Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk over de Geannoteerde Agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 1 december 2025 (Kamerstuk 21501-28-293)
2025D47873 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Defensie hebben de onderstaande fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Defensie over de Raad Buitenlandse
Zaken Defensie op 1 december 2025.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad buitenlandse zaken Defensie van 1 december 2025. Hierover hebben
deze leden nog enkele vragen.
Wat zijn voor het kabinet de rode lijnen waaraan een plan voor een staakt het vuren
in Oekraïne moet voldoen? Op welke manier gaat het kabinet zich inspannen om het wegvallen
van de Amerikaanse wapensteun aan Oekraïne te compenseren? Is het kabinet bereid om
voor 2026 extra geld voor Oekraïne uit te trekken om te voorkomen dat de totale steun
aan Oekraïne terugloopt? Kan het kabinet schetsen wat de laatste stand van zaken is
omtrent het inzetten van Russische bevroren tegoeden voor het financieren van steun
aan Oekraïne, zo vragen deze leden.
Is het kabinet het met de leden van de D66-fractie eens dat Nederland geen financieringsopties
moet blokkeren als het gaat om het militair steunen van Oekraïne? Is het kabinet het
tevens met de leden van de D66-fractie eens dat het ondenkbaar is dat een staakt het
vuren deal door de VS wordt voorbereid zonder Oekraïne en de EU? Hoe kijkt het kabinet
naar het Europese tegenvoorstel in reactie op het 28 punten plan van Trump? Welke
voortgang is er (door Nederland) geboekt op de Priority Capability Areas waar Nederland
een coördinerende rol heeft (drones en militaire mobiliteit), zo vragen deze leden.
De leden van de D66-fractie vragen welke concrete rol het kabinet voor Nederland ziet
bij het realiseren van de vier vlaggenschipprojecten (het European Drone Defence Initiative,
de Eastern Flank Watch, het European Air Shield en het European Space Shield).
Wat is de verwachting over de behandeling van de wetsvoorstellen voor militaire mobiliteit
en het omnibus wetgevingspakket voor een brede vereenvoudiging van EU-wetgeving met
het oog op Europese defensiegereedheid 2030, zo vragen deze leden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse
Zaken Defensie van 1 december 2025 en hebben de volgende vragen en opmerkingen.
Algemeen
De leden van de PVV-fractie vragen of er Raadsconclusies worden aangenomen op deze
RBZ Defensie? Zo ja, welke positie neemt Nederland in?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Raad ook zal spreken over de recente ontwikkelingen
met betrekking tot drones? Zo ja, wat is de inzet van de Minister op de punt?
Militaire steun Oekraïne
De leden van de PVV-fractie verzoeken de Minister het meest recente overzicht te sturen
van de financiële en militaire steun van de afzonderlijke EU-landen aan Oekraïne.
De leden van de PVV-fractie vragen tevens wat exact de inzet is van de Europese Commissie
ten aanzien van herstelleningen aan Oekraïne. In welk stadium bevindt dit initiatief
zich? Deze leden verzoeken de Minister uitgebreider in gaan op de positie die Nederland
voornemens is in te nemen dan de opmerking «Nederland zal daarom tijdens de RBZ Defensie
aangeven dat het van belang is dat zowel militaire als niet-militaire noden van Oekraïne
onderdeel zullen zijn van het voorstel van de Commissie.»
De leden van de PVV-fractie vragen wat het standpunt is van het kabinet ten aanzien
van de opties die door de Europese Commissie zijn uitgewerkt ten aanzien van financiële
steun aan Oekraïne. De leden vragen voorts wat de financiële gevolgen zijn van de
verschillende opties voor Nederland.
Defensiegereedheid
De leden van de PVV-fractie verzoeken de Minister een update te geven over de coördinerende
rol die Nederland op zich heeft genomen op het PCA drones en counterdrones en het
PCA militaire mobiliteit. Voorts vragen deze leden hoe het PCA militaire mobiliteit
zich verhoudt tot het EU Militaire Mobiliteitspakket. Ook vragen deze leden op welke
wijze de Kamer is betrokken bij de voortgang op de verschillende PCA’s.
De leden van de PVV-fractie vragen welke beleidsvoorstellen de routekaart bevat en
wat de positie van Nederland is. Deze leden vragen ook wanneer de besluitvorming wordt
verwacht.
De leden van de PVV-fractie vragen tevens hoe de vlaggenschipprojecten worden gefinancierd.
Wat is het standpunt van het kabinet ten aanzien van de opties die door de Europese
Commissie zijn uitgewerkt over de financiële steun aan Oekraïne? Wat zijn de financiële
gevolgen van de verschillende opties voor Nederland?
De leden van de PVV-fractie vragen wanneer de Minister de besluitvorming op het Defensie
omnibus wetgevingstraject verwacht. Deze leden vragen tevens of de voorstellen op
het gebied van Defensiegereedheid maatregelen bevatten die direct of indirect inwerken
op de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten.
Militaire mobiliteit
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan toezeggen dat er tijdens onderhavige
Raad nog geen onomkeerbare stappen zullen worden gezet op dit dossier.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 1 december 2025 en hebben
nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de boodschap van het kabinet
dat het cruciaal is dat alle EU-lidstaten een substantiële bijdrage leveren aan de
ondersteuning van Oekraïne en daarmee ook de Europese veiligheid. Deze leden zijn
dan ook benieuwd hoe het kabinet andere EU-lidstaten aanspoort om die bijdrage ook
daadwerkelijk op de korte termijn te leveren. Ook worden de leden graag verwittigd
van de initiatieven voor aanschaf van militair materieel voor Oekraïne waarbij andere
lidstaten kunnen aansluiten: om hoeveel en welke projecten gaat het. Hoe kunnen andere
lidstaten aansluiten en hoe groot is het animo?
Daarnaast lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat Nederland een coördinerende
rol op zich heeft genomen op het PCA drones en counterdrones, alsmede het PCA militaire
mobiliteit. Op welke wijze is het kabinet voornemens om concreet invulling te geven
aan deze PCAs, en dan in het bijzonder het PCDA drones en counterdrones gezien de
recente drone-incidenten boven Nederland zelf. Het kabinet schrijft dat de uitwerking
van de vlaggenschipprojecten bij de lidstaten ligt en dat deze vermoedelijk meegenomen
zullen worden in de PCA-trajecten. Hoe is het kabinet voornemens om, samen met Letland
en Kroatië, invulling te geven aan bijvoorbeeld het European Drone Defence Initiative,
aangezien Nederland een coördinerende rol heeft op dit vlak. Deze leden begrijpen
uit eerdere uitspraken van de Minister dat hij al ideeën heeft over het efficiënt
verbeteren van de drone-verdediging in Europa en zien dit graag geconcretiseerd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met enige verbazing gelezen dat het
kabinet nauwe industriële samenwerking met de VS blijft bepleiten. Deze leden zijn
namelijk van mening dat Europa en Nederland zo snel mogelijk afhankelijkheden van
onder andere de VS moeten afbouwen, juist ook om daadwerkelijk een sterke en gelijkwaardige
Europese pilaar binnen de NAVO te bewerkstelligen. Heeft het kabinet een uitgewerkte
strategie om dergelijke afhankelijkheden af te bouwen? Zo ja, hoe rijmt het kabinet
deze oproep tot nauwe industriële samenwerking met de VS dan met dit streven?
Inzake het afbouwen van afhankelijkheden is de versterking van EDA een belangrijke
pilaar. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd welke concrete plannen
voor het versterken van het agentschap er zijn en Nederland, alsook andere lidstaten,
tegen deze plannen aankijken. Het kabinet schrijft dat het van belang is dat EDA haar
activiteiten prioriteert. Welke prioritering heeft het kabinet idealiter voor ogen,
zo vragen deze leden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Raad Buitenlandse Zaken Defensie op 1 december 2025. Deze leden hebben hier enkele
vragen bij.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet de haalbaarheid beoordeelt voor
Nederland van het door de EC voorgestelde streefcijfer van minimaal 40% gezamenlijke
defensie inkoop met andere lidstaten per eind 2027? Gaat dit streefpercentage alleen
om investeringen via het EDA, of betreft dit alle materieelaankoop van EU-landen?
De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe het kabinet de haalbaarheid beoordeelt voor Nederland van het door de EC voorgestelde streefcijfer van minimaal
55% defensie inkoop binnen Europese Defensie Technologische en Industriële Basis (EDTIB)?
Voor welk jaar geldt dit streefcijfer?
Kan het kabinet bij het onderwerp «voortgangsrapport» verzoeken om een dashboard toe
te voegen dat een overzicht geeft van weg te nemen obstakels in EU regelgeving die
versterking van de EDTIB belemmeren?
Kan het kabinet, in lijn met de motie Boswijk (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2962), het diplomatieke voortouw in de EU nemen (naast de EC) om de financieel-juridisch
risico’s van het inzetten van de bevroren Russische tegoeden eerlijk te verdelen over
lidstaten? Zodat België deze risico’s niet alleen draagt en snelle besluitvorming
leidt tot de hoognodige financiële impuls aan de Oekraïense defensie?
Heeft het kabinet de Nederlandse «hotspots» op het gebied van militaire mobiliteit
al opgenomen in de I&W project portfolio en reguliere processen (zoals het MIRT)?
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
De laatste nieuwsberichten over het Oekraïne-conflict geven aanleiding om aan te nemen
dat Oekraïne, en daarmee de VS en de NAVO, aan de vooravond staan om de oorlog in
Oekraïne definitief te verliezen. De Verenigde Staten lijken deze realiteit eindelijk
onder ogen te zien en hebben een voorstel ontwikkeld dat een raamwerk en beginpunt
kan vormen voor serieuze vredesbesprekingen tussen Rusland en Oekraïne in plaats van
een tijdelijk staakt het vuren. Volgens de Russische president is dit voorstel een
geüpdatete versie van de voorstellen die voorafgaand aan de besprekingen in Anchorage
door de VS werden ingebracht, is het nog niet en detail besproken, maar kan het wel
een startpunt vormen. Uiteraard mits Oekraïne zich eraan conformeert.
De leden van de FVD-fractie vragen of het kabinet de mening deelt dat een vredesakkoord
volgens de lijnen van het voorliggende 28-puntenplan een fundamentele heroverweging
zou rechtvaardigen van de thans in ontwikkeling zijnde Europese defensieplannen. Zo
nee, waarom niet?
Wat is de positie van het kabinet over de door de Europese Commissie voorgestelde
streefcijfers van 55% aanschaf in Europa en 40% gezamenlijke aanschaf? Is dit haalbaar
gezien de relatief beperkte productiecapaciteit in Europa in vergelijking met de Europese
bewapeningsambities? Hoe verhoudt dit zich tot toezeggingen gedaan door de EU-Commissie
aan de Amerikaanse President voor wat betreft toekomstige wapenaankopen, zo vragend
de leden van de FVD-fractie.
Hoe beoordeelt het kabinet de door de Commissie voorgestelde tijdlijnen voor het realiseren
van de Prioritised Capability Areas? Verwacht het kabinet dat voor elke prioriteit
voldoende lidstaten zich aanmelden om de capaciteit voor 2030 te realiseren, zo vragen
de leden van de FVD-fractie.
Hoe beoordeelt het kabinet de door de Europese Commissie voorgestelde vlaggenschipprojecten?
Wat is de positie van andere lidstaten? Hoe moeten deze projecten worden gefinancierd?
Hoe verhouden de vlaggenschipprojecten zich tot de Prioritised Capability Areas?
De leden van de FVD-fractie vragen in hoeverre het kabinet verwacht dat EU-lidstaten
bereid zullen zijn om informatie te delen ten behoeve van het monitoringsrapport.
Welke mogelijkheden ziet het kabinet om deze bereidheid te verhogen?
Is het 28-puntenplan met Nederland of Europa gedeeld? Wat is de positie van het kabinet
over het plan? Is het juist dat er meerdere versies van dit plan bestaan, zo vragen
de leden van de FVD-fractie.
Is het kabinet bekend met het artikel in de WSJ «Trump Peace Plan Demands Major Concessions From Ukraine» waarin een hoge Amerikaanse functionaris wordt aangehaald die verklaart dat een
bepaling in het 28-puntenplan over een financiële audit door Oekraïne zou zijn vervangen
door een bepaling over «full amnesty»? Hoe beoordeelt het kabinet dit?
De leden van de FVD-fractie vragen welke mogelijkheden het kabinet ziet voor betrokkenheid
van Europa bij de bespreking van het plan? Wat zijn de laatste ontwikkelingen met
betrekking tot het militaire plan van de coalition of the willing? Welke gevolgen
heeft het 28-puntenplan voor het militaire plan?
Hoe beoordeelt het kabinet de opties die zijn uitgewerkt door de Europese Commissie?
Op welke wijze kunnen de risico’s van een reparatielening evenredig over EU-lidstaten
worden verdeeld? Wat betekent dit voor Nederland, zo vragen deze leden.
Deelt het kabinet de bevindingen en aanbevelingen uit het OFL-rapport «Tijd om te handelen»?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde Agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken Defensie (RBZ Defensie) van 1 december 2025 en hebben nog
de volgende vragen.
De agenda van de RBZ Defensie bevat een bespreking over de militaire steun aan Oekraïne.
Nederland blijft Oekraïne actief en onverminderd steunen en benadrukt dat alle EU-lidstaten
een substantiële bijdrage moeten leveren voor de Europese veiligheid. Kan de Minister
uiteenzetten welke concrete stappen gezet worden om de opgedane kennis en innovaties
in de Oekraïense defensie-industrie, zoals de ontwikkeling van de Flamingo-raket,
te benutten bij de verdere ontwikkeling van de Europese defensiecapaciteiten, zoals
Nederland wenselijk acht en reeds doet via gezamenlijke productie van drones, zo vragen
de leden van de BBB-fractie.
De Minister zal tijdens de RBZ Defensie aangeven dat Nederland concrete initiatieven
voor aanschaf van militair materieel voor Oekraïne zal benoemen waar andere lidstaten
bij aan kunnen sluiten. De leden van de BBB-fractie vragen welke concrete (regionale)
voordelen de Minister voor de Nederlandse maakindustrie en defensiesector in deze
initiatieven ziet. Welke positie zal Nederland precies innemen met betrekking tot
het verwachte initiatief van de Europese Commissie voor herstelleningen, gerelateerd
aan het inzetten van de bevroren Russische tegoeden ten behoeve van Oekraïne? Hoe
wordt gewaarborgd dat steun aansluit bij de noden van Oekraïne en dat zowel militaire
als niet-militaire noden onderdeel zijn van het voorstel? Is het kabinet van mening
dat de inzet van bevroren Russische tegoeden op Europees niveau verenigbaar is met
het BBB-standpunt dat er geen nieuwe gezamenlijke Europese schulden, giften of Eurobonds
mogen komen om uitgaven voor bijvoorbeeld Defensie te financieren?
Op de agenda staat de voortgang van de negen Priority Capability Areas (PCA’s) en
de implementatie van de Routekaart Defensiegereedheid 2030, inclusief de vier voorgestelde
vlaggenschipprojecten. Nederland is coördinerend land voor drones/counterdrones en
militaire mobiliteit. Hoe zal de Minister er zorg voor dragen dat de militaire behoeftestelling
vanuit de NAVO leidend blijft bij de verdere uitwerking van de vlaggenschipprojecten
en de PCA-trajecten en dat EU en NAVO nauw blijven samenwerken, zo vragen de leden
van de BBB-fractie.
Nederland hecht eraan dat EU-programma’s voor de defensie-industrie (zoals EDIP) voldoende
mogelijkheden bieden voor samenwerking met de industrie uit belangrijke partnerlanden
buiten de EU, met name NAVO-bondgenoten. Wat is de actuele stand van zaken met betrekking tot het gevraagde akkoord
over het verbeteren van de toegang voor industrieën uit Canada en het Verenigd Koninkrijk
tot het SAFE-programma?
De Kamer wordt tijdens de RBZ Defensie geïnformeerd over het EU Militaire Mobiliteitspakket.
Dit pakket richt zich op de harmonisatie van administratieve lasten en gerichte aanpassingen
van bestaande wet- en regelgeving. Het pakket beoogt het vergemakkelijken van grensoverschrijdende
verplaatsing, onder andere door harmonisatie van administratieve zaken zoals douaneformulieren
en digitalisering.
Hoe waarborgt de Minister dat deze harmonisatie daadwerkelijk leidt tot het wegnemen
van bureaucratie en regeldruk voor de logistieke en transportsector?
De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister in de discussie over militaire mobiliteit
de inzet zal meenemen om de strategische militaire mobiliteitsvoordelen van infrastructuurprojecten,
zoals de Nedersaksenlijn die de militaire inzetbaarheid vergroot, expliciet te laten
meetellen binnen onze NAVO-verplichtingen voor defensie-uitgaven aan infrastructuur.
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.