Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Welzijn over de toepassing van de kostendelersnorm
Vragen van het lid Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de toepassing van de kostendelersnorm (ingezonden 20 oktober 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
12 november 2025).
Vraag 1
Hoe beoordeelt u de huidige praktijk waarin gemeenten op zeer uiteenlopende manieren
gebruikmaken van hun bevoegdheid om maatwerk toe te passen bij de kostendelersnorm?1
Antwoord 1
Maatwerk is in de huidige uitvoeringspraktijk bij de toepassing van de kostendelersnorm
alleen mogelijk via artikel 18, eerste lid van de Participatiewet. Op grond van dat
artikel kunnen de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen worden afgestemd
op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende, met inachtneming
van voorliggende voorzieningen.2
Daarnaast is voor drie groepen de kostendelersnorm niet van toepassing. Dit geldt
voor Oekraïense ontheemden, mantelzorgers en bij een crisissituatie, zoals bij dreigende
dakloosheid.
Afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van het individuele geval behoort het
tot de verantwoordelijkheid en de bevoegdheid van gemeenten om maatwerk toe te passen.
Via het Gemeentenieuws van SZW heb ik gecommuniceerd over de ruimte die gemeenten
daarin hebben. Ook heeft Divosa met subsidie van SZW en VWS in 2020 de handreiking
Maatwerk Participatiewet voor dak- en thuisloze jongeren opgesteld.3 Er zijn bij mij geen signalen bekend dat gemeenten hiervan afwijken.
Vraag 2
Bent u het ermee eens dat het ontbreken van landelijke richtlijnen of toetsingskaders
kan leiden tot rechtsongelijkheid tussen inwoners van verschillende gemeenten? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 2
Nee. De Participatiewet biedt in combinatie met bijvoorbeeld voornoemde handreiking
de landelijke kaders. Het behoort vervolgens tot de verantwoordelijkheid en de bevoegdheid
van gemeenten om binnen deze kaders via lokale beleidsregels de uitvoeringspraktijk
vorm te geven.
Vraag 3
Heeft u inzicht in het aantal en de aard van gevallen waarin gemeenten afwijken van
de kostendelersnorm, en zo nee, bent u bereid dit landelijk te monitoren?
Antwoord 3
In het onderzoek van Significant APE uit 20204 over de belemmeringen voor bijstandsgerechtigden om woonruimte te delen is eerder
geprobeerd uit te zoeken hoe vaak gemeenten maatwerk hanteren bij toepassing van de
kostendelersnorm. Dit blijkt niet mogelijk, omdat niet is terug te halen uit de gemeentelijke
registratiesystemen hoe vaak zij maatwerk toepassen.
Op dit moment wordt wel in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening (VRO) in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW) in navolging van een afspraak uit het Regeerprogramma een vervolgonderzoek uitgevoerd
naar wat de consequenties zijn als de kostendelersnorm wordt aangepast of afgeschaft
en welk effect dit heeft op woningdelen.
Vraag 4
Ziet u aanleiding om in overleg met VNG en Divosa een handreiking op te stellen met
objectieve criteria voor afwijking van de kostendelersnorm, bijvoorbeeld bij medische
kwetsbaarheid, mantelzorg, of studenten met een laag inkomen?
Antwoord 4
Daartoe zie ik geen aanleiding. In het wetsvoorstel Participatiewet in balans zijn
verschillende beleidswijzigingen opgenomen waarmee meer ruimte is gecreëerd voor het
niet toepassen van de kostendelersnorm bij onder meer mantelzorg. Zo wordt in situaties
waarin de intensieve zorgbehoefte aanleiding is om samen te wonen, niet langer als
een gezamenlijk huishouden aangemerkt.
Daarnaast werk ik samen met Divosa en de VNG aan het actualiseren van twee bestaande
handreikingen: (1) de in het antwoord op vraag 1 genoemde handreiking maatwerk Participatiewet
voor dak- en thuisloze jongeren en (2) de handreiking maatwerk Participatiewet bij
verblijf in en uitstroom uit instellingen. Deze worden samen één nieuwe online handreiking
voor gemeenten over de manier waarop gemeenten binnen de kaders van de Participatiewet
maatwerk kunnen bieden bij de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie.
Ook hebben gemeenten nu al veel mogelijkheden om via artikel 18, eerste lid van de
Participatiewet maatwerk toe te passen voor de in vraag 4 genoemde groepen. Voor studenten
geldt geen recht op algemene bijstand omdat de studiefinanciering en WTOS een voorliggende
voorziening zijn. Wel is er de mogelijkheid voor gemeenten om aan studenten, afhankelijk
van de individuele omstandigheden van het geval aanvullende inkomensondersteuning
te verlenen via bijzondere bijstand.
Daarom zie ik meer in het (blijven) benadrukken van de ruimte die gemeenten nu al
hebben, zoals ik ook in het Gemeentenieuws SZW 2025–5 heb gedaan in navolging van
de motie Ceder bij de Tweede Kamerbehandeling van het wetsvoorstel Participatiewet
in Balans.5
Vraag 5
Bent u bereid te onderzoeken of de Participatiewet kan worden aangepast zodat gemeenten
onder bepaalde omstandigheden verondersteld worden af te wijken van de kostendelersnorm
(«presumptieve afwijking»), in plaats van alleen in uitzonderingsgevallen?
Antwoord 5
Met het programma Participatiewet in balans werk ik aan de herziening van de Participatiewet
(spoor6. Daarbij is aandacht voor de gehele normensystematiek en daarbij wordt de kostendelersnorm
ook meegenomen.
Bovendien wordt in opdracht van het Ministerie van VRO, in samenwerking met het Ministerie
van SZW, zoals benoemd in het antwoord op vraag 3, een onderzoek naar wat de consequenties
zijn als de kostendelersnorm wordt aangepast of afgeschaft en welk effect dit heeft
op woningdelen. De resultaten hiervan worden in maart 2026 verwacht.
Vraag 6
Hoe waarborgt u dat gemeenten die wél maatwerk toepassen, niet financieel worden benadeeld
ten opzichte van gemeenten die dat niet doen, bijvoorbeeld via hun uitvoeringsbudget
of vangnetregeling?
Antwoord 6
In de verdeling van het macrobudget voor bijstand en loonkostensubsidies wordt geen
rekening gehouden met maatwerk. Immers, middels het verdeelmodel bijstand wordt een
inschatting gemaakt van de hoeveelheid budget die een gemeente in het komend jaar
objectief nodig heeft – waarbij er expliciet geen rekening wordt gehouden met (meer)kosten
die ontstaan door beleid en uitvoering. Omdat kleine gemeenten, met minder dan 40.000
inwoners, (gedeeltelijk) op basis van realisaties worden gefinancierd worden zij indirect
wel voor maatwerk gecompenseerd.
Vraag 7
In hoeverre wordt bij de uitvoering van de kostendelersnorm rekening gehouden met
de gevolgen voor armoede, bestaanszekerheid en sociale samenhang binnen huishoudens?
Antwoord 7
Ik vind het belangrijk dat er geen schrijnende situaties ontstaan door het toepassen
van de kostendelersnorm. Het is aan gemeenten om naar de individuele omstandigheden
van het geval te kijken bij de beoordeling of maatwerk nodig is.
Wat betreft de landelijke kaders geldt dat per 1 januari 2023 jongeren tot 27 jaar
niet meetellen als kostendeler voor hun huisgenoten. Dat kwam voort uit de onderzoeksbevindingen
van eerdergenoemd onderzoek waarbij geconstateerd werd dat jongeren van 20 tot en
met 23 jaar uit bijstandsgezinnen vaker het ouderlijk huis verlieten en vaker uit
de BRP werden uitgeschreven dan jongeren uit niet-bijstandsgezinnen.
Vraag 8
Ziet u mogelijkheden om in samenwerking met gemeenten een centraal meldpunt of klachtenvoorziening
in te richten voor inwoners die menen dat de kostendelersnorm onterecht is toegepast
of maatwerk ten onrechte is geweigerd?
Antwoord 8
Mensen kunnen zich in geval van klachten over onterechte toepassing of weigering van
maatwerk richten tot de betreffende gemeente. Daarbij kunnen er tegen besluiten in
het kader van de Participatiewet rechtsmiddelen, zoals bezwaar en beroep, worden ingesteld.
Vraag 9
Hoe verhoudt uw inzet op «maatwerk en menselijke maat» zich tot de huidige uitvoeringspraktijk,
waarin inwoners vaak afhankelijk zijn van individuele interpretatie door klantmanagers
of beleidsadviseurs van de gemeente?
Antwoord 9
Ik vind het belangrijk dat gemeenten werken met vertrouwen in de inwoner. Met het
programma Participatiewet in balans werk ik daarom verder aan de herziening van de
Participatiewet (spoor7, waarbij de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud centraal staan. In het gelijktijdig
vormgegeven spoor 3 van het programma werk ik aan het versterken van de vakkundigheid
bij professionals uit verschillende lagen bij gemeenten en het bevorderen van een
organisatiecultuur die meer uitgaat van vertrouwen en de menselijke maat.
Deze inzet op maatwerk en menselijke maat is wederkerig en valt of staat daarom ook
met het vertrouwen van wetgever en inwoners in de professionaliteit van de gemeentelijke
uitvoering.
Vraag 10
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 10
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.