Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over opgelegde dwangsommen voor het niet halen van klimaatdoelen uit het Klimaatfonds betalen
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over opgelegde dwangsommen voor het niet halen van klimaatdoelen uit het Klimaatfonds betalen (ingezonden 5 november 2025).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 24 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten dat de staat voorbereidingen treft om noodmaatregelen
te nemen om de CO2-uitstoot snel te verminderen, met hoge kosten tot gevolg, en dat de kosten daarvoor,
en mogelijke dwangsommen, uit het Klimaatfonds zullen worden betaald?1
2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoeveel geld uit het Klimaatfonds is tot nu toe besteed aan uitgaven die niet bijdragen
aan het verminderen van de uitstoot, zoals het verlagen van de energierekening en
het compenseren van fossiele subsidies?
Antwoord 2
Conform de Tijdelijke wet Klimaatfonds dienen middelen uit het fonds uitgegeven te
worden aan additionele maatregelen die bijdragen aan het behalen van de reductiedoelstellingen
in de Klimaatwet, de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, economie
en samenleving en een rechtvaardige klimaattransitie. Dit is ook het uitgangspunt
voor het huidige kabinet. Middelen zijn bedoeld voor maatregelen binnen het klimaat-
en energiedomein, waarbij de scope breder is dan puur CO2-reductie. Ook andere belangen tellen mee die de transitie vooruit helpen. Het is
belangrijk dat er draagvlak blijft voor klimaat- en energiebeleid en dat burgers en
bedrijven niet worden geconfronteerd met (te) hoge energiekosten. Dit remt niet alleen
de verduurzaming, bijvoorbeeld middels elektrificatie, maar draagt ook niet bij aan
de ervaren rechtvaardigheid in het licht van de transitie. Om die reden heeft het
kabinet dit voorjaar ook middelen uit het Klimaatfonds beschikbaar gesteld die energierekening
voor huishoudens en bedrijven verlagen en tegelijkertijd een prikkel geven voor elektrificatie.
Voor een exact verloop van de toevoegingen, onttrekkingen en uitgaven van het fonds
– verwijs ik u naar Hoofdstuk 2 van de Meerjarenprogramma’s Klimaatfonds van de afgelopen
jaren.
Vraag 3
Vindt u het wenselijk dat belastinggeld uit het Klimaatfonds, dat bedoeld is voor
klimaatmaatregelen, wordt gebruikt om juridische boetes en dwangsommen wegens tekortkomingen
in het klimaatbeleid te betalen?
Antwoord 3
Nee. De middelen uit het Klimaatfonds zijn wettelijk bestemd voor maatregelen die
bijdragen aan emissiereductie en aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening.
Het betalen van boetes of dwangsommen valt niet binnen deze wettelijke bestemming.
Bovendien zijn de middelen binnen het Klimaatfonds op dit moment vrijwel volledig
bestemd voor klimaatmaatregelen via reserveringen en toekenningen onder voorwaarden,
waardoor betaling van dwangsommen uit het Klimaatfonds ten kosten zou gaan van emissiereductie
die door deze maatregelen in 2030 zou worden gerealiseerd. Het aanwenden van middelen
uit het Klimaatfonds voor het betalen van dwangsommen is om deze redenen niet wenselijk.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat uw juridische analyses inderdaad concluderen dat het niet halen
van de klimaatdoelen van 2030 tot schade zullen leiden? Ben u bereid de bedoelde juridische
analyses te delen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Er is een ambtelijke juridische notitie opgesteld die mogelijke risico’s schetst van
ontoereikend beleid voor het nastreven van klimaat- en energiedoelen. Het kabinet
heeft deze notitie niet openbaar gemaakt, omdat die, toen en nu, informatie bevat
die het procesbelang van de Staat kan schaden.
Vraag 5
Mag het Klimaatfonds wettelijk worden ingezet voor het betalen van dwangsommen? Zo
ja, waar baseert u dat op?
Antwoord 5
Zoals in het antwoord op vraag 3 is toegelicht, zijn de middelen uit het Klimaatfonds
op grond van de Tijdelijke wet Klimaatfonds bestemd voor maatregelen die bijdragen
aan emissiereductie en aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening
en samenleving. Het betalen van dwangsommen valt niet binnen het in de Tijdelijke
wet Klimaatfonds geformuleerde doel. Uiteraard heeft de Kamer budgetrecht en kan zij
beslissen over uitgaven van middelen uit het fonds.
Vraag 6
Op welke manier denkt u de klimaatdoelen te halen als middelen uit het Klimaatfonds
naar juridische boetes en dwangsommen gaan in plaats van naar klimaatmaatregelen?
Op welke manier gaat u de gebruikte middelen uit het Klimaatfonds compenseren?
Antwoord 6
De inzet van het kabinet is gericht op het binnen bereik brengen van de klimaatdoelen
onder andere door het op orde krijgen van de randvoorwaarden in de uitvoering en logische
stappen in de sectoren.
Aan de Staat zijn geen boetes of dwangsommen opgelegd in klimaatprocedures. Er is
dus geen sprake van verbeurte van dwangsommen, noch van betalingen van dwangsommen
of boetes ten laste van het Klimaatfonds.
Vraag 7
Hoe verhouden de waarschuwingen van ambtenaren voor de gevolgen van niet-nakoming
van de klimaatverplichtingen en het voornemen om dwangsommen uit het Klimaatfonds
te betalen zich tot de publieke stellingname, waaronder in juridische zaken, van de
regering dat het behalen van de klimaatdoelen voor 2030 een «streefdoel» is en niet
als een juridisch afdwingbare verplichting?
Antwoord 7
Het nationale 2030-doel van de Klimaatwet is een streefdoel dat niet rechtstreeks
juridisch afdwingbaar is. Het kabinet moet zich inspannen om dit doel na te streven,
en het parlement kan het kabinet daarop aanspreken. De Klimaatwet waarborgt politieke
controle op de voortgang van het klimaatbeleid.
Op grond van andere rechtsbronnen, zoals het Unierecht en het Europees Verdrag voor
de Rechten van de Mens (EVRM), gelden ook klimaatverplichtingen. Zoals onder meer
uit het Urgenda-arrest blijkt, kan de rechter bindende uitspraken doen over klimaatverplichtingen
op basis van het EVRM.
Vraag 8
Kan op basis van de waarschuwingen van ambtenaren worden geconcludeerd dat de Nederlandse
regering er vanuit gaat dat de klimaatdoelen van 2030 niet zullen worden gehaald?
Antwoord 8
De inzet van het kabinet blijft gericht op het binnen bereik brengen van de klimaatdoelen
onder andere door het op orde krijgen van de randvoorwaarden in de uitvoering en logische
stappen in de sectoren.
Vraag 9
Bent u het eens met de stelling dat het geld uit het Klimaatfonds vele malen beter
geïnvesteerd kan worden om het structureel behalen van de klimaatdoelen zeker te stellen
en verdere rechtszaken, met mogelijk hoge dwangsommen, te voorkomen? Zo ja, welke
maatregelen neemt u daartoe?
Antwoord 9
Besluitvorming over de besteding van middelen in het Klimaatfonds heeft afgelopen
jaren plaatsgevonden, waarbij samen met de verantwoordelijk sectorministers en de
Minister van Financiën is gekeken naar wat er in de verschillende sectoren nodig is
om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen voor 2030 en 2050. Dit is gebeurd
in samenhang met normerend en beprijzend beleid, en het beleid gericht op het op orde
brengen van de randvoorwaarden. Herbestemming van middelen voor de maatregelen uit
het fonds zou direct ten kosten gaan van deze evenwichtige mix.
Vraag 10
Wanneer kan de Kamer de door u toegezegde analyse van de Advisory Opinion van het
Internationaal Gerechtshof verwachten, waaruit mogelijk extra klimaatverplichtingen
voor Nederland volgen?
Antwoord 10
Het streven is de toegezegde reactie voor 1 januari 2026 te versturen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.