Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Korte over het artikel ‘Cordaan en Amsterdam UMC stoppen na zeven jaar met Wijkkliniek in Zuidoost’
Vragen van het lid De Korte (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister en Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Cordaan en Amsterdam UMC stoppen met Wijkkliniek» (ingezonden 14 oktober 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Pouw-Verweij (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
24 november 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 343.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht uit Skipr «Cordaan en Amsterdam UMC stoppen met Wijkkliniek»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wanneer bent u op de hoogte gebracht dat de wijkkliniek in Amsterdam ZuidOost per
1 december 2025 verdwijnt?
Antwoord 2
Ik ben op 8 oktober 2025 door Zorgverzekeraars Nederland geïnformeerd over het stoppen
van de wijkkliniek in Amsterdam Zuidoost.
Vraag 3
Bent u ervan op de hoogte dat het doel van de wijkkliniek was om ouderen met een acute,
medische zorgvraag te behandelen in een omgeving die voor hun herstel beter is dan
een ziekenhuis?
Antwoord 3
De wijkkliniek heeft als doel om acute medische zorg en herstelgerichte ondersteuning
te bieden aan ouderen. Ik zie veel waarde in het concept van de wijkkliniek. Onderzoek2 toont aan dat deze vorm van zorg effectief is en onnodige ziekenhuisopnames voorkomt.
Het concept wordt inmiddels succesvol toegepast bij andere zorgaanbieders zoals ZZG
Zorggroep, Pantein en De Zorgcirkel. Het is daarom belangrijk onderscheid te maken
tussen de landelijke ontwikkeling van het concept wijkkliniek en de specifieke situatie
van Cordaan in Amsterdam. Het stoppen van de wijkkliniek in Amsterdam betekent niet
dat het concept als geheel verdwijnt.
Vraag 4
Wat is uw reactie op het bericht dat de zorgverzekeraars deze acute, medische zorg
alleen willen inkopen als het wordt aangeboden als onderdeel van een geriatrische
revalidatie-afdeling van de verpleging, verzorging en thuiszorg (vvt), die gesitueerd
is in ziekenhuizen met een spoedeisende hulp (SEH) en dus niet meer in een verpleeghuis,
zoals nu nog het geval is?
Antwoord 4
Het afgelopen jaar heeft een evaluatie van het zorgconcept plaatsgevonden als onderdeel
van het leren en verbeteren met de proeftuinen wijkkliniek door het projectteam wijkkliniek.
De bevindingen zijn gepubliceerd in «Recente ontwikkelingen leernetwerk acute ouderenzorg
– proeftuinen wijkkliniek»3.
Zorgverzekeraars hebben op basis van deze evaluatie en de data-analyse van de kosten
de conclusie getrokken dat het wenselijk is dat de wijkkliniek is gepositioneerd nabij
een spoedeisende hulp. Dit voorkomt dat er ambulancevervoer nodig is voor de verplaatsing
van de patiënt.
Uit de evaluatie van zorgverzekeraars blijkt dat de locatie van de wijkkliniek nadrukkelijk
niet binnen een ziekenhuis hoeft te zijn. Het heeft juist de voorkeur dat deze zorgvorm
aangeboden wordt in een setting waar ook andere vormen van ouderenzorg worden geleverd.
Dit betreft vaak verpleeghuizen met afdelingen eerstelijnsverblijf (Elv) en/of geriatrische
revalidatiezorg (Grz).
Vraag 5
Wat is uw reactie dat de zorgverzekeraars vinden dat de specialist ouderenzorg verantwoordelijk
moet zijn voor de behandeling en daartegenover Cordaan en Amsterdam UMC vinden dat
verantwoordelijkheid juist bij een medisch specialist moet liggen, zoals een klinisch
geriater of internist ouderengeneeskunde, aangezien het om acute medische ouderenzorg
gaat?
Antwoord 5
Ik vind het belangrijk dat partijen tot één gedragen visie komen, gebaseerd op onderzoek
en passend bij de landelijke ambitie voor toekomstbestendige ouderenzorg. Zoals in
het antwoord op vraag 4 beschreven heeft er een evaluatie van het zorgconcept wijkkliniek
plaatsgevonden. Uit deze evaluatie blijkt dat de specialist ouderengeneeskunde (SO)
de functie van regiebehandelaar kan vervullen, ook voor de complexe wijkkliniekzorg.
Hieruit blijkt ook dat consultatie van een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde
daarbij wenselijk is. Voor de complexere wijkkliniekzorg vinden de proeftuinen medebehandeling
van een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde noodzakelijk.
Vraag 6
Wat is uw reactie op het feit dat de zorgverzekeraars en Cordaan/Amsterdam UMC er
niet uit zijn gekomen om de wijkkliniek in Amsterdam ZuidOost te behouden?
Antwoord 6
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 zie ik veel waarde in het concept van
de wijkkliniek. Het vormt een positieve stap in de beweging naar passende zorg.
Het besluit van Cordaan om te stoppen met de wijkkliniek in Amsterdam heeft te maken
met meerdere factoren. De betrokken partijen verschillen van inzicht over de verdere
doorontwikkeling van het concept, onder meer over de locatie waar deze zorg moet plaatsvinden
en wie de regiebehandelaar is. Daarnaast spelen ook organisatorische en financiële
overwegingen mee.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet toe op zorgvuldige contractering en gaat
samen met het Zorginstituut Nederland (ZiNL), in gesprek met Cordaan, Zilveren Kruis
en het Amsterdam UMC om te begrijpen wat er is gebeurd en welke lessen hieruit getrokken
kunnen worden.
Vraag 7
Kunt u uiteenzetten op welke onderdelen de beleidswijziging van de zorgverzekeraars
overeenkomt met het rapport van Zorginstituut Nederland over «Kortdurende zorg in
het tijdelijk verblijf en thuis», en op welke punten deze daarvan afwijkt?
Antwoord 7
In het advies van het ZiNL wordt aangegeven dat het wenselijk is dat er wordt toegewerkt
naar één tijdelijk verblijf voor kortdurende zorg in de Zvw. Dit omvat niet alleen
de wijkkliniek, maar ook Grz en Elv. Het aanbieden van deze zorgvormen op één locatie
voorkomt verplaatsing van patiënten wanneer op- of afschalen van zorg nodig is.
De regiebehandelaar in de wijkkliniek kan wat betreft het ZiNL een SO of medisch specialist
zijn. De zorgverzekeraars zien de SO als regiebehandelaar, eventueel met de medische
specialist als medebehandelaar.
Vraag 8
Wat is uw reactie op het feit dat sluiting van de wijkkliniek ertoe leidt dat ouderen
vaker in het ziekenhuis worden opgenomen, terwijl dit juist leidt tot duurdere zorg
en onnodige druk op de tweedelijnszorg?
Antwoord 8
Het stoppen van één aanbieder verandert niets aan de ambitie om onnodige ziekenhuisopnames
bij ouderen te voorkomen. Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 3 wordt het
zorgconcept inmiddels succesvol toegepast bij andere zorgaanbieders. De komende tijd
wordt het zorgconcept verder opgeschaald. Zorgverzekeraars geven aan zich in te spannen
om in 2026 het aantal proeftuinen uit te breiden van vijf naar tien. Hierdoor is de
verwachting dat landelijk minder ouderen onnodig opgenomen worden in een ziekenhuis.
Vraag 9
Wat is uw reactie op de dreiging dat het unieke zorgconcept van de wijkkliniek en
daarmee toekomstgerichte zorg, gericht op de vergrijzing, verdwijnt?
Antwoord 9
Zoals eerder in het antwoord op vraag 8 sta ik achter het concept van de wijkkliniek
en wordt dit concept juist verder opgeschaald.
Vraag 10
Bent u bereid zich maximaal in te zetten voor het behoud van de wijkkliniek? Zo nee,
wat zijn hiervoor de overwegingen? Zo ja, welke concrete stappen worden daarbij overwogen?
Antwoord 10
Het concept wijkkliniek is in mijn ogen een belangrijke toevoeging aan het aanbod
van revalidatie- en herstelgerichte zorg. Dit moet, in een gedragen visie door zorgverzekeraars,
aanbieders en patiënten, een vaste plek krijgen. Tijdens het bekostigingsexperiment
revalidatie- en herstelzorg, wordt deze zorgvorm geëvalueerd en wordt bepaald welke
vorm van bekostiging het meest passend is. Daarmee wordt toegewerkt naar structurele
bekostiging.
Ondertekenaars
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.