Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over de effectiviteit en handhaafbaarheid van contact- en locatieverboden, met name in digitale context
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de effectiviteit en handhaafbaarheid van contact- en locatieverboden, met name in digitale context (ingezonden 1 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) en van Staatssecretaris
Rutte (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 24 november 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 264.
Vraag 1
Bent u bekend met signalen dat slachtoffers, ondanks een opgelegd contact- en locatieverbod
als bijzondere voorwaarde of beschermingsmaatregel (artikel 38v Wetboek van Strafrecht),
toch digitaal worden belaagd via bijvoorbeeld sociale media dan wel whatsapp?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Beschikt u over cijfers over de mate waarin contact- en locatieverboden digitaal worden
overtreden, en welke gevolgen dit heeft voor de veiligheid en gemoedsrust van slachtoffers?
Antwoord 2
Nee, zowel de politie als de reclassering beschikken niet over deze cijfers. De reclassering
heeft wel inzicht in het aantal overtredingen van contact- en locatieverboden, maar
daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen fysieke en digitale overtredingen. Wij
realiseren ons dat als een contact- of locatieverbod wordt overtreden dit ingrijpend
kan zijn voor slachtoffers. Het kan invloed hebben op het gevoel van veiligheid en
privacy en slachtoffers kunnen zich beperkt voelen in hun vrijheid en veiligheid.
Het is van belang om altijd melding te maken bij de politie bij overtreding van het
contact- of locatieverbod. Op deze wijze kan worden bezien of en welke verdere maatregelen
genomen kunnen worden. De politie heeft bevoegdheden om op te treden.
Vraag 3 en 4
Klopt het dat de politie in dergelijke gevallen vaak geen bevoegdheid heeft om te
onderzoeken wie achter een anoniem of vals nummer of social media account zit, ook
als het aannemelijk is dat dit nummer dan wel account wordt gebruikt om het contactverbod
te omzeilen?
Zo ja, deelt u de mening dat dit de werking en bescherming van contact- en locatieverboden
ernstig ondermijnt, omdat digitale communicatie een steeds groter aandeel heeft in
belaging en intimidatie? Zo nee, welke bevoegdheid heeft de politie dan wel om dit
te onderzoeken?
Antwoord 3 en 4
De opsporingsambtenaar en de officier van justitie hebben bevoegdheden om te onderzoeken
wie achter een digitaal account zit. Wanneer de overtreding van het opgelegde verbod
tevens een (verdenking van een) nieuw strafbaar feit oplevert – bijvoorbeeld stalking
(artikel 285b Wetboek van Strafrecht) – dan kan in voorkomende gevallen een bevel
tot verstrekking van gegevens worden gericht aan een aanbieder van een communicatiedienst
op grond van artikel 126n (verkeers- en locatiegegevens), artikel 126na, eerste lid
(identificerende gegevens) of artikel 126ng (andersoortige gegevens) van het Wetboek
van Strafvordering (Sv). Indien de overtreding van het verbod geen nieuw strafbaar
feit oplevert, dan kan artikel 6:3:14, vijfde lid, Sv een grondslag bieden om gegevens
op te vragen. Deze bepaling geeft de officier van justitie de bevoegdheid om – indien
dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor het toezicht op de naleving van een opgelegd
verbod – tot eenieder een vordering te richten om inlichtingen te verstrekken. Indien
een slachtoffer bijvoorbeeld wordt benaderd door een digitaal account en er aanwijzingen
zijn dat dit account wordt gebruikt door degene aan wie in relatie tot het slachtoffer
een contactverbod is opgelegd, dan kan het opvragen van gegevens noodzakelijk zijn
voor het toezicht op de naleving van dat contactverbod.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het risico op secundaire victimisatie wanneer een slachtoffer keer
op keer opnieuw aangifte moet doen, zonder dat duidelijk is of de overtreding van
het verbod effectief kan worden onderzocht en gehandhaafd?
Antwoord 5
In geval van een herhaalde overtreding van een locatie- of contactverbod kan na een
eerste aangifte bij de politie, worden volstaan met een melding van iedere overtreding.
Zoals in het antwoord op vraag 2 is opgemerkt blijft het van belang om steeds melding
bij de politie te doen zodat bij voldoende bewijs een nieuw strafrechtelijk onderzoek
kan plaatsvinden. Wij beseffen dat dit voor slachtoffers belastend kan zijn. Daarom
kunnenslachtoffers die dit wensen gebruik maken van de gratis hulp en ondersteuning
door Slachtofferhulp Nederland (SHN). Indien meer gespecialiseerde hulp nodig is,
wordt een slachtoffer door SHN doorverwezen naar gespecialiseerde instanties. Ook
hebben slachtoffers van stalking recht op een gratis slachtofferadvocaat. Daarnaast
kunnen slachtoffers gebruikmaken van het meldpunt Helpwanted van de stichting Offlimits.
Naar aanleiding van aanbevelingen van de Inspectie Justitie en Veiligheid zijn ontwikkelingen
op het gebied van beter contact met en ondersteuning voor slachtoffers van (ex-)partnerstalking
in gang gezet. Bij de politie wordt ingezet op het goed organiseren van interne casusregie:
elk basisteam moet minimaal twee casusregisseurs stalking hebben die bij gemiddelde
en hoog risico stalkingscasuïstiek regie voeren. Daarbij hoort ook het zicht houden
op overtredingen van (online) locatie-en gebiedsverboden. Ook wordt breder dan alleen
bij de politie ingezet op een beter contact met en begeleiding van slachtoffers van
(ex-)partnerstalking, omdat dit niet enkel een verantwoordelijkheid van de politie
is. Dit gebeurt verder met betrokken organisaties zoals het Openbaar Ministerie, Veilig
Thuis en SHN samen met de Ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid
Welzijn en Sport. Bij dit verbetertraject wordt onder meer ook de expertise vanuit
de advocatuur benut.
Vraag 6
Welke mogelijkheden bestaan er voor slachtoffers om bij overtreding van een contact-
of locatieverbod via digitale kanalen effectieve bescherming af te dwingen?
Antwoord 6
Een contactverbod omvat elke vorm van contact. Dit betekent dat ook digitaal contact
niet is toegestaan als een contact- of locatieverbod is opgelegd. Het CJIB zet opgelegde
contact- en locatieverboden uit bij de reclassering indien de veroordeelde een enkelband
opgelegd heeft gekregen of de politie als er geen enkelband is opgelegd. Bij het overtreden
van het contactverbod is het van belang dat het slachtoffer bij de politie melding
doet van overtreding van het contact of locatieverbod. Door de politie moet dan worden
geconstateerd dat sprake is van een overtreding door de veroordeelde. Daarnaast kan
het slachtoffer bij de website en de social media-platforms waar het contact is ontstaan
melding maken van de cyberstalker. Het is zaak de stalker overal te blokkeren. Op
www.helpwanted.nl/onderwerpen/cyberstalking staan handleidingen per social-mediaplatform. Ook staan op de site van SHN veel tips
ter beveiliging en bescherming bij stalking. Het slachtoffer dient zoveel als mogelijk
screenshots en bewijs te verzamelen van hoe de cyberstalker te werk gaat. Tevens is
op de site van de politie (Brochures over stalking | politie.nl) een brochure beschikbaar wat een slachtoffer bij stalking kan doen en welke online
veiligheidsmaatregelen er getroffen kunnen worden. Deze brochure is in diverse talen
beschikbaar.
Vraag 7 en 8
Acht u het nodig dat wetgeving of de uitvoering daarvan moet worden aangepast, zodat
opsporingsinstanties wanneer er sprake is van een opgelegd verbod door de strafrechter,
wel de mogelijkheid krijgen om in dit soort zaken de herkomst van digitale accounts
te achterhalen? Zo ja, hoe gaat u hier voor zorgen? Zo nee, waarom niet?
Wat kunnen de politie en het Openbaar Ministerie (OM) nog meer doen om digitale contact-
en locatieverboden beter te handhaven? Bent u bereid hierover met de politie en het
OM in overleg te treden?
Antwoord 7 en 8
De politie ervaart in de praktijk soms een gebrek aan bevoegdheden of mogelijkheden
om te komen tot inzet daarvan, met name als er gebruik wordt gemaakt van anonieme
social media-accounts of onbekende telefoonnummers. Het is belangrijk dat opgelegde
verboden gehandhaafd worden en dat het daarvoor in voorkomende gevallen van belang
kan zijn dat de herkomst van digitale accounts kan worden achterhaald. Daarom zal
de Minister van Justitie en Veiligheid de komende periode in afstemming met de betrokken
organisaties verkennen of de hiervoor beschreven bevoegdheden daarvoor volstaan of
dat aanvullende beleidsmatige of wetgevende maatregelen nodig zijn.
Vraag 9
Welke verantwoordelijkheid hebben de sociale mediaplatforms om dit probleem te adresseren
en slachtoffers daadwerkelijk te beschermen? Nemen de social mediaplatforms deze verantwoordelijkheid
serieus genoeg? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, hoe gaat u er voor zorgen dat
zij die verantwoordelijkheid serieuzer gaan nemen?
Antwoord 9
Sociale mediaplatforms zijn verplicht om te acteren op grond van de Digital Services
Act zodra zij weet hebben van cyberstalking. Daarom is het verstandig om naast aangifte
bij de politie, die vooral belast is met het optreden na schending van een contactverbod,
ook een melding te doen bij de relevante online platformen in geval van cyberstalking.
De Autoriteit Consument en Markt is primair verantwoordelijk voor het toezicht op
de naleving van de Digital Services Act in Nederland. De grootste online platformen
vallen onder het toezicht van de Europese Commissie. Mogelijke interventies die de
platformen kunnen doen zijn het account van het slachtoffer onbereikbaar maken voor
de dader of het schorsen van het account van de dader. Het slachtoffer kan zelf een
account van een dader blokkeren zodat berichten van de dader niet meer bij het slachtoffer
aan kunnen komen. Daarnaast kan een slachtoffer zijn of haar account afschermen zodat
de dader niet via een nieuw account contact kan leggen. Dit kan door het eigen account
op «privé» of «alleen voor vrienden/contacten» te zetten.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.