Schriftelijke vragen : Criminele netwerken en arbeidsuitbuiting
Vragen van het lid Patijn (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over criminele netwerken en arbeidsuitbuiting (ingezonden 19 november 2025).
Vraag 1
Kent u het artikel «Drie criminele Turkse families heersen over Zaanstad»?1
Vraag 2
Kent u meer gemeenten waarbij één persoon of een klein aantal personen aan het hoofd
staat van criminele piramidestructuren die een wijk in de greep houden? Zo ja, om
hoeveel gemeenten gaat dat en kennen die gemeenten ook een interventieteam of een
andere vorm van ondersteuning tegen deze vorm van ondermijnende criminaliteit?
Vraag 3
Zijn u meer onderzoeken over criminele structuren in gemeenten bekend die vergelijkbaar
zijn met het genoemde onderzoek van Bureau Beke met betrekking tot Zaanstad? Zo ja,
welke onderzoeken zijn dat?
Vraag 4
Deelt u de mening dat voorkomen moet worden hypotheek- en vastgoedfraude via ogenschijnlijk
legale bedrijven kan plaatsvinden? Zo ja, wat is dan de stand van zaken betreffende
de uitvoering van de motie van het lid Mutluer betreffende het onderzoeken of het
verplicht stellen van een verklaring omtrent het gedrag bij een inschrijving in het
Handelsregister effectief kan zijn bij het weren van criminele ondernemers (Kamerstuk
29 911, nr. 458)? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Waarom heeft de uitvoering van de motie Mutluer/Six Dijkstra (Kamerstuk 29 911, nr. 446), die verzoekt te onderzoeken hoe hypotheekverstrekkers inkomensgegevens kunnen opvragen
bij de Belastingdienst om fraude tegen te gaan, zo lang stilgelegen en wanneer wordt
de Kamer hierover opnieuw en volledig geïnformeerd? Bent u bereid om met hoge prioriteit
te zorgen voor afronding van dit onderzoek, inclusief een concreet tijdpad voor implementatie?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Deelt u de analyse dat een structurele verstrekkingsgrond nodig is voor hypothecaire
financiers via aanpassing van artikel 4:3 Besluit Politiegegevens? Bent u bereid te
onderzoeken hoe de Belastingdienst structureel relevante opsporingsinformatie kan
ontvangen bij fiscale en hypotheekfraude door aanpassing van artikel 4:3 Besluit politiegegevens
(Bpg) en artikel 18 Wet politiegegevens (Wpg)? Zo ja, binnen welke termijn?
Vraag 7
Bent u bereid in gesprek te gaan met het Openbaar Ministerie (OM) om te komen tot
een programmatische aanpak van hypotheek- en vastgoedfraude in het bijzonder in de
kwetsbare wijken die onder Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid vallen zodat
de ondermijnende werking beter kan worden bestreden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Welke acties zijn na motie Michon c.s. ondernomen om de Kamer van Koophandel meer
mogelijkheden te geven om malafide ondernemingen te weren, onder meer door explicitering
van weigeringsgronden en ruimere mogelijkheden tot het delen van signalen (Kamerstuk
29 911, nr. 463)? Kunt u daarbij een splitsing maken tussen de inschrijving van BV’s en de inschrijving
van de Bulgaren die als zelfstandige ingeschreven worden?
Vraag 9
Ziet u aanleiding om een landelijk vergunningenstelsel te creëren voor sectoren die
gevoelig zijn voor ondermijning (zoals schoonmaak of glazenwassen), mede gezien het
waterbedeffect richting omliggende gemeenten? Zo nee, waarom niet? En wat is daar
wel voor nodig?
Vraag 10
Kunt u aangeven in hoeverre (een deel van) deze bedrijven al onder de nieuwe Wet toelating
terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) vallen en daarmee toelatingsplichtig
zijn?
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat de omschreven afhankelijkheid van de in het artikel genoemde
arbeidsmigranten laat zien hoe belangrijk het scheiden van werk en wonen is?
Vraag 12
Kunt u aangeven hoe omvangrijk de arbeidsuitbuiting is en wat er voor de mensen die
het betreft gedaan wordt ten aanzien van bescherming en juridische ondersteuning?
Vraag 13
Kunt u aangeven bij welke opdrachtgevers de mensen te werk gesteld werden en ziet
u mogelijkheden om met werkgeversorganisaties het gesprek aan te gaan om scherper
te controleren op hun keten van uitbesteding en aanbesteding en uitzendwerk?
Vraag 14
Bent u bereid om nader in kaart te brengen hoe de ronseling van mensen uit Bulgarije
en andere landen in de regio verloopt en hoe voorkomen kan worden dat mensen op deze
manier naar Nederland gehaald worden?
Vraag 15
Kunt u aangeven of ook de Belastingdienst betrokken is voor de handhaving op schijnzelfstandigheid?
Vraag 16
Bent u bereid maatregelen te treffen tegen de beschreven gedwongen zelfstandigheid
van deze migranten? Bent u het eens dat deze migranten niet echte «ondernemers» zijn?
Vraag 17
Is er op dit moment nog steeds sprake van illegale overbewoning met veel te hoge huren
van het vastgoed van deze families?
Vraag 18
Bent u bereid te onderzoeken welke handvatten gemeentes vanuit het Rijk kunnen krijgen
om makkelijker te kunnen controleren en handhaven op overbewoning?
Vraag 19
Bent u bereid drempels op te werpen voor ondernemerschap, zoals inschrijving in de
Basisregistratie Personen (BRP) of een ondernemersdiploma, om deze gedwongen zelfstandigheid
tegen te gaan waardoor de arbeidsmigranten geen werknemersrechten hebben?
Vraag 20
Bent u bereid te verkennen welke aanvullende bestuurlijke waarborgen nodig zijn om
ondermijning van lokale democratie tegen te gaan?
Indieners
-
Gericht aan
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Indiener
Mariëtte Patijn, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.