Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 800 J Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2026
Nr. 6 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 21 november 2025
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 2 oktober 2025 voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van
Infrastructuur en Waterstaat. Bij brief van 19 november 2025 zijn ze door de Minister
en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Peter de Groot
De griffier van de commissie, Schukkink
1
Vraag:
Kunt u een concreet overzicht geven van de uitwerking van de 22 procent bezuiniging
op apparaatslasten vanuit het regeerprogramma? Graag in een tabel waarin wordt aangegeven
op welke organisaties of organisatieonderdelen deze bezuiniging neerslaat, en per
organisatieonderdeel hoeveel externe inhuur teruggedrongen wordt, hoeveel fte verdwijnen
en welk type functies het daar betreft.
Antwoord:
De apparaatstaakstelling bedraagt € 22,8 miljoen in 2025 en loopt op tot € 90,3 miljoen
structureel vanaf 2029. De focus bij de verdeling van de taakstelling lag op het maken
van heldere keuzes; het behouden van een balans tussen beleid, uitvoering, inspectie,
kennis, staf en bedrijfsvoering; en het bijdragen aan de visie waar IenW voor staat.
Hierbij is het uitgangspunt dat alle onderdelen bijdragen in het kader van solidariteit,
maar dat de uitvoering zoveel mogelijk wordt ontzien. Deze besluitvorming resulteert
in een bezuiniging op het apparaat van het kerndepartement van 9,7% vanaf 2029 en
op het apparaatsbudget van de overige organisatieonderdelen wordt stapsgewijs 0,5%
per jaar bezuinigd, oplopend tot 2,5% structureel in 2029. Deze verwerking van de
taakstelling genereert een opbrengst die gelijk staat aan de financiële opgave die
voor IenW voortvloeit uit het HLA.
In tabel 1 is aangegeven hoe de bezuiniging op apparaatslasten vanuit het regeerprogramma
op het Deltafonds neerslaat op de organisatie.
2
Vraag:
Worden dijkverhogingen zoals op Schiermonnikoog vooruitgeschoven of zitten ze nog
op het juiste tijdpad om risico’s af te dekken?
Antwoord:
In algemene zin geldt dat dijkversterkingen op schema liggen om uiterlijk 1 januari
2050 te voldoen aan de gestelde waterveiligheidsnorm. In de landelijke programmering
van het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) worden de grootste waterveiligheidsrisico’s
als eerste aangepakt. Wel is er aandacht nodig voor de voortgang en doelmatigheid
van het HWBP. Daar wordt, samen met de waterschappen, in het kader van de Herijking
HWBP scherper op gestuurd. Basis hiervoor is de rapportage van projecten – zoals Schiermonnikoog –
naar de programmadirectie HWBP. De hoofdlijnen van deze rapportage zijn weergegeven
in het jaarbericht HWBP 2024, dat te vinden is via https://hoogwaterbescherming.foleon.com/jaarbericht/jaarbericht-2024/
3
Vraag:
Is er voldoende budget geborgd voor de dijkverhoging op Schiermonnikoog en zijn de
risico’s voldoende ingeschat?
Antwoord:
Het Hoogwaterbeschermingsprogramma werkt op basis van subsidieverlening per projectfase.
Pas na een afgeronde fase wordt subsidie verleend voor de volgende. In de subsidieaanvraag
worden ook de risico’s meegenomen. Voor het project Schiermonnikoog is sprake van
een pas op de plaats gezien de lopende discussie over onder meer de te hanteren norm
en daarmee de (omvang van de) dijkversterkingsopgave.
Tabel 1 (behorend bij antwoord 1)
De bezuiniging op apparaatslasten vanuit het regeerprogramma op het Deltafonds slaat
neer op de volgende organisaties:
Organisatie
Bezuiniging
Externe inhuur
Aantal fte
Type functies
Rijkswaterstaat
0,5% van het apparaatsbudget 20291
Reductie door verambtelijking van ca. 60 fte
Uitgangspunt is dat het aantal directe fte toeneemt waarbij de kosten per saldo afnemen
door het lagere kostenniveau ten opzichte van inhuur. Verambtelijking wordt per casus
beoordeeld. Reeds doorgevoerde zaken betreft o.a. IT-beheer van applicaties, Incident-management
en expertise op Cybersecurity.
X Noot
1
RWS realiseert deze bezuiniging door vloerenreductie (vermindering kantooroppervlak),
bezuinigingen op materiele kosten en de verambtelijking van ca. 60 fte.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.