Nota van wijziging : Derde nota van wijziging
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 29
DERDE NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 19 november 2025
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
1
Na artikel XXXVIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL XXXVIIIA
De Wet behoud verlaagd btw-tarief op cultuur, media en sport wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel II, derde lid, wordt na «artikelen» ingevoegd «4.17a, achtste lid, onderdeel
c,».
B
Artikel IV vervalt.
II
In artikel XLI, derde lid, wordt «artikelen» vervangen door «de artikelen 4.17a, achtste
lid, onderdeel c,».
III
In artikel XLVIII, eerste lid, wordt na «Overige fiscale maatregelen» ingevoegd «2018».
Toelichting
I. Algemeen
Deze nota van wijziging voorkomt dat een bedrag in de bedrijfsopvolgingsregeling in
de schenk- en erfbelasting (BOR) gaat afwijken van eenzelfde bedrag in de doorschuifregeling
aanmerkelijk belang (DSR ab). Bedrijfsmiddelen met een waarde in het economische verkeer
van minimaal € 100.000 (bedrag 2025) die zowel voor privédoeleinden als voor bedrijfsdoeleinden
worden gebruikt, en daarmee volgens het leerstuk van de vermogensetikettering keuzevermogen
zijn, komen met ingang van 1 januari 2025 slechts in aanmerking voor toepassing van
de BOR en de DSR ab voor zover ze voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt. Dit is
de zogenoemde keuzevermogenmaatregel in de BOR en de DSR ab.
Genoemd bedrag wordt vanaf 2026 jaarlijks geïndexeerd.
De DSR ab is opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001), waarvoor de
tabelcorrectiefactor op grond van het wetsvoorstel beperkt wordt toegepast voor het
jaar 2026.1 De BOR is opgenomen in de Successiewet 1956, waarvoor niet in het wetsvoorstel is
geregeld dat de tabelcorrectiefactor beperkt wordt toegepast voor het jaar 2026. Door
deze verschillende mate van indexatie zou genoemd bedrag voor de DSR ab gaan afwijken
van het bedrag voor de BOR. Dit is niet gewenst. Het leidt tot een onlogisch verschil
tussen de BOR en de DSR ab en het kan daardoor leiden tot een andere grondslag voor
de toepassing van de BOR dan voor toepassing van de DSR ab.
Genoemd bedrag voor de DSR ab wordt door deze nota van wijziging per 1 januari 2026
ook geïndexeerd met de volledige tabelcorrectiefactor en komt daardoor, net als het
bedrag voor de BOR, in 2026 na afronding uit op € 103.000.
Voorts voorziet deze nota van wijziging in een redactionele aanpassing van een in
het wetsvoorstel opgenomen samenloopbepaling.
Budgettaire aspecten
De budgettaire gevolgen van het toepassen van de volledige tabelcorrectiefactor op
het bedrag voor toepassing van de keuzevermogenmaatregel in de DSR ab zijn verwaarloosbaar.
Uitvoeringsgevolgen Belastingdienst, Douane en Toeslagen
De nota van wijziging is beoordeeld met de uitvoeringstoets. De dienaangaande eerder
vastgestelde uitvoeringstoets2 is onverkort van kracht
Gevolgen voor burgers en het bedrijfsleven
De wijziging heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten. Als het bedrag van
de keuzevermogenmaatregel voor de BOR zou gaan afwijken van het bedrag voor de DSR
ab, zou dat echter wel leiden tot een toename van administratieve lasten.
II. Onderdeelsgewijs
Artikelen XXXVIIIA, onderdeel A, en XLI (artikel II van de Wet behoud verlaagd btw-tarief
op cultuur, media en sport en indexatiebepaling)
Met de wijziging van artikel XLI van het wetsvoorstel en artikel II van de Wet behoud
verlaagd btw-tarief op cultuur, media en sport, wordt geregeld dat het bedrag in artikel
4.17a, achtste lid, onderdeel c, Wet IB 2001 bij de indexatie van dat bedrag wordt
vermenigvuldigd met de volledige tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 Wet
IB 2001, zodat, net als voor de BOR, volledige indexatie van dat bedrag plaatsvindt.
Onderdeel 1 (deels)
Artikel XXXVIIIA, onderdeel B (artikel IV van de Wet behoud verlaagd btw-tarief op
cultuur, media en sport)
Het onderhavige wetsvoorstel is eerder gewijzigd door middel van een eerste nota van
wijziging.3 In die nota van wijziging is onder andere geregeld dat artikel I, onderdeel H, van
het wetsvoorstel vervalt. Door het vervallen van dat onderdeel is artikel IV van de
Wet behoud verlaagd btw-tarief op cultuur, media en sport overbodig geworden en kan
dat daarom eveneens vervallen.
Onderdeel 3
Artikel XLVIII (samenloopbepaling)
Artikel XLVIII bevat een samenloopbepaling. In de verwijzing in het eerste lid van
dat artikel naar Overige fiscale maatregelen 2018 is per abuis het jaartal weggevallen.
Dit wordt met de onderhavige wijziging gecorrigeerd.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.H.J. Heijnen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.