Het is in algemene zin van belang om wapentoevoer en financiële stromen richting de
strijdende partijen in te dammen, met als doel een eind te maken aan het geweld. Nederland
pleit tot maatregelen hiertoe in EU-verband, waaronder bijvoorbeeld het oproepen tot
een VN-wapenembargo voor geheel Soedan.
Nederland spreekt bovendien externe actoren aan op hun verantwoordelijkheid om geen
handelingen te verrichten die het conflict voeden en om in te zetten op de-escalatie,
naleving van het humanitair oorlogsrecht en ongehinderde humanitaire toegang.
Vraag 9
Bent u bereid een extra financiële en/of personele inzet te leveren ten behoeve van
waarheidsvinding in Darfur en andere delen van Soedan?
Antwoord 9
Nederland is augustus jl. toegetreden tot de kerngroep van landen (bestaande uit het
Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Noorwegen en Ierland) die zich inzet voor de verlenging
van de resolutie over het mandaat van de Independent International Fact Finding Mission for the Sudan (FFM). Op 6 oktober jl. is deze resolutie aangenomen en is het mandaat van de FFM
met een jaar verlengd. Nederland levert hiermee een extra inspanning om ervoor te
zorgen dat dit instrument voor Soedan behouden blijft en dat schendingen van het humanitair
oorlogsrecht worden gedocumenteerd.
Op vrijdag 14 november jl. heeft in de Mensenrechtenraad, op verzoek van de Soedan-kerngroep
waar Nederland deel van uitmaakt, een sessie plaatsgevonden over de mogelijke misdaden
tegen burgers in en om El Fasher. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft hierbij
het belang van waarheidsvinding benadrukt en opgeroepen tot naleving van het internationaal
humanitair recht, het VN-wapenembargo en het waarborgen van voldoende humanitaire
hulp.
Het is niet mogelijk voor individuele VN-lidstaten om onafhankelijke onderzoekscommissies,
zoals de FFM, rechtstreeks financieel te ondersteunen. Nederland zet zich er wel voor
in dat binnen het reguliere VN-budget voldoende middelen worden gereserveerd voor
dergelijke onafhankelijke onderzoeksmechanismen.
Nederland draagt sinds 2023, via partnerorganisatie Justice Rapid Response (JRR), bij aan het werk van de FFM. JRR heeft de FFM versterkt met juridische expertise
op het gebied van gender en kinderrechten. Daarmee heeft Nederland, via JRR, bijgedragen
aan het werk van de FFM, onder meer op het terrein van conflict-related sexual violence (CRSV).
Daarnaast steunt Nederland in 2025 het landenkantoor van de Hoge Commissaris voor
de Mensenrechten (OHCHR) in Soedan met EUR 1,5 miljoen. Het landenkantoor documenteert,
monitort en rapporteert over de mensenrechtensituatie in Soedan en ondersteunt daarmee
indirect de werkzaamheden van de FFM.
Vraag 10
Welke steun levert Nederland momenteel aan journalisten in en rondom Soedan? Bent
u bereid deze steun op te voeren?
Antwoord 10
Nederland steunt vanuit het centrale mensenrechtenfonds het werk van Free Press Unlimited en Reporters Without Borders via het Safety for Voices-subsidiekader. Deze organisaties bieden fysieke, juridische, digitale, financiële
en psychosociale hulp aan journalisten in nood. Zij zijn wereldwijd actief, ook in
Soedan.
Daarnaast biedt de post Khartoem voor een bedrag van EUR 1,85 miljoen ondersteuning
aan lokale mensenrechtenverdedigers, waaronder journalisten, in nood via DefendDefenders. Ook wordt het onafhankelijke Soedanese nieuwsplatform Radio Dabanga ondersteund
met EUR 750.000. Tot slot ondersteunt Nederland het OHCHR-kantoor met EUR 2 miljoen
om de mensenrechtensituatie in Soedan te versterken, onder meer door netwerken van
journalisten te ondersteunen.
Vraag 11
Welke humanitaire hulp levert Nederland momenteel aan Soedan en specifiek de vluchtelingenkampen
in de omgeving van Noord-Darfur? Bent u bereid deze hulp te verstevigen, met name
op het gebied van medische zorg en voedsel? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Zoals eerder gecommuniceerd aan uw Kamer in de Kamerbrief Humanitaire situatie Soedan
en specifiek El Fasher (d.d. 24 september 2025, 29 237, nr. 234) ondersteunt Nederland humanitaire organisaties die in Soedan werkzaam zijn bij het
adresseren van de meest urgente noden, inclusief medische zorg en voedselvoorziening
in de vluchtelingenkampen in Noord-Darfoer, zoals in Tawila. Dit gebeurt via flexibele
financiering aan de belangrijkste VN-organisaties (waaronder het Wereldvoedselprogramma
(WFP) en UNICEF) en de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging, evenals via financiering
specifiek voor Soedan (via de Dutch Relief Alliance en het VN-landenfonds Sudan Humanitarian Fund (SHF)). De Nederlandse wijze van voorfinancieren geeft hulporganisaties de ruimte
om snel en flexibel te reageren op crises zoals deze, en waar nodig en mogelijk hun
inzet te intensiveren.
Sinds de inname van El Fasher, de wreedheden die daar plaatsvinden en de stroom mensen
die de stad ontvluchten, heeft het Central Emergency Response Fund (CERF) van de VN USD 20 miljoen beschikbaar gesteld voor humanitaire hulp aan de
getroffen bevolking en vluchtelingen. Daarnaast heeft het SHF in 2025 reeds USD 48 miljoen
gealloceerd voor humanitaire hulp in zowel Kordofan als Darfoer. Nederland is voor
zowel het CERF als het SHF een van de belangrijkste donoren.
Vraag 12
Kunt u deze vragen binnen een week beantwoorden?
Antwoord 12
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.