Schriftelijke vragen : De NPO en Hamas
Vragen van het lid Stoffer (SGP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de NPO en Hamas (ingezonden 20 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Na het BBC-schandaal: waarom ook onderzoek naar NOS
noodzakelijk is»1 en «Anti-Israël indoctrinatie van scholieren is wel degelijk zaak van de Minister»2 en herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen van 2 oktober 2025 over SchoolTV?3
Vraag 2
Welke lessen trekt de NOS uit zorgen die leven over de rol van de BBC bij de berichtgeving
over Gaza? In hoeverre ziet de NOS ten dienste van de kwaliteitsverbetering aanleiding
om een onderzoek uit te voeren over de eigen berichtgeving?
Vraag 3
Hoeveel specifieke berichten, reportages en andere producties heeft de NOS in de afgelopen
twee jaar gewijd aan de structuur en werkwijze van de terreurorganisatie Hamas? Hoe
is de betrouwbaarheid van lokale verslaggevers door de NOS getoetst en welke standaarden
zijn gehanteerd voor het gebruik van informatie die afkomstig is van Hamas?
Vraag 4
Vindt u dat Hamas een politieke groepering is die ook mensen heeft die vechten of
onderschrijft u het breed erkende uitgangspunt dat Hamas een terroristische organisatie
is?
Vraag 5
Welke ruimte heeft de landelijke publieke omroep volgens u om binnen de vereiste kwalitatief
hoogwaardige nieuwsvoorziening een eigen duiding te geven van organisaties die internationaal
breed als terroristisch worden aangemerkt? In hoeverre bestaan voor zulke keuzes standaarden
binnen de publieke omroep?
Vraag 6
Waarom vindt u het behoren tot de taak van de NPO om lesmateriaal te ontwikkelen voor
scholen? Hoe beoordeelt u het feit dat het materiaal dat de NPO met belastinggeld
produceert een verstoring vormt van de markt van leermiddelen, waarmee de NPO ook
inhoudelijk meer sturend kan zijn in de beeldvorming dan andere ontwikkelaars?
Indieners
-
Gericht aan
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Chris Stoffer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.