Schriftelijke vragen : Het artikel 'Pleegkinderen geslagen, aan oren getrokken en door hond gebeten'
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Staatssecretarissen van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het artikel «Pleegkinderen geslagen, aan oren getrokken en door hond gebeten» (ingezonden 20 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Pleegkinderen geslagen, aan oren getrokken en door
hond gebeten»?1
Vraag 2
Bent u bekend met de bij deze zaak behorende beschikkingen van de rechtbank Noord
Nederland?2,
3
Vraag 3
Hoe kan het volgens u dat kinderen drie jaar lang ernstig fysiek zijn mishandeld,
waaronder geslagen, aan de oren getrokken worden en door een hond gebeten worden,
terwijl zij in dit gezinshuis geplaatst zijn door de Gecertificeerde Instelling (GI),
deze GI de voogdij had en deze als gevolg hiervan ook toezicht diende te houden op
het wel en wee en de veiligheid van de kinderen?
Vraag 4
Bent u bekend met het persbericht van de GI waarin gesteld wordt dat de jeugdbeschermers
al langere tijd zorgen hadden over het pedagogisch klimaat in het gezinshuis?4
Vraag 5
Wat zegt het u dat ondanks dat jeugdbeschermers al langere tijd zorgen hadden over
het pedagogische klimaat in het gezinshuis, de kinderen er pas werden weggehaald na
een specifieke melding? Hoe reflecteert u in dat licht op het functioneren en de daadkracht
van de GI en de interne controlemechanismen, zeker gezien de duur, de herhaling en
de ernst van de mishandelingen?
Vraag 6
Erkent u dat drie jaar mishandeling niet past bij het uitgangspunt dat een GI kinderen
nauwlettend moet volgen en beschermen? Zo nee, hoe verklaart u dan dat dit toch is
gebeurd?
Vraag 7
Hoe kan het dat nu blijkt dat er kinderen in een gezinshuis al jaren werden behandeld,
terwijl de betrokken GI, die ook in de Vlaardingen-zaak betrokken was, heeft verklaard
dat alle dossiers waren nagekeken en getoetst?
Vraag 8
Deelt u de analyse dat er in deze casus zowel sprake is van het verwijtbaar gedrag
van de gezinshuisouders, als falen van de GI die signalen had moeten opmerken, controleren
en melden?
Vraag 9
Hoe is het toezicht op gezinshuizen georganiseerd? Welke formele rechtspositie hebben
de gezinshuisouders in het stelsel?
Vraag 10
Zijn bij inspecties, meldpunten of vertrouwenspersonen meer meldingen bekend over
structurele onveiligheid, geweld, misstanden of gebrek aan kwaliteit in gezinshuizen?
Hoeveel sinds 2020?
Vraag 11
Hoe staat het met de uitvoering van de motie Ceder c.s. over onderzoeken in hoeverre
de bestaande bestuurdersaansprakelijkheid beter onder de aandacht gebracht kan worden
bij slachtoffers (Kamerstuk 31 015, nr. 289)?
Vraag 12
Klopt het dat kinderen waarvan het gezag bij ouders is weggenomen, als gevolg van
een besluit op basis van artikel 1:266 lid 1 BW, door de uitwerking van de maatregel
en de uitvoering door de GI, vaak volledig aan het zicht onttrokken worden van de
rechtbank? Klopt het en vindt u het wenselijk dat ouders vrijwel niet worden geïnformeerd
of betrokken bij het toezicht op hun kind?
Vraag 13
Erkent u dat ouders na een gezagsbeëindiging nauwelijks meer zicht hebben op hun kinderen
en dat dit ertoe kan leiden dat zij als enige in staat zijn misstanden te signaleren
maar juridisch niet gehoord worden? Hoe beoordeelt u dat in zowel de Vlaardingen-zaak
als deze zaak de ouders de enige waren die de misstanden zagen, maar door hun rechtspositie
genegeerd werden?
Vraag 14
Klopt het dat door het inzetten van de gezagsbeëindigende maatregel deze kinderen
ook buiten beeld komen van de rechter, waardoor een toetsing of het goed gaat met
het kind in de nieuwe setting niet meer plaatsvindt? Vindt u dat wenselijk?
Vraag 15
Wat vindt u van het feit het dat ouders, bij wie problemen zijn met het opvoeden van
hun kinderen, het gezag ontnomen kan worden? Wat vindt u van het creëren van een tussenliggende
maatregel waarbij de beslissingsbevoegdheid, al dan niet tijdelijk, ontnomen wordt?
Vraag 16
Bent u bereid te onderzoeken of de rechtspositie van ouders na gezagsbeëindiging moet
worden herzien, zodat hun signalen over mishandeling van hun eigen kinderen in situaties
van pleegzorg, gezinshuizen of instellingen niet langer structureel kunnen worden
genegeerd, mede gezien het risico dat kinderen van de radar verdwijnen binnen deze
vormen van jeugdzorg?
Vraag 17
Wilt u deze vragen beantwoorden voor het debat over de rapporten «Kwetsbare kinderen,
kwetsbaar stelsel» van de Inspectie Gezonheidszorg en Jeugd en «Als zelfs overheidsingrijpen
kinderen geen bescherming biedt» van de Inspectie Justitie en Veiligheid?
Indieners
-
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Gericht aan
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Don Ceder, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.