Schriftelijke vragen : Het CPB-rapport 'Macro-economische effecten van hogere defensie-uitgaven'
Vragen van het lid Van Lanschot (CDA) aan de Minister en Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Economische Zaken over het CPB-rapport «Macro-economische effecten van hogere defensie-uitgaven» (ingezonden 24 november 2025).
Vraag 1
Onderschrijft u de stelling van het CPB dat op een termijn van 1–4 jaar «de hogere defensie-uitgaven volledig ten koste gaan van andere economische activiteiten
en geen extra toename van het bbp bewerkstelligen.»?1
Vraag 2
Kunt u, indien dat niet het geval is, aangeven waar u verschillen ziet? Bijvoorbeeld
ten aanzien van de onderliggende methodologie (literatuuronderzoek), de gebruikte
data of de daaruit volgende conclusie.
Vraag 3
Deelt u de mening dat we een «once in a generation» kans hebben om toe te groeien
naar de afgesproken NAVO-norm van 3,5% én tegelijkertijd onze Nederlandse en Europese
(defensie-)industrie te versterken?
Vraag 4
Kunt u een overzicht geven van de knoppen waaraan uw ministeries op de korte (1–4
jaar) en langere termijn (5–15 jaar) kunnen draaien om de «defensie-multiplier» te
verhogen?
Vraag 5
Kunt u aangeven welke van deze knoppen u als meest kansrijk ziet? Kunt u een inschatting
geven op hoofdlijnen aan de hand van de variabelen moeite (inclusief kosten) en impact?
Vraag 6
Kunt u aangeven welke initiatieven er vanuit uw ministeries ten aanzien van deze knoppen
lopen?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Duijvenvoorde
(FVD), ingezonden 20 november 2025 (vraagnummer 2025Z20262)
Indieners
-
Gericht aan
R.P. Brekelmans, minister van Defensie -
Gericht aan
G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie -
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Indiener
Maes van Lanschot, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.