Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Olger van Dijk over demonstraties op het spoor
Vragen van het lid Olger van Dijk (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «Staatssecretaris wil demonstraties op spoor tegenhouden» (ingezonden 10 oktober 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens
de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 17 november 2025). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nrs. 305 en 317.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Staatssecretaris wil demonstraties op spoor tegenhouden»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het feit dat woensdagavond 8 oktober toch meerdere activisten
van Extinction Rebellion het spoor bij Amsterdam centraal zijn opgelopen waarna al
het treinverkeer werd stilgelegd?
Antwoord 2
Ik vind het onacceptabel dat demonstranten het spoor betreden. De veiligheid van eenieder
– reizigers, medewerkers en demonstranten zelf – wordt ermee in gevaar gebracht en
het zorgt voor ernstige verstoringen van het treinverkeer. Het betreden van het spoor
is ook strafbaar. Het demonstratierecht is een belangrijk grondrecht, maar men moet
zich daarbij wel aan de wet houden.
Vraag 3
Wat is ondernomen na de aankondiging van Pro-Palestijnse demonstranten van Extinction
Rebellion (XR) om delen van het spoor te bezetten bij «een cruciaal station» als het
kabinet niet voor woensdagmiddag een volledig economisch embargo tegen Israël zou
instellen?
Antwoord 3
Door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: IenW) zijn intensieve
contacten geweest met de landelijke eenheid van de politie, met het lokaal gezag,
ProRail en NS. Inschatting van de aard van de demonstratie en de inzet van mensen
en middelen is in dat contact besproken. Daarbij is de burgemeester verantwoordelijk
voor het waar mogelijk faciliteren van een demonstratie en de beoordeling wat wel
en niet nodig en mogelijk is aan (preventieve) maatregelen. Hierover vindt afstemming
plaats in de lokale driehoek. In de lokale driehoek van Amsterdam, waar de demonstratie
uiteindelijk plaatsvond, is in het kader van de aangekondigde actie een aantal maal
overleg gevoerd. Dat de locatie niet bekend was, maakt de voorbereiding op een demonstratie
moeilijk.
Vraag 4
Hoe is het mogelijk geweest dat ondanks de ruime aanwezigheid van politie op Amsterdam
Centraal en de vele uren eerdere aankondiging niet is voorkomen dat activisten op
het spoor terechtkwamen?
Antwoord 4
Hoewel de actie vooraf was aangekondigd en er veel politie aanwezig was, blijft het
gedrag van demonstranten deels onvoorspelbaar. Het volledig voorkomen dat demonstranten
het spoor betreden blijkt in de praktijk uiterst complex. De eerdergenoemde partijen
hadden zich voorbereid op meerdere scenario’s waarbij NS en ProRail ook waren aangesloten
bij de Staf Grootschalig en Bijzonder optreden (hierna: SGBO). Dankzij deze voorbereiding
kon op 8 oktober op Amsterdam Centraal snel en effectief worden ingegrepen, waardoor
de demonstranten snel van het spoor konden worden verwijderd. De hinder voor reizigers
bleef daardoor beperkt en het treinverkeer kon snel worden hervat.
Vraag 5
Kan feitelijk worden aangegeven welke overleggen hebben plaatsgevonden na de aankondiging
tussen het kabinet, het lokale gezag en de activisten, wat daarin is besproken en
hoe NS en ProRail daarbij zijn betrokken?
Antwoord 5
Er is vrijwel dagelijks contact geweest tussen de Staatssecretaris van IenW, het lokaal
gezag, NS en ProRail. Lokaal in Amsterdam is de driehoek meermaals bij elkaar gekomen
en waren NS en ProRail aangesloten bij de SGBO. Deze overleggen richtten zich op het
waarborgen van de veiligheid, maar ook op het laten continueren van de operatie met
in achtneming van het demonstratierecht. Het is uiteindelijk de verantwoordelijkheid
van de burgemeester en het Openbaar Ministerie om – binnen hun respectievelijke bevoegdheden
op grond van de Wet openbare manifestaties en het strafrecht – waar nodig in te grijpen.
Hoe in een concrete situatie een afweging gemaakt wordt, is aan het lokaal gezag.
Vraag 6
Welke mogelijkheden zijn er om preventief activisten aan te houden als zij tevoren
kenbaar maken strafbare feiten te willen plegen en is dat in deze situatie overwogen?
Antwoord 6
Een aanhouding kan enkel worden verricht in het geval er sprake is van een verdenking
van een strafbaar feit. Het enkel kenbaar maken een strafbaar feit te willen plegen,
volstaat hiertoe niet, omdat een intentie of gedachte op zichzelf geen (verdenking
van een) strafbaar feit oplevert. Overigens kan er wel in de voorfase van een strafbaar
feit worden gehandeld, bijvoorbeeld als er sprake is van een verdenking van strafbare
voorbereidingshandelingen.
Vraag 7
Wat gaat u ondernemen om in de toekomst het ontregelen door activisten van cruciale
transportaders zoals spoorstations te voorkomen?
Antwoord 7
Zoals nu al het geval is, blijft het Ministerie van IenW nauw in overleg met NS en
ProRail over de diverse preventieve maatregelen die er zijn en die NS en ProRail nu
ook al toepassen. Denk hierbij aan operationele en communicatieve maatregelen, gericht
op het zoveel mogelijk voorkomen van dit soort situaties in de toekomst.
Zoals ook gedeeld in de Kamerbrief van 5 november jl.2 is een handelingskader (en escalatieladder) opgesteld door ProRail en NS in samenwerking
met JenV, BZK en IenW dat ziet op de verbetering van handhaving bij stationsdemonstraties.
Het handelingskader kan gezien worden als richtlijn, want uiteindelijk is het lokaal
gezag bepalend in het faciliteren van een demonstratie en het handhaven van de openbare
orde en veiligheid. NS/ProRail en gemeenten voeren op basis van dit stuk gesprekken
over preventieve maatregelen.
Vraag 8
Hoe voert u de aangenomen motie Michon-Derksen (34 324, nr. 25) uit om wetgeving voor te bereiden met een aparte strafbaarstelling op het blokkeren
van vitale infrastructuur?
Antwoord 8
Via het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum is in opdracht van de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie en Veiligheid
een onderzoek uitgezet naar in hoeverre het wettelijk kader en het handelingsperspectief
toereikend zijn voor het lokaal bevoegd gezag om de balans te vinden tussen het demonstratierecht
en een eventuele begrenzing daarvan. Als het onderzoek aanleiding geeft tot aanpassing
van de wet- en regelgeving, zullen hiervoor de benodigde stappen worden gezet. Daar
zal ook deze motie bij worden betrokken. Het onderzoek wordt nog dit jaar naar de
Kamer gestuurd. Overigens is het blokkeren van een spoor of snelweg reeds strafbaar.
Vraag 9
Hoe geeft u uitvoering aan de aangenomen motie Grinwis c.s. (29 984, nr. 1198) om samen met NS, ProRail en veiligheidsdriehoeken van gemeenten waar stationsdemonstraties
hebben plaatsgevonden, te komen tot een gezamenlijk handelingskader en escalatieladder
om handhaving bij stationsdemonstraties te verbeteren?
Antwoord 9
De Kamer is hierover reeds op 5 november jl. geïnformeerd.3 Zie tevens het antwoord op vraag 7.
Vraag 10
Kunt u deze vragen voor woensdag 29 oktober beantwoorden?
Antwoord 10
Nee, de beantwoording van de vragen heeft helaas langer geduurd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.