Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Saris, Dijk en Patijn over de Kamerbrief 'Informeren over bouwplaats ID en over inhoudingen op het minimumloon,' d.d. 30 oktober 2025 (kenmerk: 2025-0000214845)
Vragen van de leden Saris (Nieuw Sociaal Contract), Dijk (SP) en Patijn (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de Kamerbrief «Informeren over bouwplaats ID en over inhoudingen op het minimumloon,» dd 30 oktober 2025 (kenmerk: 2025-0000214845) (ingezonden 3 november 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 20 november 2025).
Vraag 1
Kunt u een nadere toelichting geven op uw besluit om niet door te gaan met de afschaffing,
als uw streven is om grip op migratie te krijgen?
Antwoord 1
De bescherming van de arbeidsmigrant staat voorop.
Zoals aangegeven in mijn brief van 30 oktober jl. heeft het loslaten van de mogelijkheid
om in te houden op het minimumloon voor huisvesting op dit moment meer nadelige dan
positieve gevolgen voor de arbeidsmigrant.
Het kabinet heeft daarom besloten dat werkgevers vooralsnog maximaal 25% van het Wettelijk
minimumloon in rekening mogen blijven brengen voor huisvestingskosten. De geplande
start van de afbouw van deze regeling gaat daarom per 1 januari 2026 niet door.
Mijn voorganger schreef reeds dat het niet gemakkelijk is om een eenduidig oordeel
te geven over de werking van de inhoudingsmogelijkheid ten aanzien van huisvesting.1 Aan de inhoudingsregeling voor huisvesting zitten verschillende kanten, zoals een
eerdere verkenning laat zien.2 Enerzijds draagt de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting eraan bij dat werkgevers
huisvesting regelen voor werknemers, met name arbeidsmigranten. Gelet op de huidige
situatie op de woningmarkt zijn arbeidsmigranten nu voor hun huisvesting vaak afhankelijk
van hun werkgever, helemaal als zij nieuw zijn in Nederland. De inhoudingsregeling
faciliteert dat werkgevers huisvesting regelen. Dit gebeurt op een transparante wijze
(zichtbaar op het loonstrookje), voor een gemaximeerd deel van het Wml (25%) en alleen
voor gecertificeerde huisvesting of huisvesting door een woningcorporatie. De inhoudingsmogelijkheid
maakt het voor werkgevers en werknemers makkelijker om de huurbetaling vooraf te regelen
en beperkt incassorisico’s voor de aanbieders van huisvesting. In die zin kan de inhoudingsmogelijkheid
zowel de arbeidsmigrant, als de aanbieder van huisvesting ontzorgen. De Arbeidsinspectie
controleert op de voorwaarden van de inhoudingsregeling op het minimumloon. Anderzijds
toont de verkenning ook aan dat er werkgevers zijn die de regeling misbruiken. De
regeling vergroot de afhankelijkheid voor arbeidsmigranten van werkgevers en kan bijdragen
aan een onwenselijk verdienmodel. Alles overwegende, is het oordeel dat het afschaffen
van de inhoudingsmogelijkheid op dit moment meer nadelen dan voordelen voor de arbeidsmigrant
heeft. Tegelijkertijd geldt dat misstanden nooit volledig zijn uit te sluiten. Het
blijft belangrijk om beleid te maken dat rekening houdt met de kwetsbare positie van
veel arbeidsmigranten.
Daarom zet het kabinet zich in om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren door
uitvoering te geven aan verschillende aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming
Arbeidsmigranten (hierna: Aanjaagteam), ook op het terrein van huisvesting. Die maatregelen
gaan ervoor zorgen dat op termijn afschaffing van de inhoudingsregeling minder nadelen
krijgt en de weging anders uit kan pakken.
Hierin is van belang dat sinds 1 januari 2024 een landelijk netwerk van informatiepunten
wordt gerealiseerd, de Work in NL-informatiepunten, waarbij ook meer specialistische
hulp en juridische begeleiding vanuit het Juridisch Loket beschikbaar is.3
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) werkt daarnaast aan
een wetsvoorstel dat moet zorgen voor een in de praktijk werkbare en verbeterde huurbescherming
voor zowel arbeidsmigranten als verhuurders. De Kamer is daar recent over geïnformeerd4, de verwachting is dat er in 2026 een wetvoorstel voor consultatie wordt voorgelegd.
Het wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting van de Minister van VRO
zal daarnaast door middel van een verplicht volkshuisvestingsprogramma voor Rijk,
provincies en gemeenten moeten leiden tot meer huisvesting voor doelgroepen waaronder
arbeidsmigranten. Dit wetsvoorstel ligt in bij de Raad van State voor advisering.
Daarnaast heeft de Eerste Kamer op 11 november 2025 de Wet toelating terbeschikkingstelling
van arbeidskrachten (Wtta) aangenomen. Daarmee pakken we malafide uitleners aan waardoor
ook de positie van kwetsbare arbeidskrachten zoals arbeidsmigranten verbetert.
Vraag 2
Op basis van welke adviezen bent u gekomen tot uw afweging?
Antwoord 2
De basis voor deze afweging is de uitgevoerde ambtelijke verkenning naar de inhoudingsmogelijkheid.
Mijn voorganger heeft die verkenning op 6 februari 2025 met uw Kamer gedeeld.5 In deze verkenning zijn de voor- en nadelen van de inhoudingsmogelijkheid op een
rij gezet. Er is destijds gesproken met de Arbeidsinspectie, vakbonden FNV, CNV en
VCP, werkgeversorganisaties VNO-NCW/MKB-NL, AWVN, LTO, ABU en NBBU, werkgevers in
de uitzend-, land- en tuinbouwsector.
Vraag 3
Kunt u aangeven waarom u afwijkt van het advies van de aanbevelingen van het Aanjaagteam
Arbeidsmigratie?
Antwoord 3
Het Aanjaagteam heeft geen aanbeveling opgenomen die specifiek adviseert om de inhoudingsregeling
voor huisvesting af te schaffen. Het Aanjaagteam heeft in haar advies als doel gesteld
om de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van de werkgever te verminderen en hun
positie te verbeteren. Ten aanzien van huisvesting beval het Aanjaagteam aan om de
huurbescherming voor arbeidsmigranten te verhogen en het arbeids- en huurcontract
te ontkoppelen op papier en in de praktijk.6 Dat is gebeurd via de per 1 juli 2023 in werking getreden Wet Goed Verhuurderschap.
Die wet verplicht verhuurders om, in het geval van verhuur aan arbeidsmigranten, de
huurovereenkomst afzonderlijk van de arbeidsovereenkomst vast te leggen. Het doel
van het scheiden van de huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst is dat de arbeidsmigrant
voor zijn huisvesting minder afhankelijk wordt van de werkgever. Het kan dan nog steeds
zijn dat dezelfde partij deze contracten aanbiedt, maar de scheiding zorgt ervoor
dat als het arbeidscontract wordt beëindigd de huisvesting niet ook per definitie
direct beëindigd wordt, omdat er een apart huurcontract is. Daarnaast werkt de Minister
van VRO, zoals eerder aangegeven, aan een wetsvoorstel dat de huurbescherming en huurprijsbescherming
voor arbeidsmigranten moet borgen.
Vooruitlopend op wetgeving worden er tussen sociale partners afspraken gemaakt over
huisvesting van arbeidsmigranten. Zo is in de uitzend-cao geregeld dat een werknemer
na het aflopen van de uitzendovereenkomst nog vier weken kan verblijven in de gehuurde
huisvesting, tegen dezelfde huurprijs.
Daarnaast heeft het Aanjaagteam aanbevolen de zelfredzaamheid van arbeidsmigranten
te vergroten.7 Daarom werken we aan de verbetering van de informatie, hulp en dienstverlening aan
arbeidsmigranten door middel van de eerder genoemde Work in NL-informatiepunten.
Vraag 4
Bent u er zich van bewust dat de koppeling een verdienmodel is voor de uitzendsector,
ook vanwege het fiscale voordeel dat ontstaat bij aftrek van de huur van het brutoloon?
Antwoord 4
Een van die nadelen die uit de verkenning naar voren komt is dat de regeling gebruikt
kan worden als verdienmodel. Zo zien we dat werkgevers die ter kwade trouw zijn de
regeling misbruiken om meer kosten dan gerechtvaardigd op basis van de geboden kwaliteit
te verhalen op hun werknemers. Om die nadelen tegen te gaan moeten we doorgaan met
het uitvoeren van de aanbevelingen van het Aanjaagteam, zeker op het terrein van huisvesting.
Vraag 5
Bent u er zich van bewust dat de Nederlandse Arbeidsinspectie al meerdere malen expliciet
heeft gewaarschuwd dat het totaalpakket van loon/huisvesting als «verdienmodel en
pressiemiddel» wordt gebruikt en gepaard gaat met misstanden waarbij er een wanverhouding
bestaat tussen de ingehouden huur en de kwaliteit van de huisvesting?
Antwoord 5
De Arbeidsinspectie maakt, zoals ook aangegeven in de verkenning, vanuit haar positie
een andere weging. In het antwoord op vraag 1 heb ik de weging van het kabinet uiteengezet.
Vraag 6
Heeft u uw voorgenomen besluit voorgelegd aan de SER? Zo ja, welk antwoord heeft u
gehad? Zo nee, waarom heeft u uw voorgenomen besluit niet voorgelegd?
Antwoord 6
Het besluit is kenbaar gemaakt aan sociale partners in de Stichting van de Arbeid.
Gelet op de betrokkenheid van sociale partners bij de verkenning die is uitgevoerd
en de daarin opgenomen standpunten van sociale partners, is er niet opnieuw geconsulteerd.
Vraag 7
Heeft u uw voorgenomen besluit voorgelegd aan de Nederlandse Arbeidsinspectie? Zo
ja, welk antwoord heeft u gehad? Zo nee, waarom heeft u uw voorgenomen besluit niet
voorgelegd?
Antwoord 7
Ja, de Arbeidsinspectie heeft in het besluitvormingsproces bevestigd dat haar advies
zoals verwoord in eerdere beslisnota’s (zie antwoord op vraag 5) ongewijzigd is.
Vraag 8
Met welke organisaties heeft u gesproken in aanloop naar uw besluitvorming?
Antwoord 8
Het besluit is kenbaar gemaakt aan de sociale partners in de Stichting van de Arbeid.
Omdat de standpunten van sociale partners zijn opgenomen in de verkenning die is uitgevoerd
en daarna nogmaals kenbaar zijn gemaakt via de internetconsultatie van de algemene
maatregel van bestuur heeft plaatsgevonden, heb ik geen nadere gesprekken gevoerd
om te komen tot mijn besluit.
Vraag 9
Welke adviezen hebben deze organisaties u gegeven?
Antwoord 9
Ik heb kennis genomen van de standpunten van de organisaties middels de verkenning8 naar de inhoudingsregeling en de internetconsultatie9 van de algemene maatregel van bestuur.
Vraag 10
Hoe heeft u deze adviezen gewogen?
Antwoord 10
Het oordeel is dat het afschaffen op dit moment meer nadelen dan voordelen voor de
arbeidsmigrant heeft. Gelet op de huidige situatie op de woningmarkt zijn arbeidsmigranten
nu voor hun huisvesting vaak afhankelijk van hun werkgever, helemaal als zij nieuw
zijn in Nederland. De inhoudingsregeling faciliteert dat werkgevers huisvesting regelen.
Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren
door uitvoering te geven aan verschillende maatregelen van het Aanjaagteam, ook op
het terrein van huisvesting. Die maatregelen gaan ervoor zorgen dat op termijn afschaffing
van de inhoudingsregeling minder nadelen krijgt en de weging anders uit kan pakken.
Vraag 11
Kunt u aangeven hoe uw besluit zich verhoudt tot de Wet goed verhuurderschap, artikel
3, lid a?
Antwoord 11
Vermoedelijk wordt hier gedoeld op artikel 2, lid 3 onderdeel a van de Wet Goed Verhuurderschap.
Dit artikel ziet op het afzonderlijk vastleggen van de huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst.
Per 1 juli 2023 is de Wet Goed Verhuurderschap inwerking getreden. Die wet verplicht
verhuurders om, in het geval van verhuur aan arbeidsmigranten, de huurovereenkomst
afzonderlijk van de arbeidsovereenkomst vast te leggen. Het doel van het scheiden
van de huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst is dat de arbeidsmigrant inzake
zijn huisvesting minder afhankelijk wordt van de werkgever. Het kan dan nog steeds
zijn dat dezelfde partij deze contracten aanbiedt, maar de scheiding zorgt ervoor
als het arbeidscontract wordt beëindigd de huisvesting niet ook per definitie direct
beëindigd wordt, omdat er een apart huurcontract is. Dat draagt bij aan een sterkere
positie van de arbeidsmigrant.
Deze wetgeving is een goede stap in het minder afhankelijk maken van arbeidsmigranten
ten opzichte van werkgevers. Het op termijn afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid
zou een volgende stap kunnen zijn. In de conclusie op de eerder genoemde verkenning
werd geconstateerd dat er eerst nog meer stappen op het terrein van huisvesting nodig
zijn, alvorens het verantwoord is om de inhoudingsregeling voor huisvesting af te
schaffen.
Vraag 12
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?
Antwoord 12
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.