Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kathmann over Europese ontwikkelingen rondom chatcontrole
Vragen van het lid Kathmann (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over Europese ontwikkelingen rondom chatcontrole (ingezonden 13 november 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 21 november 2025).
Vraag 1
Kunt u toelichten wat er vandaag, op 12 november 2025, besproken wordt door de Law
Enforcement Working Party inzake de regulering om online misbruik te voorkomen (CSAM-verordening)?1
Antwoord 1
Tijdens de Radenwerkgroep, de Law Enforcement Working Party (LEWP), van 12 november
jl. is het meest recente voorstel inzake de EU-Verordening ter bestrijding van online
seksueel kindermisbruik (de CSAM-verordening) besproken.
Vraag 2
Bent u bekend met de inhoud van het compromisvoorstel?2 Kunt u toelichten op welke punten deze wezenlijk anders is dan het meest recente
Poolse voorstel, waarin expliciet stond dat chatcontrole nooit bevolen kan worden?
Antwoord 2
Ja, ik ben bekend met de inhoud van het compromisvoorstel. Het voorzitterschap doet
hierin voorstel om het detectiebevel volledig te verwijderen uit de tekst. In plaats
daarvan beoogt het voorstel vrijwillige detectie permanent mogelijk te maken door
de afwijking van bepaalde bepalingen van de ePrivacyrichtlijn, zoals opgenomen in
Verordening (EU) 2021/1232, permanent te maken. Dit zou betekenen dat de huidige praktijk
– waarin het aan diensten zelf wordt gelaten of zij willen detecteren of niet (vrijwillige
detectie) – wordt voortgezet en dat die mogelijkheid permanent wordt, in plaats van
tijdelijk. Onder het Poolse voorzitterschap werd in januari jl. een vergelijkbaar
voorstel gepresenteerd. Alhoewel het Poolse voorstel technisch anders was vorm gegeven,
zagen beide voorstel op het schrappen van het verplichte detectiebevel en het permanent
maken van vrijwillige detectie.
Op verzoek van Nederland is, vanwege het Nederlandse kabinetsstandpunt inzake verplichte
detectie en de zorgen die Nederland daarbij heeft, aan het voorstel een extra overweging
toegevoegd die onderstreept dat niets in deze verordening mag leiden tot of mag worden
opgevat als het opleggen van detectieverplichtingen aan aanbieders.
Vraag 3
Is in het nieuwe compromisvoorstel volledig uitgesloten dat chatcontrole in Europa
wordt ingevoerd? Waaruit blijkt dat deze absolute garantie bestaat, zodat het compromisvoorstel
nooit kan leiden tot het omzeilen van end-to-end encryptie?
Antwoord 3
Als met «chatcontrole» wordt gedoeld op verplichte detectie, dan is dit uitgesloten
ten gevolge van het volledig verwijderen van detectie uit de scope van de CSAM-Verordening.
Als met «chatcontrole» wordt gedoeld op de mogelijkheid tot scannen, dan blijft dit
mogelijk als een bedrijf ervoor kiest om dit vrijwillig te doen als maatregel tegen
de verspreiding van materiaal van seksueel kindermisbruik. Dat is een continuering
van de huidige praktijk, waarin het aan diensten zelf wordt gelaten of zij willen
detecteren of niet (vrijwillige detectie), en welke mogelijkheid door de CSAM-Verordening
wordt voortgezet en permanent wordt, in plaats van tijdelijk. Met dit voorstel verandert
voor gebruikers van diensten in de praktijk dus niets ten opzichte van nu: de mogelijkheid
van vrijwillige detectie blijft bestaan, en bedrijven kunnen er nog steeds voor kiezen
dit te doen. Aanbieders die vrijwillig detecteren, moeten de gebruikers op duidelijke,
expliciete en begrijpelijke wijze inlichten over het feit dat de diensten dit doen.
Vraag 4
Welke zekerheid kunt u bieden dat vrijwillige detectie van materiaal door techbedrijven
nooit verplicht wordt? Vindt u het onwenselijk als dit wel het geval zou zijn?
Antwoord 4
Zoals eerder vermeld in vraag 2, is op verzoek van Nederland een aanvullende overweging
opgenomen in de verordening die expliciet stelt dat niets in het voorstel mag worden
opgevat als het opleggen van verplichte detectie. De wenselijkheid van deze extra
waarborg is door de Juridische Dienst van de Raad bevestigd.
In het laatste voorstel van de verordening is wel een reviewclausule opgenomen waarin
is opgenomen dat over 3 jaar zal worden gekeken naar de noodzaak en haalbaarheid van
het opnemen van detectieverplichtingen in het toepassingsgebied van deze verordening.
Hierbij zal ook worden gekeken naar de geschiktheid van de technologieën op dat moment
voor het detecteren van materiaal met betrekking tot seksueel misbruik van kinderen
en het benaderen van kinderen. Het kabinet heeft eerder erkend dat technologische
ontwikkelingen voortdurend veranderen. Nieuwe technologieën of relevante inzichten
kunnen aanleiding geven om bestaande standpunten te heroverwegen. Mocht dit het geval
zijn, dan is het belangrijk om deze ontwikkelingen te onderzoeken en te toetsen.
Bij een reviewclausule in de EU-wetgeving moet, na evaluatie van de wet of het beleid,
altijd nog een regulier wetgevingsproces worden doorlopen. Dit houdt in dat eventuele
wijzigingen pas doorgevoerd kunnen worden nadat ze zijn goedgekeurd door zowel de
Raad als het Europees Parlement. Nederland kan zich in dat proces opnieuw uitspreken
over het standpunt. Bovendien staan het huidige kabinetsstandpunt en de aangenomen
moties vanuit uw Kamer niet toe dat Nederland zich op dit moment positief opstelt
tegenover enige vorm van verplichte detectie.
Vraag 5
Bent u het met de indiener eens dat Nederland niet in kan stemmen met een compromisvoorstel,
zolang chatcontrole niet 100% is uitgesloten conform de aangenomen motie-Kathmann
c.s.3, zowel nu als in de toekomst?
Antwoord 5
Naar aanleiding van de in vraag benoemde motie, heeft het kabinet per Kamerbrief op
29 november 2024 gecommuniceerd dat het in lijn met die motie geen voorstellen zal
ondersteunen die verplichte detectie in de privécommunicatie van alle burgers inhouden.4 Het meest recente compromisvoorstel betreft geen verplichte detectie meer, maar zet
in op de voortzetting van de huidige Nederlandse (en internationale) praktijk, die
is gebaseerd op vrijwillige detectie door diensten. De in vraag 3 toegelichte extra
overweging in het voorstel waarborgt dat niets in deze verordening mag leiden tot
of mag worden opgevat als het opleggen van detectieverplichtingen aan aanbieders.
Toch zijn de zorgen van Nederland met betrekking tot de grondrechten en de digitale
weerbaarheid onvoldoende weggenomen. Hierover is op 18 november jl. een brief aan
uw Kamer verzonden.5
Vraag 6
Wat is de inzet van Nederland in de besprekingen van het compromisvoorstel? Kunt u
voorbereidende notities, waarin de overwegingen van het kabinet over dit voorstel
worden beschreven, aan de Kamer doen toekomen?
Antwoord 6
In de Kamerbrief die het kabinet op 18 november jl. aan uw Kamer heeft toegezonden,
licht het kabinet zijn positie ten aanzien van het meest recente voorstel toe. Met
het permanent maken van de vrijwillige detectie verdwijnt de periodieke heroverweging
van de balans tussen het doel van de detectie en privacy- en veiligheidsoverwegingen.
Dat vindt het kabinet een groot risico. Het verwijderen van verplichte detectie is
een grote stap geweest richting de positie van Nederland. Het kabinet is het voorzitterschap
hiervoor erkentelijk. Helaas zijn niet alle zorgen van Nederland, zoals toegelicht
in de hierboven genoemde brieven, weggenomen.
Dit resulteert erin dat Nederland zich zal onthouden. Tijdens de Coreper-vergadering
van 26 november zal het voorstel als hamerstuk worden behandeld. Hiertoe heeft het
Voorzitterschap besloten, omdat naar verwachting voldoende steun bestaat voor het
voorstel (QMV). Hoewel het ongebruikelijk is om bij een hamerstuk een verklaring af
te leggen, kiest Nederland er vanwege de aanhoudende zorgen toch voor om zich te onthouden
en een verklaring in te brengen waarin deze zorgen worden uiteengezet.
De instructies (voorbereidende notities) maken deel uit van het diplomatieke verkeer.
Om de Nederlandse onderhandelingspositie en de diplomatieke betrekkingen te beschermen
kan ik deze niet met de Kamer delen.
Vraag 7
Op welk niveau is de inzet van Nederland in deze bespreking bepaald? Kunt u duidelijk
maken welke departementen en instanties inspraak hebben gehad over het nationale standpunt?
Welke adviezen heeft u betrokken bij de standpuntbepaling?
Antwoord 7
Zoals hierboven in vraag 6 geschetst, is de Nederlandse inzet tijdens de besprekingen
in lijn met het huidige kabinetsstandpunt, zoals opgenomen in de Kamerbrief van 18 november
jl. De actief betrokken departementen bij dit voorstel zijn de ministeries van Justitie
en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en Buitenlandse
Zaken.
Vraag 8
Heeft u, net als bij het Poolse voorstel in 2024, advies ingewonnen van de Algemene
Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) over de mogelijke veiligheidsgevolgen van
het Deense compromisvoorstel? Zo ja, kunt u deze – indien noodzakelijk op hoofdlijnen
– met spoed aan de Kamer doen toekomen? Zo nee, kunt u dit alsnog doen voordat er
een definitief standpunt wordt bepaald?
Antwoord 8
Er is advies ingewonnen en dat houdt op hoofdlijnen in dat bij vrijwillige detectie
de AIVD de risico's voor de digitale weerbaarheid als zeer hoog inschat. Dit is in
lijn met het voorstel onder Pools voorzitterschap.
Vraag 9
Kunt u toezeggen dat u vasthoudt aan de duidelijke tegen-stelling die zij, op verzoek
van een brede meerderheid in de Kamer, heeft ingenomen ten opzichte van de CSAM-verordening?
Kunt u eveneens toezeggen dat u geen verdere stappen zal zetten op dit dossier totdat
dit zowel in de ministerraad is besproken, als door de Tweede Kamer is bekrachtigd,
gezien de demissionaire staat van het kabinet?
Antwoord 9
Nederland heeft in Brussel de bekende rode lijnen herhaald en duidelijk gemaakt dat
Nederland onder geen beding kan instemmen met verplichte detectie, conform de kaders
geschetst door uw Kamer.
Inzake het nieuwe voorstel zijn de betrokken Ministers gezamenlijk tot een standpuntbepaling
gekomen. Uw Kamer is hierover inmiddels op 18 november jl. geïnformeerd. Nederland
zal zich onthouden van stemming tijdens de Coreper-vergadering van 26 november. Aanstaande
maandag vindt ook een commissiedebat plaats, waarin ik met uw Kamer verder hierover
zal spreken.
Vraag 10
Kunt u deze vragen afzonderlijk en op zeer korte termijn beantwoorden, en tot die
tijd geen onomkeerbare stappen zetten of toezeggingen doen in het kader van de CSAM-verordening?
Antwoord 10
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.