Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Korte over het bericht 'Meer plek in verpleeghuizen, ouderen worden liever thuis verzorgd'
Vragen van het lid De Korte (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister en Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht «Meer plek in verpleeghuizen, ouderen worden liever thuis verzorgd» (ingezonden 21 oktober 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Pouw-Verweij (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede
namens de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 13 november 2025)
Vraag 1 en 2
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Meer plek in verpleeghuizen, ouderen worden
liever thuis verzorgd»?1
Kent u het artikel van «Een koekje bij de koffie – dat kost zo 75 euro per maand in
de commerciële ouderenzorg»2?
Antwoord 1 en 2
Ja, ik ken deze artikelen.
Vraag 3
Kunt u toelichten of de in het NOS-artikel genoemde leegstand is vastgesteld in reguliere
verpleeghuizen, of ook in commerciële verpleeghuizen waar wonen en zorg gescheiden
zijn?
Antwoord 3
Ik ontvang signalen uit het veld dat er sprake is van minder vraag naar zorg dan op
basis van de demografische trends verwacht had mogen worden. Er is momenteel geen
zicht op het aantal leegstaande plekken in reguliere en commerciële verpleeghuizen
omdat daarvan geen registratie bestaat.
Vraag 4
Kunt u uitleggen waaruit het genoemde onderzoek bestaat waarin het RIVM aanvullend
onderzoek doet naar de stijgende leegstand in verpleeghuizen?
Antwoord 4
Om inzicht te krijgen in de verminderde vraag naar ouderenzorg heb ik het RIVM gevraagd
om hiernaar onderzoek te doen. Het RIVM zal onderzoeken of (en zo ja, in welke mate)
sprake is van vraaguitval, welke verklaringen daarvoor zijn en of sprake is van tijdelijke
of structureel verminderde vraag. De verwachting is dat het onderzoek voor de zomervakantie
van 2026 gereed is.
Vraag 5
Wordt in dit onderzoek van het RIVM ook meegenomen dat het aantal commerciële verpleeghuizen
met scheiding van wonen en zorg toeneemt, en dat dit mogelijk bijdraagt aan de leegstand
in reguliere verpleeghuizen?
Antwoord vraag 5
Ja.
Vraag 6
Onderzoekt het RIVM de mogelijke consequenties van de leegstand van reguliere en commerciële
verpleeghuizen?
Antwoord 6
Uit het onderzoek zal eerst moeten blijken in welke mate sprake is van verminderde
vraag en (zo ja) of deze een structureel karakter heeft.
Vraag 7
Onderzoekt het RIVM ook wat de consequenties voor het zorgpersoneel zijn door door
de leegstand in verpleeghuizen?
Antwoord 7
Het laatste onderdeel van het onderzoek gaat over hoe de vraag naar ouderenzorg zich
in de toekomst gaat ontwikkelen. Dit heeft ook een relatie met de ontwikkelingen op
de arbeidsmarkt.
Vraag 8 en 9
Welk vangnet biedt u aan verpleeghuizen die in financiële problemen komen door langdurige
en aanzienlijke leegstand (lege bedden)?
Wat doet u als door leegstand financiële problemen ontstaan bij reguliere verpleeghuizen
die specifieke zorg geven zoals, reablement, revalidatie en crisisopnames?
Antwoord 8 en 9
Leegstand kan ontstaan als een gevolg van een verschil tussen vraag en aanbod van
specifieke vormen van zorg en heeft onder andere te maken met (veranderende) voorkeuren
van mensen en het ontstaan van alternatieve vormen van zorgverlening. Het is aan bestuurders
van zorginstellingen en de zorgkantoren is om binnen hun werkgebied/regio in te spelen
op veranderingen. Met het onderzoek door het RIVM wil ik deze partijen meer houvast
bieden bij de keuzes die ze moeten maken.
Vraag 10
Bent u bekend met het feit dat het aantal commerciële verpleeghuizen in de afgelopen
jaren fors is gegroeid? En kent u het huidige aantal commerciële instellingen en het
aantal bedden hierbij?
Antwoord 10
Ik herken dat de groei van de verpleeghuiszorg in de afgelopen jaren vooral plaats
heeft gevonden buiten de intramurale zorginstellingen op basis van scheiden van wonen
en zorg in mpt (modulair pakket thuis), pgb (persoonsgebonden budget) en vooral vpt
(volledig pakket thuis). De leveringsvorm van de geleverde zorg wordt centraal geregistreerd
binnen de Wlz, maar niet de rechtsvorm van de zorginstellingen die deze zorg leveren.
Daarmee heb ik geen inzicht in de groei van commerciële instellingen.
Vraag 11
Bent u ervan op de hoogte dat bij commerciële verpleeghuizen met gescheiden wonen
en zorg, het onderdeel wonen vaak in handen is van grote investeringsmaatschappijen
of beursgenoteerde bedrijven?
Antwoord 11
Ik ben me ervan bewust dat commerciële verpleeghuizen met gescheiden wonen en zorg
in handen kunnen zijn van investeringsmaatschappijen en beursgenoteerde bedrijven.
Vraag 12
Bent u ervan op de hoogte dat bij de commerciële verpleeghuizen, met scheiden van
wonen en zorg, voor het wonen vaak extreme huurprijzen gevraagd worden, zoals 2.500
euro voor een appartement van 25m2 en 1.200 euro aan servicekosten?
Antwoord 12
Ik ben me ervan bewust dat er een grote variëteit is aan zorgwoningen, met ook een
grote variëteit aan oppervlakte, huurprijzen en servicekosten. Het is aan zorgkantoren
en aan cliënten zelf om de zorg en het wonen daar in te kopen waar zij een goede prijs/kwaliteit
verhouding krijgen.
Vraag 13, 14 en 15
Kunt u uitleggen of zorgwoningen waarbij wonen en zorg gescheiden zijn onder de huurwet
vallen? Waarom wel of waarom niet?
Kunt u aangeven of het volgende voorbeeld onder de huurwet valt: een geclusterde zorgflat
(met 24-uurszorg), met 30 appartementen van elk 25m2, met een gezamenlijke ruimte van 150m2, een huurprijs van 2.500 euro en 1.200 euro aan servicekosten?
Bent u bereid te onderzoeken of er commerciële verpleeghuizen zijn die met de woon-
en servicecomponent de huurwet overschrijden?
Antwoord 13, 14, 15
In beginsel geldt dat een woonruimte met een kwaliteit waarmee die volgens het woningwaarderingsstelsel
(WWS) gereguleerd zou zijn, onder de huurprijsbescherming valt. Daarmee zijn wetten
zoals de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur van toepassing. Voor zorgwoningen
geldt dat in het geval de component «zorg» overduidelijk de overhand heeft ten aanzien
van de component «wonen», de reguliere huurprijsbescherming (en daarmee het WWS) niet
van toepassing is. Als «wonen» de overhand heeft, kan voor deze component op basis
van het WWS een maximale huurprijsgrens bepaald worden. Voor de servicekosten die
«wonen» aangaan, geldt dat die bepaald moeten worden aan de hand van het Besluit servicekosten.
Dit hoeft daarmee niet de totale prijs te zijn die de bewoner betaalt, omdat de component
«zorg» op een andere manier bepaald wordt.
Nederland kent een grote variatie aan zorgwoningen. Van intensieve intramurale zorg
voor zorgbehoevende bewoners met een WLZ-indicatie tot een zelfstandige bewoner op
leeftijd die slechts behoefte heeft aan een gelijkvloerse woning met lage drempels.
Ik ga niet in op individuele gevallen, maar grijze gebieden hierbinnen zijn onvermijdelijk.
Het moge duidelijk zijn dat ik excessen wil uitbannen zonder goede initiatieven te
dwarsbomen. Ik ben daarom voornemens om samen met de Minister van VRO met de sector
in gesprek te gaan over het demarqueren van een duidelijke scheidslijn tussen welke
zorgwoningen wel en niet onder de huurprijsregulering vallen. Dit moet op een zorgvuldige
wijze gebeuren waarbij eerlijke huurprijzen gevraagd worden zonder zorgwoningen onrendabel
te maken. Daar hoort ook een gesprek bij over hoe de zorgwoningen die wél onder de
huurprijsregulering vallen in het stelsel gereguleerd worden.
Vraag 16
Op welke manier bent u van plan regie te houden op het aantal bedden in zowel commerciële
als niet-commerciële verpleeghuizen, zodat leegstandproblematiek wordt voorkomen?
Antwoord 16
Zie antwoord op vraag 8 en 9.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.