Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mohandis over burgermotorverkeersregelaars bij wielerkoersen
Vragen van het lid Mohandis (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid over burgermotorverkeersregelaars bij wielerkoersen (ingezonden 16 oktober 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (ontvangen 24 november 2025). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 347.
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het feit dat de wielerkalender onder druk staat door onder
andere capaciteitsproblemen bij de politie, waardoor de inzet van motoragenten beperkt
is?
Antwoord 1
Ja. Op 27 november 2024 heeft mijn ambtsvoorganger, samen met de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat (IenW) en de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV), een brief over
dit onderwerp aan uw Kamer gestuurd.1
Vraag 2
Deelt u de mening dat de inzet van burgermotorverkeersregelaars vanuit de overheid
gestimuleerd dient te worden, zodat wielerwedstrijden op de openbare weg doorgang
kunnen vinden en de politie tevens ontlast kan worden?
Antwoord 2
De verantwoordelijkheid voor een veilig en ordelijk verloop van wielerwedstrijden
ligt bij de organisator van het evenement. De politie adviseert het bevoegd gezag
over het verlenen van de vergunning. De inzet van burgermotorverkeersregelaars moet
plaatsvinden binnen de geldende wettelijke kaders. In bovengenoemde brief is aangegeven
op welke wijze de Rijksoverheid daarbij ondersteunt, bijvoorbeeld door een subsidie
aan de KNWU voor de ontwikkeling van een landelijke richtlijn.
Vraag 3
Wordt de financiering vanuit de Rijksoverheid voor de inzet van burgermotorverkeersregelaars
bij wielerkoersen structureel, zoals het amendement-Van Dijk c.s. beoogd? Zo nee,
waarom niet?2
Antwoord 3
In het amendement wordt het kabinet gevraagd om te verkennen of structurele ondersteuning
mogelijk is, aanvullend op het eenmalige bedrag van 215.000 euro voor de ontwikkeling
van een landelijke richtlijn. Mijn ambtsvoorganger heeft dit met de Minister van JenV
en de Minister van IenW onderzocht. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat het niet
de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid is om de inzet van burgermotorverkeersregelaars
structureel te financieren. Hierover heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer op 18 juni
jl. geïnformeerd.3
Vraag 4
Wat is de status van de richtlijn voor de inzet van burgermotorverkeersregelaars bij
wielerkoersen, waar financiering voor vrij is gemaakt via het eerder genoemde amendement-Van
Dijk c.s.? Is de financiering al rond?
Antwoord 4
De KNWU heeft een start gemaakt met de ontwikkeling van de richtlijn, in samenspraak
met MotorBegeleidingsTeams (MBT’s) en de politie. Doordat de subsidie van het Ministerie
van VWS enige tijd op zich heeft laten wachten, zijn de activiteiten tijdelijk gepauzeerd.
De subsidie is recentelijk aan de KNWU verstrekt, zodat de activiteiten kunnen worden
hervat.
Vraag 5
Hoe staat de politie tegenover de inzet van burgermotorverkeersregelaars bij wielerkoersen?
Antwoord 5
De korpschef heeft de Minister van JenV laten weten dat, overeenkomstig de huidige
wetgeving, de politie van mening is dat de evenementenorganisator verantwoordelijk
is voor een veilig en ordelijk verloop van een wielerwedstrijd. De invulling hiervan
kan plaatsvinden met een breed maatregelenpakket, zoals statische verkeersmaatregelen
en statische- en dynamische verkeersregelaars (burgermotorverkeersregelaars).
Vraag 6
Vallen de collectieve kosten van de inzet burgermotorverkeersregelaars, ondanks een
structurele rijksinvestering, lager uit dan de kosten voor de inzet van motoragenten
bij wielerwedstrijden?
Antwoord 6
Deze vraag is niet goed te beantwoorden. Ten eerste zijn er geen collectieve kosten
verbonden aan de inzet van burgermotorverkeersregelaars. Ten tweede zijn de kosten
voor de inzet van motoragenten bij wielerwedstrijden niet sec te berekenen. De inzet
van motoragenten gaat ten koste van de politiecapaciteit op andere plekken. Het betreft
de inzet van schaarse capaciteit, middelen en opleidingen.
Vraag 7
Waarom wordt de verdeling van politie-eenheden voor wielerkoersen nu lokaal belegd?
Antwoord 7
Een wielerkoers betreft een evenement waarvoor een vergunning wordt verleend door
het bevoegd gezag. De eventuele inzet van politiecapaciteit bij een evenement wordt
bepaald door dit bevoegd gezag, dat is veelal een gemeente of provincie. Het bevoegd
gezag kan een afgewogen beslissing nemen omdat zij goed zicht heeft op de lokale context
en andere evenementen in de omgeving die politie-inzet behoeven. De eventuele politie-inzet
is niet gericht op het faciliteren van het evenement als zodanig.
Vraag 8
Ontvangt u net als ons signalen dat het lokaal beleggen van de verdeling van politie-eenheden
tot problemen leidt en het nationaal organiseren beter werkte?
Antwoord 8
In het verleden is geen sprake geweest van het nationaal organiseren van de verdeling
van politie bij wielerwedstrijden. Wel vond afstemming plaats tussen de KNWU en een
expertgroep van de politie. Hier werd op basis van de kalender van de KNWU besproken
welke politiebegeleiding wenselijk zou zijn. In het gesprek tussen de politie en de
KNWU konden geen toezeggingen worden gedaan. Het bevoegd gezag was niet betrokken
bij deze gesprekken en daarom niet in de gelegenheid om de volle breedte van het evenement,
de samenhang met andere evenementen en de context te overwegen. Om deze afweging goed
te kunnen maken is het van belang dat het al dan niet verlenen van een vergunning
voor een evenement bij het bevoegd gezag belegd is, inclusief het bepalen van de aard
en omvang van eventuele aanvullende politie-inzet rond het evenement.
Vraag 9
Bent u bereid deze keuze te heroverwegen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Nee, aangezien het bevoegd gezag een goed beeld heeft van de context en andere evenementen
in de omgeving die politie-inzet behoeven, is het van belang dat het de keuze maakt
en dat dat niet op nationaal niveau gebeurt.
Vraag 10
Bent u bereid in gesprek te gaan met het veld, onder andere met de KNWU, om te kijken
naar een passende oplossing? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
De Ministeries van IenW, JenV en VWS hebben de afgelopen jaren nauw samengewerkt met
de betrokken stakeholders, waaronder de KNWU, om tot passende oplossingen te komen.
Dit heeft geresulteerd in diverse acties waarover uw Kamer is geïnformeerd via de
eerder genoemde brief. Wij blijven de ontwikkelingen volgen en blijven daarover regelmatig
in gesprek met de partijen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.