Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Piri over het bericht dat Minister Yesilgöz in 2022 KPMG inschakelde en interne juristen omzeilde in de aanpak van de crisis rond Ter Apel
Vragen van het lid Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Asiel en Migratie over het bericht dat Minister Yesilgöz in 2022 KPMG inschakelde en interne juristen omzeilde in de aanpak van de crisis rond Ter Apel (ingezonden 24 september 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Asiel en Migratie) (ontvangen 21 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Hoe Minister Yesilgöz in 2022 KPMG inschakelde en interne
juristen omzeild werden in de crisis rond Ter Apel»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u het KMPG-rapport inzake «project uitwerking Instroombeperkende maatregelen
asiel» afzonderlijk aan de Kamer doen toekomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Dit departementaal rapport, dat met ondersteuning van KPMG tot stand is gekomen, is
toegevoegd aan de beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Koops (Nieuw
Sociaal Contract) over het krantenartikel «Hoe Minister Yesilgöz in 2022 KPMG inschakelde
en interne juristen omzeild werden in de crisis rond Ter Apel».
Vraag 3
Kunt u aangeven wat de kosten waren voor het inhuren van KMPG voor deze opdracht?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
De kosten van de inhuur betroffen € 70.952,90 incl. BTW.
Vraag 4
Kunt u toelichten waarom de Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) niet is
betrokken bij de voorbereiding en vormgeving van de brief van 26 augustus 2022 (Kamerstuk
19 637, nr. 2992) en hierover dus geen advies heeft kunnen uitbrengen?
Antwoord 4
In de snelheid van het proces is DWJZ niet betrokken geweest bij het opstellen van
de brief van 26 augustus 2022. Daarbij past de kanttekening dat er als gebruikelijk
regelmatig contact was over het asiel- en migratiedossier tussen de beleidsmedewerkers
van het – toenmalige – directoraat-generaal Migratie (DGM) en de wetgevingsjuristen
van DWJZ. Tussen DWJZ en DGM is over verschillende onderwerpen genoemd in deze brief
eerder inhoudelijk contact geweest. Van het willens en wetens passeren van DWJZ door
de toenmalige bewindspersonen is dan ook geen sprake.
Vraag 5
Klopt het dat de Minister van J&V in 2022 de hele zomer om meekijken door DWJZ heeft
gevraagd bij de opstelling van de brief van 26 augustus 2022, zoals de Minister dat
zelf aangeeft en kunt u dat onderbouwen met documenten? Zo ja, hoe rijmt u dat met
de volgende opmerking vanuit de directie DWJZ: «Verder zijn wij op geen enkele manier
betrokken geweest bij de totstandkoming van deze brief waarin onder meer een wetgevingstraject
wordt aangekondigd»?2
Antwoord 5
De toenmalige Minister van Justitie en Veiligheid heeft inderdaad deze opmerking in
de kantlijn van het memo van 8 september 2022 geplaatst. Zoals aangegeven in de beantwoording
van vraag 4 is er in de periode die vooraf ging aan het opstellen van de brief van
26 augustus 2022 over verschillende onderwerpen uit deze brief inhoudelijk contact
geweest tussen DGM en DWJZ. DWJZ is in de snelheid van het proces echter niet, zoals
gebruikelijk, betrokken geweest bij het opstellen van de brief. Vandaar dat DWJZ de
Minister in het memo van 8 september 2022 heeft geïnformeerd over de juridische consequenties
van deze brief.
Vraag 6
Kunt u de onderliggende stukken die hebben geleid tot het niet betrekken van DWJZ
bij de brief van 26 augustus 2022 aan de Kamer toedoen komen?
Antwoord 6
Ik ben niet bekend met dergelijk stukken.
Vraag 7
Hoe rijmt u de reactie van het Ministerie van J&V op het NRC-artikel waarbij wordt
gesteld dat er geen aanleiding was om de brief voor extra advies voor te leggen aan
DWJZ, terwijl de Minister van J&V stelt de hele zomer om meekijken door DWJZ heeft
gevraagd bij de opstelling van de brief?
Antwoord 7
Zie de antwoorden op vragen 4 en 5.
Vraag 8
Kunt u het stoplichtdocument, waarbij «het licht voor de nareismaatregel op rood stond»,
aan de Kamer doen toekomen? En kunt u aangeven waarom dit document niet mee is gestuurd
bij de beantwoording van eerdere Kamervragen in 2022 hierover, waarbij expliciet is
gevraagd naar de onderliggende juridische analyses van dit besluit?3
Antwoord 8
Het zogenaamde «stoplichtdocument» betrof een ambtelijk concept dat in kleuren duiding
gaf aan denkbare maatregelen. Het betrof een eerste concept dat kort daarna is omgezet
in een document dat niet langer in kleuren duiding gaf. Het onderdeel over de nareismaatregel
van dat laatste document is destijds opgenomen in de bijlage bij de antwoorden op
de schriftelijke vragen van de leden Kröger en Piri over de intentie om het recht
van statushouders op gezinshereniging te beperken.4 Het zogenaamde «stoplichtdocument» is aan de beantwoording toegevoegd.
Vraag 9
Kunt u toelichten waarom het ministerie, ondanks interne juridische adviezen, tegen
elke uitspraak in hoger beroep is gegaan en kunt u de onderliggende documenten van
dit advies en de documenten die hebben geleid tot deze keuze aan de Kamer doen toekomen?
Antwoord 9
De IND is niet tegen elke negatieve beroepsuitspraak in hoger beroep gegaan die zag
op nieuwe maatregelen die genomen waren. De IND is terughoudend als het gaat om instellen
van hoger beroep en weegt steeds af of er een zaaksoverstijgend belang is waardoor
hoger beroep is aangewezen zoals ook in onderhavige zaken is gedaan.
Vraag 10
Hoe rijmt u, ten aanzien van de maatregel om nareis te beperken tot de referent huisvesting
heeft, de uitspraak van de Staatssecretaris van J&V in het debat in 2022 waarbij hij
stelde: «En de ambtenaren zeggen niet dat het niet kan, maar ze zeggen heel nadrukkelijk
wel dat – ik citeer – de juridische houdbaarheid geen zekerheid is»5, met de volgende constateringen van de ambtenaren, «geen begaanbare juridische weg»6 en «kan niet»7 en de constatering van DWJZ: «juridisch niet te rechtvaardigen»8? En hoe rijmt u de uitspraak van de Staatssecretaris van J&V in het debat met het
feit dat in het stoplichtdocument het licht voor de nareismaatregel op rood stond?
Is naar uw oordeel de Kamer onjuist of onvolledig geïnformeerd ten aanzien van de
haalbaarheid van deze maatregel? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Naast de aangehaalde uitspraak van de Staatssecretaris blijken de juridische kanttekeningen
die ambtelijk werden geplaatst ook uit de bijlage bij de antwoorden op de schriftelijke
vragen van de leden Kröger en Piri over de intentie om het recht van statushouders
op gezinshereniging te beperken.9 Ik zie dan ook geen reden om vast te stellen dat de Tweede Kamer destijds niet juist
en volledig zou zijn geïnformeerd.
Vraag 11
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden voor het commissiedebat over vreemdelingen-
en asielbeleid van 2 oktober 2025?
Antwoord 11
De beantwoording is zo spoedig mogelijk naar de Tweede Kamer gestuurd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.