Schriftelijke vragen : De uitvoering van motie Ceder 19637, nr. 3488
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Economische Zaken over de uitvoering van motie Ceder 19 637, nr. 3488 (ingezonden 20 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de aangenomen motie Ceder (Kamerstuk 19 637, nr. 3488) die een verkenning verzoekt van een aanpassing van het Vreemdelingenbesluit zodat
een ambtshalve toets op artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
bij minderjarigen verplicht wordt en daarin de belangen van het kind waaronder geworteldheid
in de Nederlandse samenleving expliciet worden gewogen; tevens een verkenning verzoekt
hoe een uitwerking van deze ambtshalve toetsing in de vreemdelingencirculaire en de
werkinstructie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet worden uitgewerkt,
waarin wordt uitgewerkt wat artikel 8 EVRM voor minderjarige kinderen betekent op
een wijze dat een aanzuigende werking voorkomen wordt, en een juridische uitwerking
vraagt van een wijze waarop het perspectief van een positieve bijdrage aan de Nederlandse
samenleving ook een overweging van toekenning kan zijn?
Vraag 2
Op welke manier voert u deze motie uit? Welke stappen gaat u zetten om deze verkenningen
te realiseren? Worden gemeenten, onderwijs- en werkgeversorganisaties hierbij betrokken?
Op welke termijn kan de Kamer over uw bevindingen worden geïnformeerd?
Vraag 3
Erkent u dat er ongedocumenteerde kinderen met en zonder asielverleden zijn die Nederlands
spreken, goed opgeleid zijn en de Nederlandse normen en waarden onderschrijven? Klopt
het dat dit momenteel nog geen zwaarwegend belang wordt toegekend? Klopt het tevens
dat een potentieel positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving nog niet wordt
meegewogen?
Vraag 4
Erkent u dat het veel minder moeite en inspanning van toekomstige werkgevers en de
samenleving vraagt als deze kinderen in Nederland uiteindelijk gaan werken dan als
er migranten met een werkvisum tijdelijk de Nederlandse arbeidsmarkt op komen, zonder
verplichtingen tot integratie en participatie?
Vraag 5
Wat vindt u in het licht van toenemende arbeidstekorten in cruciale sectoren ervan
dat er ongedocumenteerde jongeren/jong-volwassenen niet eenvoudig een verblijfsvergunning
kunnen krijgen terwijl zij klaar staan om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse
samenleving?
Vraag 6
Op welke manier wordt de toets aan het belang van het kind in vreemdelingrechtelijke
procedures momenteel vormgegeven? Wat vindt ervan om deze toets verplicht te maken,
bijvoorbeeld voor alle minderjarigen en/of als er een bepaald substantieel deel van
het leven in Nederland is doorgebracht?
Vraag 7
Neemt u in de verzochte verdere uitwerking mee welke rechten een kind heeft op basis
van artikel 8 EVRM, waarbij de individuele belangen van het kind worden betrokken
en aan welke inkadering denkt u?
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat er nu geen expertise bij de IND aanwezig is om de toets aan
het belang van het kind uit te voeren? Krijgen vreemdelingen op die manier voldoende
rechtsbescherming? Zijn er plannen om expertise aan de IND toe te voegen?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie -
Indiener
Don Ceder, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.