Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van lid Becker over het bericht ‘Islamisering van het Westen’
Vragen van het lid Becker (VVD) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Islamisering van het Westen: Turkse religieuze autoriteit roept op tot een wereldwijde jihad» (ingezonden 10 september 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens
de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 24 november 2025). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 206.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Islamisering van het Westen: Turkse religieuze autoriteit
roept op tot een wereldwijde jihad»?1
Antwoord 1
Ja, hier ben ik mee bekend.
Vraag 2, 3 en 4
Bent u op de hoogte van de oproep die Diyanet heeft gedaan om een wereldwijde jihad
voor elkaar te krijgen met alle mogelijke middelen? Zo ja, hoe ziet u deze oproep?
Bent u al in gesprek getreden of bent u bereid dit te doen, met de moskeeën die in
Nederland gelieerd zijn aan Diyanet en aan Islamitische Stichting Nederland (ISN)
om hen te vragen of zij zich distantiëren van de oproep van Diyanet zoals ook in Duitsland
is gebeurd?
Welke gevolgen ziet u indien ISN zich niet distantieert van deze extremistische oproepen?
Antwoord 2, 3 en 4
Ik ben bekend met passages uit de slotverklaring die gepubliceerd is na de in Istanbul
gehouden conferentie over Gaza, waarin wordt opgeroepen tot brede mobilisatie van
de moslimgemeenschap en waarin wordt opgeroepen tot inzet van alle vormen van jihad
ten behoeve van de Palestijnse zaak.
Het kabinet verwerpt elke vorm van (oproepen tot) geweld en vindt uitspraken, zoals
gedaan in deze passage, dan ook zeer zorgelijk en verwerpelijk. Deze zorgen heeft
de Staatssecretaris Participatie en Integratie op 10 september jl. via telefonisch
contact besproken met de Islamitische Stichting Nederland (ISN). Deze organisatie
heeft de Staatssecretaris ervan verzekerd dat zij alle oproepen tot geweld en extremisme
verwerpen, en zich distantiëren van deze extremistische oproepen, zoals de oproep
in Duitsland. De organisaties en partners waarmee het Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid in gesprek gaat onderschrijven een open en vrije samenleving en
de doelstellingen van de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving.2
Vraag 5
Deelt u de mening dat overheidssteun (subsidies of inspraak in overlegorganen) niet
kunnen blijven voortbestaan als organisaties zich niet distantiëren van zulke extremistische
oproepen?
Antwoord 5
Voor organisaties of personen die oproepen tot geweld is in Nederland geen plek. Het
kabinet doet er dan ook alles aan om op te treden tegen dergelijke organisaties en/of
sprekers. Bijvoorbeeld door extremistische sprekers uit het buitenland te weren. Wanneer
organisaties een bedreiging vormen voor onze democratische rechtsorde, bijvoorbeeld
omdat zij extremisme en terrorisme bevorderen, wil het kabinet in een zo vroeg mogelijk
stadium hiertegen op kunnen treden. Hierover is uw Kamer op 15 mei 2025 geïnformeerd.
Op dit moment loopt op dit punt een nader onderzoek. Over de voortgang zal de Minister
van Justitie en Veiligheid uw Kamer voor het einde van dit jaar informeren.
Organisaties die in strijd handelen met de wet of algemeen maatschappelijk aanvaarde
waarden, zoals discriminerend handelen of het uiten van extremistische en haat zaaiende
oproepen, horen onder geen beding overheidssteun te ontvangen. Zoals eerder aan de
Kamer is gecommuniceerd gaat het kabinet alleen in gesprek en in samenwerking met
partners en organisaties die een open en vrije samenleving en de doelstellingen van
de actieagenda ondersteunen. Indien geconstateerd wordt dat organisaties in strijd
handelen met de wet, is het mogelijk de subsidie alsnog in te trekken of de opdracht
voortijdig te beëindigen. De regelgeving van verschillende ministeries biedt hiervoor
een grondslag.
Vraag 6
Hoe ziet u de analyse van prof. dr. Ruud Koopmans dat islamitische radicalisering
sinds de Iraanse Revolutie in 1979 terrein wint onder andere ook in West-Europa?
Antwoord 6
In Nederland is geen enkele ruimte voor extremisme en terrorisme. Radicalisering is
de opmaat naar deze extremen en sinds jaar en dag is de inzet van dit kabinet erop
gericht om deze tegen te gaan. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid
(NCTV) is zich bewust van de dreiging van islamitische radicalisering en heeft oog
voor de ontwikkelingen hierbinnen. Hier wordt twee keer per jaar aandacht aan besteed
in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). In het meest recente DTN van juni
2025 is het dreigingsniveau opnieuw vastgesteld op niveau vier (substantieel), daarmee
is het dreigingsniveau sinds de verhoging van drie naar vier in december 2023 onveranderd
gebleven. Van de diverse vormen van extremisme en terrorisme wordt het gewelddadig
jihadisme, wat voort kan komen uit islamitische radicalisering, als grootste dreiging
gezien. De jihadistische dreiging in Nederland is in de meest recente DTN’s omschreven
als substantieel en daarmee ongewijzigd.
Vraag 7
Op welke manier werkt u samen met gemeenten, veiligheidsdiensten en moskeeën om radicalisering
en verspreiding van extremisme tegen te gaan?
Antwoord 7
Het kabinet werkt samen met alle betrokken partners om radicalisering en verspreiding
van extremisme tegen te gaan. In de aanpak van extremisme hebben velen een rol; de
(lokale) overheid, zorg- en veiligheidspartners, de politiek, en op onderdelen ook
andere partijen in de samenleving zoals het maatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven,
verenigingen, religieuze instellingen, scholen en buurtwerk. Zij hebben zij allemaal
een rol in het met elkaar in stand houden van de open en vrije samenleving, waarin
extremistische denkbeelden geen voet aan de grond krijgen. Deze aanpak is vastgelegd
in de «Nationale Extremismestrategie» en deze is vorig jaar door de Ministers van
Justitie ven Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Sociale Zaken
en Werkgelegenheid aan uw Kamer toegezonden. Belangrijk onderdeel van de strategie
is de lokale aanpak, waarin brede en persoonsgerichte preventie samenkomt en lokale
zorg- en veiligheidspartners zo tijdig mogelijk radicalisering signaleren en hierop
(preventief) interveniëren.
Vraag 8
Hoe wordt er vanuit de overheid gemonitord of oproepen van buitenlandse (religieuze)
autoriteiten tot haat of geweld leiden in de Nederlandse samenleving?
Antwoord 8
Ik acht het onacceptabel als buitenlandse (religieuze) autoriteiten oproepen doen
die in de Nederlandse samenleving leiden tot haat of geweld. De AIVD verricht, op
basis van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) 2017, onderzoek
met betrekking tot organisaties en personen die door de doelen die zij nastreven,
dan wel door hun activiteiten, aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij
een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor
de nationale veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat. De Ministeries
van SZW en Justitie en Veiligheid hebben geen (juridische) taak of grondslag om zelfstandig
uitspraken van buitenlandse (religieuze) autoriteiten te monitoren of te volgen.
Het kabinet hanteert een Rijksbrede en landenneutrale aanpak in het tegengaan van
statelijke inmenging, waarin nauw wordt samengewerkt met relevante partners om tijdig
in te kunnen grijpen bij ongewenste ontwikkelingen – zoals het oproepen tot haat of
geweld van buitenlandse autoriteiten. Indien het kabinet zulke problematische signalen
constateert, worden maatregelen genomen die passen binnen het Rijksbrede beleid tegen
statelijke inmenging (o.a. het aanspreken van de desbetreffende autoriteiten).
Vraag 9
Bent u bereid de Kamer snel de uitkomsten te doen toekomen van het onderzoek naar
mogelijkheden voor een slim verbod op buitenlandse financiering van religieuze instellingen,
waarbij instellingen voor een groot deel afhankelijk zijn van de financiering vanuit
onvrije regimes zoals Turkije?
Antwoord 9
Ja, de Minister van Justitie en Veiligheid zal uw Kamer hierover nader informeren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.