Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kathmann over het besluit van de rechter dat Meta aanbevelingsalgoritmen moet aanpassen
Vragen van het lid Kathmann (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Economische Zaken over het besluit van de rechter dat Meta aanbevelingsalgoritmen moet aanpassen (ingezonden 3 oktober 2025).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken) en van Staatssecretaris Van Marum
(Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 18 november 2025). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 272.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Nederlandse organisatie wint zaak: tijdlijn Facebook
en Instagram moet anders»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u toezeggen dat, als het vonnis van de rechter standhoudt, u zal pleiten om de
strengere nationale norm voor meer keuzevrijheid in de algoritmes op sociale media
als Europese standaard te hanteren?
Antwoord 2
De Nederlandse rechter interpreteert in deze uitspraak bestaande normen uit de digitaledienstenverordening
(DSA). Er is hier geen sprake van een strengere nationale norm en het is daarom niet
nodig om op Europees niveau te pleiten voor een strengere norm. De uitspraak is uitvoerbaar
bij voorraad verklaard, wat in dit geval betekent dat Meta een dwangsom moet betalen
aan Bits of Freedom als zij de uitspraak niet voor 31 december 2025 naleeft. Meta
heeft tegen de uitspraak hoger beroep ingesteld. Dat beroep dient op 26 januari 2026.
Uiteindelijk is de interpretatie van de DSA in laatste instantie aan het Hof van Justitie
van de Europese Unie. De Digitale dienstenraad, die bestaat uit de nationale toezichthoudende
autoriteiten, signaleert opkomende kwesties met betrekking tot de DSA en draagt samen
met de Europese Commissie bij aan een consistente toepassing van de DSA in de EU,
onder meer door de mogelijkheid tot het opstellen van richtsnoeren. Daarbij kunnen
dit soort uitspraken van nationale rechters uiteraard een belangrijke rol spelen.
Gelet hierop zien wij op dit moment geen reden om op Europees niveau te pleiten voor
een Europese standaard op dit gebied.
Vraag 3
Deelt u de mening dat niet de rechter, maar de toezichthouder moet afdwingen dat bedrijven
als Meta de Europese wet- en regelgeving naleven?
Antwoord 3
Wij delen die mening niet. De DSA voorziet in een systeem van publiekrechtelijk toezicht,
maar laat de mogelijkheid van een gang naar de civiele rechter onverlet. Dit blijkt
ook expliciet uit de artikelen 21 en 90, eerste lid, van de DSA. Het laatste artikel
opent de deur voor collectieve acties. Publiekrechtelijke en civielrechtelijke handhaving
zijn beide van belang voor de effectieve werking van het systeem van de DSA en sluiten
elkaar dus niet uit.
Vraag 4
Wat gaat u doen om toezichthouders als de Autoriteit Consument & Markt en de Autoriteit
Persoonsgegevens in staat te stellen om proactief toe te zien op de naleving van Europese
wet- en regelgeving?
Antwoord 4
In de Uitvoeringswet digitaledienstenverordening zijn de Autoriteit Consument & Markt
(ACM) en de Autoriteit persoonsgegevens (AP) aangewezen als toezichthouders. Deze
wet geeft de toezichthouders de bevoegdheden die nodig zijn om toezicht te houden
op de DSA. Het Ministerie van Economische Zaken stelt structurele financiering beschikbaar
voor beide toezichthouders. Het ministerie staat regelmatig in contact met zowel de
ACM als de AP. Er zijn vanuit de toezichthouders geen signalen ontvangen dat zij niet
in staat zouden zijn om doeltreffend toe te zien op de DSA, waardoor op dit moment
geen verdere actie is vereist. Het is hierbij van belang op te merken dat Facebook
en Instagram onder toezicht staan van de Europese Commissie en de Ierse toezichthouder.
Eventuele handhavingsmaatregelen worden door deze autoriteiten genomen.
Vraag 5
Waarom maakt de Rijksoverheid nog steeds gebruik van online platforms die de Europese
wet- en regelgeving niet naleven? Hoe treedt u normerend op tegen de desbetreffende
techbedrijven?
Antwoord 5
Vrijwel de hele samenleving maakt gebruik van online platforms: ruim 14 miljoen Nederlanders
zijn hier daar dagelijks op actief. Nederlanders hebben een groot belang bij goede
informatievoorziening door de overheid. Als overheid willen we communiceren met middelen
waarmee Nederlanders goed kunnen worden bereikt. De Rijksoverheid ziet zich daarom
geconfronteerd met een situatie dat er gebruik moet worden gemaakt van online platforms
voor contact met de samenleving omdat er voor dit gebruik op dit moment geen geschikte
alternatieven beschikbaar zijn. Daarbij speelt mee dat er specifieke groepen zijn
in de samenleving die weinig gebruik maken van traditionele media en/of andere informatiekanalen.
Gebleken is dat deze groepen wel goed bereikbaar zijn via online platforms.
Online platforms dienen zich te houden aan Europese wet- en regelgeving. Het is allereerst
aan de toezichthouders om ervoor te zorgen dat die normen publiekrechtelijk worden
gehandhaafd. In aanvulling daarop werken we aan verschillende instrumenten om naleving
van Europese wet- en regelgeving te bevorderen. Zo zijn er in opdracht van de Staatssecretaris
voor Koninkrijksrelaties en Digitalisering onder meer Kinderrechten Impact Assessments
uitgevoerd en maken we met onderzoek naar contentmoderatie op zeer grote online platforms,
waaronder sociale media, zichtbaar hoe platforms omgaan met illegale en schadelijke
content.2
Vraag 6
Wat doet u om maatschappelijke organisaties, zoals Bits of Freedom, te ondersteunen
in hun acties om grote techbedrijven ter verantwoording te roepen?
Antwoord 6
Maatschappelijke organisaties spelen een belangrijke rol in de effectieve toepassing
van de DSA, onder meer als trusted flaggers en via civielrechtelijke handhaving van
de DSA. Het onafhankelijk functioneren van deze organisaties is hierbij van groot
belang. Het is een taak van de overheid om ruimte te creëren voor maatschappelijke
organisaties om hun rol uit te oefenen.
De overheid onderhoudt contacten met verschillende maatschappelijke organisaties om
kennis en signalen te delen, zo ook met Bits of Freedom.
Vraag 7
Bent u bereid om, in zoverre mogelijk, bijstand te verlenen aan maatschappelijke organisaties
die juridisch de strijd aan gaan met grote techbedrijven die willens en wetens de
wet niet naleven?
Antwoord 7
Wij zien het als taak voor de overheid om ruimte te creëren voor maatschappelijke
organisaties om hun doelen na te streven, en om te zorgen dat in Nederland toezicht
kan worden gehouden op de toepasselijke wet- en regelgeving. Het is echter geen taak
voor de overheid om enige, maar in het bijzonder financiële, bijstand te verlenen
in civielrechtelijke rechtszaken.
Vraag 8
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 8
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Mede namens
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.