Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op van het lid Saris over het bericht ‘Voor 325.000 huishoudens dreigt pensioenarmoede’
Vragen van het lid Saris (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Voor 325.000 huishoudens dreigt pensioenarmoede» (ingezonden 1 oktober 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 17 november
2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Voor 325.000 huishoudens dreigt pensioenarmoede»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat verstaat u onder een toereikend pensioen? Op welke wijze worden daarin inzichten
meegenomen uit rapporten van bijvoorbeeld de Commissie sociaal minimum?
Antwoord 2
Voor de term «toereikend pensioen» worden in verschillende rapporten verschillende
definities gebruikt. Voor het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Pensioenopbouw
in balans heeft DNB onderzoek verricht. Het krantenartikel van Trouw verwijst naar
dit DNB-onderzoek. In het IBO wordt een toereikend pensioen omschreven als een pensioen
dat ervoor zorgt dat mensen na hun pensionering in redelijke mate hun levensstandaard
kunnen handhaven. De verwachting is namelijk dat men na pensionering minder lasten
heeft, bijvoorbeeld omdat men niet meer hoeft te sparen voor later, minder inkomstenbelasting
betaalt, minder tot geen kosten meer worden gemaakt voor kinderen, dat er geen werkgerelateerde
kosten meer hoeven te worden gemaakt of dat het eventuele koophuis ook al is afbetaald.
Vaak wordt bij een toereikend pensioen een vervangingsratio van 70% van het laatstverdiende
loon gehanteerd.
Vraag 3
Kunt u een overzicht geven van het huidige beleid dat wordt gevoerd om het aantal
mensen dat geen of te weinig aanvullend pensioen opbouwt terug te dringen?
Antwoord 3
In de afgelopen jaren zijn er maatregelen genomen om het aantal mensen dat geen aanvullend
pensioen opbouwt terug te dringen. In het kader hiervan is een reductiedoelstelling
in de Pensioenwet opgenomen: in 2028 moet het aantal werknemers zonder pensioen gehalveerd
zijn ten opzichte van 2019. In november 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de meest
recente stand van zaken op basis van de gegevens over 2023 met de Kamerbrief Voortgang
reductiedoelstelling werknemers zonder actieve pensioenopbouw. Hieruit blijkt dat
de eerder ingezette daling is doorgezet. Eind 2023 bouwden circa 680.000 werknemers
geen pensioen op, 9,3% van het totaal aantal werknemers en daarmee ruim minder dan
de 936.000 werknemers in 2019 zonder pensioenopbouw. Een nadere toelichting op de
reductiedoelstelling en hoe beoogd wordt deze te behalen wordt in de Kamerbrief toegelicht.
Vraag 4
Hoe kijkt u naar de grote verschillen in de hoogte van pensioenen die Nederlandse
huishoudens opbouwen, waarbij de 10% hoogste inkomens kunnen rekenen op 85.000 euro
bruto per jaar en de 10% laagste inkomens slechts op zo’n 18.000 euro?
Antwoord 4
Het Nederlandse pensioenstelsel kent meerdere doelen. Twee daarvan zijn het voorkomen
van armoede en het behoud van levensstandaard. Voor het eerste doel is het pensioenstelsel
succesvol, met name door de AOW. Het eerdergenoemde IBO Pensioenopbouw in balans vermeldt
dat bijna alle huishoudens voldoende pensioen opbouwen om niet in armoede te komen.
Voor het tweede doel hangt het behouden van de levensstandaard samen met het inkomen
voor pensionering. Hoe hoger het inkomen voor pensionering, hoe meer pensioenuitkering
er immers nodig is om dit inkomen adequaat te vervangen. Vanuit dit perspectief ligt
het in de lijn dat huishoudens met hogere inkomens meer pensioeninkomsten genieten.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat ongeveer 325.000 huishoudens na pensionering
dreigen te moeten rondkomen van minder dan de AOW en zo door de armoedegrens zakken?
Zo ja, hoe bent u voornemens dit aantal zoveel mogelijk terug te dringen?
Antwoord 5
Het is de vraag in hoeverre 325.000 huishoudens daadwerkelijk onder de armoedegrens
terechtkomen. Ouderen die zelf onvoldoende in hun oudedag kunnen voorzien, kunnen
namelijk een beroep doen op de Aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO),
waarmee hun inkomen na pensionering wordt aangevuld tot de voor hen geldende bijstandsnorm.
Zo wordt voorkomen dat zij onder de armoedegrens zakken.
Onderaan de streep betekent dit dat we moeten blijven inzetten op de mogelijkheden
die er in Nederland zijn om een goed pensioen op te bouwen. Voor de mensen die dat
uiteindelijk niet lukt, blijft het vangnet van de AIO om zoveel mogelijk te voorkomen
dat zij na pensionering onder de armoedegrens zouden zakken.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u dat migranten achterlopen op alle pijlers van het pensioen, en dat
het mediane pensioen voor mensen met migratieachtergrond 27.000 euro bruto per jaar
is ten opzichte van 55.000 euro voor mensen zonder migratieachtergrond?
Antwoord 6
Zoals in het IBO Pensioenopbouw in Balans is aangegeven, zijn de uitkomsten met betrekking
tot de pensioenopbouw van mensen met een migratieachtergrond moeilijk te interpreteren
en te vergelijken met de pensioenopbouw van mensen zonder migratieachtergrond.
In de eerste plaats gaat het om personen waarvan niet bekend is in hoeverre zij uiteindelijk
in Nederland met pensioen zullen gaan of elders. Ten tweede zijn ook de pensioenvoorzieningen
van belang die mogelijkerwijs in het buitenland zijn opgebouwd en waarmee mensen in
hun oudedag kunnen voorzien. Die middelen konden niet in het onderzoek betrokken worden.
Tot slot kunnen ouderen zoals eerder aangegeven een beroep doen op de AIO, waarmee
hun inkomen na pensionering wordt aangevuld tot de voor hen geldende bijstandsnorm.
De mediane pensioenopbouw van mensen met een migratieachtergrond is moeilijk te vergelijken
met die van mensen zonder migratieachtergrond. Wie kort in Nederland is, bouwt in
Nederland nu eenmaal minder pensioen op dan wie dat het hele leven – of in ieder geval
50 jaar gedurende de pensioenopbouw – doet. En op hoeveel pensioen men in het buitenland
heeft opgebouwd, heeft Nederland geen invloed.
Vraag 7
Op welke wijze kan er meer inzicht worden verkregen in de eerdere pensioenopbouw van
migranten in het buitenland?
Antwoord 7
Het is op dit moment niet mogelijk om inzicht te krijgen in het pensioen dat migranten
in andere landen opgebouwd hebben. Wel wordt er in EU-verband gewerkt aan een Europees
pensioenregister (ETS) waarmee het in de toekomst mogelijk wordt voor werknemers om
meer inzicht te krijgen in hun pensioenopbouw in andere EU-landen. Dit geeft de rijksoverheid
echter geen inzicht in de opgebouwde rechten van deze groep. Het betreft persoonlijke
informatie. Daarnaast blijft eventueel buiten de EU opgebouwd pensioen hierbij buiten
beeld.
Voorts is het mogelijk voor alle werknemers in Nederland voor de AOW een overzicht
aan te vragen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Daarbij wordt ook bepaald of
iemand elders verzekerd is geweest voor de periode dat iemand niet in Nederland verzekerd
is geweest voor de AOW. Dat zegt echter nog niets over de pensioenopbouw in het buitenland.
Noch de SVB noch het Ministerie van SZW heeft daar zicht op en kan daar informatie
over verschaffen.
Vraag 8
Wat zou er volgens u moeten worden meegenomen in de vaststelling van de hoogte van
het pensioen van een zelfstandige, en horen daar wat u betreft spaargeld, beleggingen,
overwaarde van het huis en de waarde van het bedrijf van de zelfstandige bij? Zo ja,
waarom?
Antwoord 8
Zelfstandigen bouwen pensioen op in de eerste pijler (de AOW). Daarnaast kunnen zij
via de tweede pijler pensioen opbouwen als zij onder de werkingssfeer van een bedrijfstakpensioenfonds
vallen, hun pensioenregeling vrijwillig voortzetten of via de experimenteerbepaling
een pensioenregeling aangaan, al wordt die laatste mogelijkheid in de praktijk nog
niet aangeboden. Verder kunnen zelfstandigen in de derde pijler zelf sparen of beleggen
via bijvoorbeeld lijfrenteproducten. Naast deze drie pijlers speelt voor zelfstandigen
ook de vierde pijler een belangrijke rol, bestaande uit het vermogen in de eigen onderneming
en de woning.
Het IBO Pensioenopbouw in balans laat zien dat wanneer ook het vermogen in de woning
en de onderneming wordt meegerekend, een groot deel van de huishoudens – en dus ook
zelfstandigen – in staat is om na pensionering een vergelijkbare levensstandaard te
behouden. Daarom kan bij de beoordeling van de pensioenpositie van zelfstandigen ook
naar hun vermogen in de vierde pijler gekeken worden. Deze bezittingen vormen in de
praktijk een belangrijk onderdeel van hun oudedagsvoorziening. De vierde pijler kan
aantrekkelijker zijn voor zelfstandigen, omdat zij hiermee meer flexibiliteit, vrijheid
en controle hebben over hun vermogen. In tegenstelling tot de tweede pijler en de
derde pijler, kunnen zij binnen de vierde pijler hun vermogen in onderneming, woning
of spaargeld naar behoefte liquide maken.
Om de pensioenopbouw van zelfstandigen beter in beeld te brengen, wordt dit sinds
dit jaar gemonitord. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.