Schriftelijke vragen : Het Commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19 november
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het Commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19 november (ingezonden 21 november 2025).
Vraag 1
Herinnert u zich dat u tijdens het commissiedebat heeft aangegeven geen compenserende
maatregelen te willen treffen voor de Nederlandse varkenssector, welke getroffen is
door antidumpingsheffingen, ingesteld door China?
Vraag 2
Herinnert u zich dat u daarbij heeft gesteld dat compenserende maatregelen «in andere
sectoren ook niet worden toegepast»?
Vraag 3
Kunt u voor deze bewering een volledige en concrete lijst verstrekken van sectoren
waarop u doelde? Per sector: welke antidumpingheffing, welk percentage per lidstaat,
welke schade, en welk besluit om geen compensatie te verstrekken was daarbij aan de
orde?
Vraag 4
In hoeveel van deze door u genoemde sectoren bij vraag 3 gold, net zoals in de varkenssector,
dat de betrokken bedrijven geen enkele verantwoordelijkheid droegen voor de buitenlandse
heffingen of tegenmaatregelen, maar desalniettemin substantiële economische schade
ondervonden?
Vraag 5
Erkent u dat in gevallen waarin Europese bedrijven schuldeloos door externe handelsmaatregelen
worden geraakt, welke per bedrijf en/of lidstaat verschillen, het uitblijven van compensatie
het level playing field binnen de interne markt kan verstoren?
Vraag 6
Indien dit niet het geval is, op welke wijze waarborgt de EU volgens u dan wél gelijke
concurrentieverhoudingen?
Vraag 7
Bent u bereid, gelet op de structurele en eenzijdige risico’s voor de Europese varkenssector,
uw eerdere positie te heroverwegen en zich in Brussel in te zetten voor tijdelijke
compenserende of mitigatiemaatregelen, zolang de Chinese antidumpingsheffingen gelden?
Vraag 8
Indien het antwoord nee is, hoe beoordeelt u dan het risico dat Europese producenten
blijvend worden benadeeld door geopolitiek gemotiveerde maatregelen waar zij zelf
geen invloed op hebben?
Vraag 9
Hoe verhoudt bovenstaande antwoord zich tot de kwesties aangaande het concurrentievermogen
en verdienvermogen van zowel Nederland en de EU?
Vraag 10
Is dit in lijn met de conclusies en aanbevelingen van het rapport Draghi?
Vraag 11
Kunt u deze vragen individueel en zo spoedig mogelijk beantwoorden, gelet op het feit
dat deze vragen onvoldoende duidelijk werden beantwoord in het commissiedebat?
Indieners
-
Gericht aan
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Caroline van der Plas, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.