Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kouwenhoven en Saris over de ingreep van de Nederlandse overheid bij het bedrijf Nexperia
Vragen van de leden Kouwenhouven en Saris (beiden Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister van Economische Zaken over de berichten inzake de ingreep van de Nederlandse overheid bij het bedrijf Nexperia (ingezonden 24 oktober 2025).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken) (ontvangen 19 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de artikelen in Telegraaf, AD en RTL Nieuws over de ingreep bij
de chipmaker Nexperia? Zo ja, hoe kijkt u naar de ontstane (politieke) situatie?1,
2,
3
Antwoord 1
Ja. De ingreep vindt zijn oorsprong in specifieke handelingen van de CEO van de Nexperia
Groep. Er was sprake van oneigenlijke verplaatsing van productie, geld, technologie
en kennis (waaronder intellectuele eigendomsrechten) naar een buitenlandse entiteit
van de CEO buiten de Nexperia groep. Ook de verschillende EU-onderzoeksafdelingen
zouden worden afgeschaald. Het handelen van de CEO uitte zich als volgt 1) belangenverstrengeling
en zelfverrijking door het verplaatsen van kennis en capaciteit naar een fabriek in
persoonlijk eigendom van de CEO en niet in eigendom van Nexperia, 2) het in gevaar
brengen van de financiën van de Nexperia groep, en 3) het op onjuiste wijze willen
ontslaan van werknemers (o.a. bij de Europese R&D afdelingen) en medebestuurders.
Dit vormde een direct risico voor de kennispositie, productie in de toeleveringsketen
en daarmee de leveringszekerheid van microchips aan de Europese industrie en voor
bestaande wederzijdse afhankelijkheden.
Om die situatie te ondervangen en stabiliteit van toeleveringsketens te waarborgen,
heb ik op 30 september de Wet beschikbaarheid goederen (Wbg) toegepast. Ik heb uw
Kamer hierover op 14 oktober jl. schriftelijk geïnformeerd. Dit besluit was mede aanleiding
voor de Chinese overheid om vanaf 4 oktober jl. Nexperia exportrestricties op te leggen.
Sindsdien is er, in nauwe afstemming en met steun van de Commissie en andere internationale
partners, intensief contact met de Chinese autoriteiten om tot een oplossing te komen
die voor beide zijden acceptabel is en leidt tot de hervatting van de export vanuit
China om zodoende de verstoring van de waardeketens te kunnen verlichten. Op moment
van schrijven is er voorzichtig optimisme n.a.v. een aantal berichten dat er weer
Nexperia-chips geleverd worden.
Vraag 2
Het AD-artikel (en verschillende andere artikelen) spreekt over dreigende chiptekorten
bij Europese autobouwers; kunt u een overzicht geven van de economische gevolgen (voor
Nederland of Europa) van het door China reeds aangekondigde exportverbod?
Antwoord 2
China heeft een bedrijfsspecifieke exportcontrolemaatregel afgekondigd voor alle Nexperia
producten. Er is geen sprake van een exportverbod maar van een exportvergunningmaatregel.
Voor alle producten moet een exportvergunning worden aangevraagd. Bij het niet of
vertraagd verlenen van een vergunning zijn de economische gevolgen groot. De chips
van Nexperia worden namelijk in een breed scala aan veelgebruikte producten gebruikt,
waaronder auto’s en consumentenelektronica. Nexperia vormt daarmee een belangrijke
producent in dit segment. Zonder hervatting van de export van de zogenoemde «legacy
chips»4 vanuit China dreigen productielijnen in Europa en elders stil te vallen.
Vraag 3
In hoeverre heeft het kabinet voorafgaand aan het besluit mogelijke diplomatieke of
economische tegenmaatregelen van China geïnventariseerd (tegen Nederlandse bedrijven
die ook belangrijke belangen hebben in China) en hoe zijn deze risico’s gewogen?
Antwoord 3
Het bevel ziet uitdrukkelijk niet op China maar naar aanleiding van de effecten van
het handelen van de (thans door de Ondernemingskamer geschorste) CEO van het bedrijf.
Ingrijpen was noodzakelijk om oneigenlijke verplaatsing van productie, geld, technologie
en kennis te voorkomen. Dit was een weloverwogen en onderbouwd besluit waarbij voorafgaand
uiteraard verschillende mogelijke scenario’s zijn doorgenomen evenals de kans dat
deze zich voor zouden doen. Bij de vormgeving van het bevel is rekening gehouden met
deze scenario's. Het bevel is dan ook zo ingericht dat er geen gevolgen zijn voor
de normale productie en export van goederen door de onderneming.
Vraag 4
Bent u voorafgaand aan de ingreep bij Nexperia geïnformeerd over de economische en
juridische risico’s van uw besluit (uw beslisnota bij de brief «Inzet Wet beschikbaarheid
goederen» geeft daar geen inzicht in)? Zo ja, welke risico’s heeft u meegewogen in
het besluit om de CEO van Nexperia op een zijspoor te zetten en welke rol speelde
uw ministerie bij het besluit van de Ondernemingskamer om de CEO te schorsen en een
interim-bestuurder te benoemen?5
Antwoord 4
Het besluit is genomen op basis van een integrale afweging waarbij ook de mogelijke
economische en juridische risico’s in ogenschouw zijn genomen. Bij deze afweging is
ook meegenomen dat niet ingrijpen dermate grote risico’s had op weglekken van cruciale
technologische kennis en verlies van essentiële productiecapaciteit voor Europa. Voor
de duidelijkheid merk ik op dat ik de CEO niet op een zijspoor heb gezet. De Ondernemingskamer
heeft als onafhankelijke rechtelijke instantie besloten tot het schorsen van de CEO
als voorlopige maatregel, op basis van de daarvoor geldende wettelijke kaders. De
zaak bij de Ondernemingskamer is gestart door de overige bestuursleden van Nexperia.
Ingegeven door het daarvoor afgevaardigde bevelschrift, heeft de Nederlandse Staat
zich, zoals juridisch in dit geval voor de hand lag, gevoegd als belanghebbende bij
deze zaak om een toelichting te geven over het bevel en de publieke belangen die in
het geding waren.
Vraag 5
Op welke juridische grondslag is de overheid feitelijk tot het besluit gekomen Nexperia
onder staatstoezicht te plaatsen en op welk moment is de Wet beschikbaarheid goederen
voor het laatst geëvalueerd of geactualiseerd?
Antwoord 5
De juridische grondslag voor het bevel is de Wet beschikbaarheid goederen (Wbg). Met
deze wet kunnen Ministers bevelen geven die de beschikbaarheid van goederen waarborgt
door veranderingen aan goederen te verbieden dan wel verplichten tot het maken van
veranderingen aan goederen. Ook kan het verbruik of verwerking van goederen verboden
worden. En een doeltreffend onderhoud kan verplicht worden gesteld. Het kan hierbij
gaan om algemene bevelen die voor groepen gelden of bijzondere bevelen die zich richten
op één persoon of organisatie. Het kan zien op goederen waarmee weer andere goederen
kunnen worden gemaakt (productiemiddelen) of geproduceerde eindproducten. Verder zijn
de Ministers bevoegd om goederen te onderwerpen aan een onderzoek. De laatste meer
inhoudelijke wijziging van de Wet beschikbaarheid goederen is in werking getreden
op 16 maart 2005. Sindsdien is de wet nog zeven keer op meer technische punten gewijzigd
en geactualiseerd, laatstelijk met ingang van 1 juli 2021. Het bevel stelt de staat
in een rol als «toezichthouder» om beslissingen die in het nadeel van de bedrijfsbelangen
zijn te kunnen beoordelen en waar nodig tegen te houden. Het bevelschrift is nadrukkelijk
geen overname of overname van controle van het bedrijf, en staat het reguliere productieproces
en de reguliere bedrijfsvoering niet in de weg.
Vraag 6
Bent u vooraf geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van dit besluit voor het Nederlandse
vestigingsklimaat? Zo ja, welke analyses of adviezen heeft u hierover ontvangen en
kunt u deze met de Kamer delen?
Antwoord 6
Er is ingegrepen op basis van concrete signalen dat er zich een direct risico op het
voortbestaan van de resterende productiecapaciteit van Nexperia in Europa, en daarmee
de leveringszekerheid van legacy chips. Een deel van de risico's blijken ook uit de
stukken die in het kader van de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer zijn gewisseld.
Niet ingrijpen had dermate grote risico’s op weglekken van cruciale technologische
kennis en verlies van essentiële productiecapaciteit voor Europa dat ik uiteindelijk
heb besloten om op grond van de Wet beschikbaarheid goederen (Wbg) een bevel af te
vaardigen om de verwezenlijking van deze essentiële risico’s te voorkomen. Als ik
dit niet had gedaan, dan waren er op langere termijn absoluut schadelijke gevolgen
geweest voor het vestigingsklimaat in Nederland en de EU. Aangezien een aanzienlijk
deel van de Europese industrie afhankelijk is van Nexperia-chips, had zo’n ontwikkeling
Nederland en Europa in een kwetsbare positie gebracht. Het behoud van deze wederzijdse
afhankelijkheid is namelijk van belang voor een hogere leveringszekerheid.
Vraag 7
Heeft u met uw handelen het Nederlandse vestigingsklimaat schade toegebracht?
Antwoord 7
Nee, op lange termijn is een verslechtering van ons vestigingsklimaat hiermee juist
voorkomen. Nederland staat voor een gezond en stabiel vestigingsklimaat, en beschermt
dit ook waar nodig door oneerlijke handelspraktijken aan te pakken en te borgen wat
voor Nederland en de EU van cruciaal belang is. Het kabinet blijft zich hiervoor inzetten.
De genomen maatregel is uitzonderlijk en is weloverwogen toegepast. Met het opgelegde
bevel is het weglekken van cruciale technologische kennis en verlies van essentiële
productiecapaciteit voor Europa een halt toegeroepen. Als deze risico’s zich hadden
verwezenlijkt, had dat tot een strategische afhankelijkheid geleid hetgeen het vestigingsklimaat
negatief had beïnvloed.
Vraag 8
In september jl. is de Amerikaanse «50% rule» ingegaan, op dezelfde dag waarop u dit
besluit heeft genomen; kunt u uitsluiten dat er geen inspraak is geweest van de Amerikaanse
autoriteiten, formeel of informeel, dienaangaande?6
Antwoord 8
Ter verduidelijking: de Amerikaanse Affiliates Rule, informeel bekend als de «50%-rule»,
is op 29 september jl. gepubliceerd. Het bevel op grond van de Wet beschikbaarheid
goederen (Wbg) is op 30 september jl. afgegeven. De Amerikaanse maatregelen en het
Nederlandse besluit zijn dus niet op dezelfde dag genomen. Daarnaast hebben de Amerikaanse
autoriteiten geen enkele rol gespeeld bij de totstandkoming van mijn besluit over
de toepassing van de Wbg. Het besluit is volledig zelfstandig genomen, op basis van
risicoafwegingen voor Nederland en Europa. Het handelen van de CEO is hier leidend
in geweest. Het is belangrijk te benadrukken dat het doel van het Nederlandse bevel
is om de continuïteit en stabiliteit van het bedrijf te waarborgen. De toepassing
van de Amerikaanse Affiliates Rule kan daarentegen juist beperkend werken.
Vraag 9
Heeft Nederland informatie ontvangen of verzoeken gekregen van de Amerikaanse regering
of veiligheidsdiensten over deze zaak, bijvoorbeeld in het kader van export- of sanctieregimes?
Antwoord 9
Eerdere gesprekken tussen de Verenigde Staten en Nederland gingen primair over Nederlandse
zorgen over nadelige gevolgen van de Affiliates Rule voor Nexperia. Deze gesprekken
vonden plaats ruim voordat het ministerie een completer beeld had van het handelen
van de CEO van Nexperia en dus ook ruim voor de beslissing om de Wbg in te roepen.
Daarbij wil ik benadrukken dat ik heb ingegrepen vanwege de effecten van het handelen
van de CEO van Nexperia, en niet vanwege de Affilates Rule. Over de inhoud van contacten
met de Amerikaanse regering in het kader van export- of sanctieregimes kan ik vanwege
het vertrouwelijke karakter daarvan geen uitspraken doen. Verder doet het kabinet
in het openbaar geen uitspraken over het werk van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Vraag 10
Kunt u een overzicht geven van de tijdslijn van dit besluit, inclusief de data waarop
betrokken departementen, de NCTV en eventueel buitenlandse partners zijn geïnformeerd
of geconsulteerd?
Antwoord 10
Vanaf december 2023 is mijn ministerie op initiatief van Nexperia in gesprek over
de gepercipieerde veiligheidszorgen bij Nexperia. Tot zomer 2025 is gesproken over
eventuele (governance)maatregelen die Nexperia zou kunnen nemen om deze zorgen te
adresseren. In de tweede helft van september 2025 ontving EZ zeer concrete en feitelijke
signalen over de risicovolle handelwijze van de CEO van Nexperia die ertoe zouden
leiden dat laatste kennis, kunde en productiecapaciteit zou weglekken buiten Europa.
Kort daarop heb ik besloten tot de inzet van de Wbg. De formele uitvaardiging van
dit bevel vond plaats op 30 september 2025. Meteen na de afgifte van het bevel heb
ik betrokken partners en overheden geïnformeerd over het bevel. Op 1 oktober jl. hebben
bestuurders van de onderneming een verzoek ingediend voor een onafhankelijke enquêteprocedure
bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof van Amsterdam (OK) inzake wanbeleid door
de CEO. In de week daarop heb ik intensief contact gehad met betrokken partners en
overheden. Op 4 oktober jl. kondigde China exportcontrolemaatregelen t.a.v. Nexperia
aan. Op 14 oktober jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de ontstane situatie. Sindsdien
wordt er intensief gewerkt op alle niveaus en met verschillende betrokken partijen
aan een oplossing voor de ontstane situatie. Er lopen constructieve gesprekken met
de Chinese overheid in het kader van het herstel van de toeleveringsketen van de chips
en het vinden van een duurzame oplossing. In dat kader zijn deze week ambtelijke gesprekken
gevoerd in China. Hierop ga ik ook nader in op de Kamerbrief die ik ook vandaag met
de Kamer heb gedeeld.
Vraag 11
Hoe verhoudt deze ingreep zich tot de Europese Chipverordening7 en de aangekondigde Europese richtlijnen voor screening van buitenlandse investeringen?
Is hierover overleg geweest met de Europese Commissie?
Antwoord 11
Het opgelegde bevel staat los van de Europese Chips Act. Dit is een wetgevingspakket
om de Europese halfgeleiderindustrie een impuls te geven, haar veerkracht te versterken
en een veilige aanvoer van chips te garanderen. Dit staat ook los van de voorgestelde
Europese verordening voor screening van buitenlandse investeringen, die ziet alleen
op voorgenomen overnames of investeringen (door buitenlandse partijen). In deze casus
was geen sprake van een (voorgenomen) investering of overname, maar is ingegrepen
vanwege specifieke handelingen van de CEO van de Nexperia groep.
Vraag 12
Wat zegt u tegen andere multinationals, gevestigd in Nederland, inzake de inzet van
dit zware middel en wat is het precedent voor andere multinationale bedrijven in Nederland?
Antwoord 12
Het instrument van de Wet beschikbaarheid goederen is bij hoge uitzondering ingezet
vanwege de risico’s voor de strategische autonomie van Nederland en Europa in deze
zeer specifieke situatie. De inzet van de Wbg kwam tot stand vanwege deze zeer unieke
bedrijfscasus en de daarmee samenhangende belangen. Dit markeert uitdrukkelijk geen
beleidswijziging van het kabinet en het is hoogst onwaarschijnlijk dat het kabinet
dit instrument nogmaals inzet.
Vraag 13
Hoe gaat u de politieke stabiliteit voor (internationale) ondernemers, als fundament
onder het vestigingsklimaat in Nederland, verder versterken?
Antwoord 13
Het kabinet werkt gericht aan een sterker investeringsklimaat door in nauwe samenwerking
met het bedrijfsleven en kennisinstellingen strategische sectoren zoals halfgeleiders,
biotechnologie en andere sleuteltechnologieën te versterken, en door de regeldruk
en fiscale lasten structureel te verlagen. Daarnaast richt het kabinet zich op het
vergroten van het innovatievermogen en een structurele dialoog tussen overheid, bedrijfsleven
en wetenschap. Met deze lange termijnaanpak beoogt het kabinet een stabiele en voorspelbare
beleidsomgeving te creëren die essentieel is voor een robuust investeringsklimaat.
Vraag 14
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 14
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.