Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 810 Uitvoering van verordening (EU) 2022/1031 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2022 over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit derde landen tot de aanbestedings- en concessiemarkten van de Unie en procedures ter ondersteuning van onderhandelingen over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit de Unie tot de aanbestedings- en concessiemarkten van derde landen (Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten – IIO) (PbEU 2022, L 173)
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 18 november 2025
De vaste commissie voor Economische Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen
afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit
wetsvoorstel voldoende voorbereid.
I ALGEMEEN
De leden van de D66-fractie onderschrijven het doel van dit wetsvoorstel om uitvoering
te geven aan de verordening Internationale Overheidsopdrachten (IIO) en zo bij te
dragen aan eerlijke en wederkerige markttoegang bij internationale aanbestedingen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel
en hebben een enkele vraag.
1 INLEIDING
De leden van de D66-fractie achten het van belang dat Nederland een gelijk speelveld
bevordert, misbruik van subsidiëring of markttoegang door derde landen tegengaat en
tegelijkertijd duurzame standaarden en mensenrechten in internationale handelsrelaties
versterkt. Wel hebben deze leden nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over de relatie tussen
dit instrument en andere handelspolitieke instrumenten. Klopt het dat er naast dit
instrument nog andere instrumenten in de pijplijn van de Europese Commissie zitten
als het gaat om handelspolitiek? Behoort dit instrument tot een pakket aan maatregelen?
Zo ja, welke andere instrumenten zijn er aan dit instrument gerelateerd? Welke andere
initiatieven, wet- en regelgeving lopen er op dit moment in Europa om offensiever
op te kunnen treden op het terrein van de handel? Hoe verhoudt dit instrument zich
tot deze andere initiatieven?
2 DE VERORDENING IIO
2.1 Totstandkoming
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Zij erkennen de geopolitieke context waarbij derde landen aanbestedingen strategisch
inzetten. Deze leden vragen of de regering inzicht kan geven in de vraag in welke
sectoren of landen risico’s op oneerlijke markttoegang voor Europese bedrijven momenteel
het grootst zijn. Deze leden vragen tevens hoe hierbij wordt aangesloten bij bredere
Nederlandse en Europese strategieën voor open strategische autonomie.
2.2 Reikwijdte
De leden van de D66-fractie lezen in het wetsvoorstel dat het instrument uitsluitend
geldt voor aanbestedingen boven bepaalde Europese drempelwaarden. Deze leden vragen
hoe wordt voorkomen dat kleinere aanbestedende diensten alsnog worden belast met gegevensverplichtingen
die in omvang boven hun capaciteit uitgaan.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over de reikwijdte van
het wetsvoorstel. Waarop zijn de geraamde drempelwaarden van ten minste € 15.000.000
exclusief btw voor werken en concessies en ten minste € 5.000.000 exclusief btw voor
goederen en diensten gebaseerd? Kan de regering schetsen hoe deze afweging is gemaakt?
Waaruit blijkt dat deze drempelwaarden enerzijds voor een effectief instrument zorgen
en anderzijds niet voor een onnodige grote reikwijdte zorgen?
2.3 Inhoud
De leden van de D66-fractie waarderen de mogelijkheid tot uitzonderingen bij dwingende
redenen van algemeen belang. Zij vragen op welke wijze wordt voorkomen dat uitzonderingen
worden gebruikt als sluiproute om niet-duurzame of staatsgesubsidieerde import toe
te laten.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over de inhoud en werking
van de IIO-verordening. Met de verordening is een offensief handelspolitiek instrument
geïntroduceerd. Kan de regering uitleggen op welke manier deze verordening leidt tot
offensievere handelspolitiek vanuit de Europese Unie? Hoe verhoudt dit instrument
zich tot de huidige geopolitieke situatie (zoals de relatie tot China) en hoe zou
dit instrument moeten zorgen voor een sterker Europa op dit terrein? Wat maakt het
instrument offensief? Kan de regering een paar voorbeelden of casussen schetsen waarbij
dit instrument zou worden ingezet en daarbij aangeven wat precies de gevolgen van
het inzetten van het instrument zouden zijn?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat lidstaten onder artikel 7 de
mogelijkheid hebben om enkele aanbestedende diensten vrij te stellen. Klopt het dat
de regering hier geen gebruik van maakt? Heeft de regering overwogen om hier bepaalde
sectoren of aanbestedende diensten onder te brengen en dus uit te zonderen? Waarom
wel of niet?
De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre het IIO daadwerkelijk ingezet wordt.
Kan de regering daar voorbeelden van geven? Indien ja, kan de regering daarbij ook
aangeven hoe een dergelijke situatie anders zal uitpakken als het wetsvoorstel inwerking
is getreden?
3 INHOUD VAN HET WETSVOORSTEL
3.1 Algemeen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat precies de gevolgen van het wetsvoorstel
zijn voor aanbestedende diensten en bedrijven die bedingen met aanbestedingen. In
hoeverre is de inschatting dat dit instrument gevolgen zal hebben voor producten en
diensten «Made in Europe» en/of producten en diensten uit Nederland? Kan de regering
schetsen hoe groot de gevolgen van de IIO-verordening en dit wetsvoorstel zijn voor
het Nederlandse bedrijfsleven en aanbestedende diensten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen voorts of het klopt dat, mocht het
IIO vaak worden ingezet, aanbestedende diensten door dit instrument minder inschrijvingen
kunnen krijgen voor hun aanbestedingen. Kan de regering aangeven of en zo ja, wat
de gevolgen hiervan kunnen zijn voor de aanbestedende diensten, onder meer in de meerkosten
die zij wellicht zouden maken? Klopt het dat het ook juist voor Europese en Nederlandse
bedrijven gunstig kan zijn, indien er door dit instrument bedrijven van buiten de
EU worden uitgesloten? Kortom, zo vragen deze leden, wat is de inschatting van de
regering voor wat betreft de gevolgen voor de Nederlandse aanbestedingsmarkt.
De leden van de CDA-fractie vragen of de algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarvoor
in dit wetsvoorstel een grondslag gecreëerd wordt, reeds gereed is. Wanneer zal deze
inwerking treden?
3.2 Primaat van de wetgever
De leden van de D66-fractie zien dat de afdeling Advisering van de Raad van State
een beperking heeft geadviseerd om het primaat van de wetgever te beschermen. Deze
leden vragen hoe de regering voorkomt dat de delegatiegrondslag de facto een generieke
grondslag wordt voor andere Europese aanbestedingsmaatregelen. Kan de regering concreet
inzichtelijk maken welke onderdelen nu niet meer onder deze delegatiegrondslag vallen
na de aanpassing naar aanleiding van het advies van de Afdeling? De regering geeft
aan het advies van de Afdeling «omwille van de tijd» te hebben gevolgd. Welke tijdsdruk
speelde hierbij, en hoe is gewaarborgd dat kwaliteit en parlementaire controle volledig
zijn geborgd?
5 GEVOLGEN VAN HET WETSVOORSTEL
De leden van de D66-fractie lezen dat het wetsvoorstel geen financiële of administratieve
gevolgen zou hebben. Zij vragen waarop deze inschatting is gebaseerd. Wordt periodiek
herijkt of dit in de praktijk zo blijft?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het wetsvoorstel niet zorgt voor
nieuwe rechten of verplichtingen ten aanzien van aanbestedingsprocedures. Hoe verhoudt
dit zich tot het doel van de wet om meer wederkerigheid op de markt voor overheidsaanbestedingen
en concessies met derde landen te bewerkstelligen? Zou een gevolg van de wetswijziging
niet juist moeten zijn dat bepaalde partijen, in het kader van wederkerigheid, kunnen
worden uitgesloten van aanbestedingsprocedures en dat dit wetsvoorstel dus wel gevolgen
zal hebben voor aanbestedende diensten? Kan de regering toelichten hoe dit instrument
enerzijds effectief kan zijn als offensief handelspolitiek instrument maar anderzijds
geen gevolgen kan hebben voor aanbestedingsprocedures?
6 TOETSING EN ADVISERING
De leden van de D66-fractie constateren dat in de toelichting niet wordt ingegaan
op mogelijke effecten op strategische autonomie en economische veiligheid. Zij vragen
of de regering nader kan reflecteren op deze dimensies van het instrument. Deze leden
vragen tevens of de regering kan reflecteren op het ontbreken van een internetconsultatie,
gezien de directe betrokkenheid van decentrale overheden.
De fungerend voorzitter van de commissie, Michon-Derkzen
Adjunct-griffier van de commissie, Krijger
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I.J.M. Michon-Derkzen, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
H.W. Krijger, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.