Schriftelijke vragen : De Nederlandse klimaatfinanciering aan ontwikkelingslanden
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de Nederlandse klimaatfinanciering aan ontwikkelingslanden (ingezonden 20 november 2025).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving waaruit blijkt dat Nederland in de
rapportage over internationale klimaatfinanciering projecten meerekent die niet primair
gericht zijn op klimaatmitigatie of -adaptatie, zoals programma’s op het gebied van
gezondheid, cultuur of voedselzekerheid?1
Vraag 2
Kunt u toelichten welke criteria het kabinet hanteert bij het bepalen of een project
of programma meetelt als klimaatfinanciering, en hoe wordt vastgesteld welk deel van
een projectbudget wordt toegerekend aan klimaatdoelen?
Vraag 3
Erkent u dat het toerekenen van delen van bredere ontwikkelingsprojecten aan klimaatfinanciering
het risico met zich meebrengt dat de werkelijke omvang van de Nederlandse bijdrage
aan klimaatmaatregelen in kwetsbare landen wordt overschat?
Vraag 4
Hoeveel publieke middelen heeft Nederland in het meest recente verslagjaar aangemerkt
als internationale klimaatfinanciering, uitgesplitst naar mitigatie, adaptatie en
gemengde projecten?
Vraag 5
In hoeverre bestaan de Nederlandse bijdragen aan klimaatfinanciering uit schenkingen
(giften) dan wel uit leningen of andere financiële instrumenten die moeten worden
terugbetaald?
Vraag 6
Hoe verklaart het kabinet dat Nederland achterblijft bij andere ontwikkelde landen
in het leveren van klimaatfinanciering aan armere landen, terwijl juist de rijkste
landen hiervoor verantwoordelijk zijn?2
Vraag 7
Welke stappen onderneemt Nederland om ervoor te zorgen dat klimaatfinanciering daadwerkelijk
ten goede komt aan de landen en gemeenschappen die het meest kwetsbaar zijn voor de
gevolgen van klimaatverandering?
Vraag 8
In hoeverre is de door Nederland gerapporteerde klimaatfinanciering additioneel ten
opzichte van de reguliere middelen voor ontwikkelingssamenwerking, en hoe wordt deze
additionaliteit gecontroleerd en verantwoord?
Vraag 9
Hoe beoordeelt het kabinet de constatering dat Nederland in vergelijking met andere
Europese landen relatief weinig publieke klimaatfinanciering bijdraagt aan ontwikkelingslanden,
gemeten naar nationale welvaart en historische uitstoot?
Vraag 10
Bent u bereid de Kamer een overzicht te sturen van alle door Nederland als klimaatfinanciering
opgevoerde projecten over de afgelopen drie jaar, inclusief de onderliggende motivering
voor hun klimaatdoelstelling en de gehanteerde verdeelsleutel per project?
Indieners
-
Gericht aan
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Christine Teunissen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.