Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Vos over de reactie van links-extremisten op de moord op Charlie Kirk
Vragen van het lid De Vos (FVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de reactie van links-extremisten op de moord op Charlie Kirk (ingezonden 15 september 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 12 november 2025). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 219.
Vraag 1, 2, 3, 4, en 5
Bent u ervan op de hoogte dat de moord op Charlie Kirk gepleegd lijkt te zijn door
een links-extremist, blijkens de boodschappen op de gevonden kogelhulzen en de kritiek
die hij thuis uitte op Kirk?1 Kunt u uw antwoord toelichten?
Denkt u dat de moord op Kirk reële impact heeft op de Nederlandse samenleving? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, hoe wel?
Heeft u gezien dat Nederlandse ingezetenen de moord op Kirk vergoelijken, vieren of
aanmoedigen? Zo ja, wat vindt u daarvan?2
3
Bent u het met de indiener eens dat het vergoelijken van een politieke moord het vrije
debat ondermijnt, omdat het geweld als politiek middel legitimeert? Zo nee, waarom
niet?
Hoe beoordeelt u uitspraken als «Hij verdiende het» en «Ik ben blij dat hij niet meer onder ons is»?4 Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 1 tot en met 5
De moord op Charlie Kirk in de Verenigde Staten is verschrikkelijk. Een moord is in
alle gevallen afschuwelijk en heeft altijd impact. Zeker wanneer het een moord betreft
op een publiek en/of politiek persoon is deze impact des te groter en kan dit ook
zijn doorwerking hebben op de Nederlandse samenleving.
In een vrije democratie mag en moet het debat stevig gevoerd worden op de inhoud.
Opvattingen mogen schuren. Het gebruik van geweld en ook het aanmoedigen, vieren of
vergoelijken is volstrekt onacceptabel.
Het verspreiden van vijandbeelden drukt een stempel op de wijze waarop het maatschappelijk
debat wordt gevoerd over complexe onderwerpen, te meer wanneer de activiteiten in
kwestie veel aandacht genereren. Zulke uitingen kunnen heftige reacties en tegenreacties
oproepen. Enerzijds zijn er mensen die zich kunnen vinden in (delen van) de boodschap
die worden uitgedragen of waar deze op zijn geënt en anderzijds zijn er mensen die
hier ferm stelling tegen nemen. Het gevaar bestaat dat als gevolg van deze uitingen
en de aandacht die deze genereren, de discussie rond maatschappelijke onderwerpen
wordt neergezet als een discussie tussen uitersten, waarbij genuanceerde standpunten
uit het oog worden verloren. Wat begint als wederzijdse verontwaardiging over elkaars
standpunt en (vergaande) polarisatie kan in potentie uitgroeien tot onderlinge vervreemding
en dehumanisering. Wanneer de moord in de Verenigde Staten wordt aangegrepen om delen
van de bevolking verdacht te maken of aan te vallen en dergelijke onverzoenlijke sentimenten
breed worden gedragen in de maatschappij, media en politiek, is het voorstelbaar dat
onderliggende sentimenten ook in Nederland kunnen doorklinken. Daarnaast kan angst
voor geweld ertoe leiden dat mensen zich minder uitspreken in het publieke debat («chilling
effect») of ander gedrag gaan vertonen. Dit is volstrekt onwenselijk. Ook kan het
aanwakkeren van vijandbeelden een voedingsbodem creëren voor extremisme en gewelddadig
gedrag.
Het verheerlijken van een moord is in beginsel niet strafbaar. Dit kan anders zijn
wanneer bijvoorbeeld de uiting een oproep tot navolging bevat, dan wel beledigend
van aard is. In dergelijke gevallen is het aan het Openbaar Ministerie en uiteindelijk
de rechter om te oordelen of er sprake is van een strafbaar feit.
Ten aanzien van de motieven geldt dat op dit moment het strafrechtelijke onderzoek
in de Verenigde Staten loopt. Hierin worden verschillende motieven onderzocht. Het
is niet aan mij als Minister van Justitie en Veiligheid om daar uitspraken over te
doen of in te treden.
Vraag 6 en 7
Wat vindt u ervan dat dit sentiment ogenschijnlijk voorkomt onder Nederlandse leerkrachten,
blijkens het artikel in het Algemeen Dagblad van 12 september jl. «Radboud docent vindt vieren van moord op Charlie Kirk volkomen normaal en komt weer
in opspraak»?5
Vindt u het wenselijk dat Nederlandse leerkrachten openlijk politiek geweld verheerlijken?
Zo nee, wat is het beleid van de regering om het Nederlands onderwijs vrij te houden
van dergelijke stemmen?
Antwoord 6 en 7
Het kabinet vindt het vergoelijken, vieren of aanmoedigen van geweld door docenten,
of wie dan ook, te allen tijde verwerpelijk. Oproepen tot geweld kan bovendien strafbaar
zijn als opruiing. En ook daar waar geen sprake is van strafbare feiten dienen docenten
zich bewust te zijn van hun voorbeeldfunctie.
Voor het funderend onderwijs is specifiek de wettelijke burgerschapsopdracht van belang,
die vereist dat er geen onderwijs wordt gegeven in strijd met de basiswaarden van
de democratische rechtstaat (vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit) en dat deze
basiswaarden worden bevorderd. Zoals aangegeven tijdens de Kamerbehandeling van de
wettelijke burgerschapsopdracht, is het propageren van gewelddadig gedachtengoed in
strijd met die basiswaarden.6 De Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) houdt toezicht op de naleving
van de wettelijke burgerschapsopdracht door scholen. Of een bepaalde uiting van een
docent die grenzen overschrijdt, zal altijd van geval tot geval beoordeeld moeten
worden door de Inspectie.
In het middelbaar beroepsonderwijs wordt van docenten verwacht dat zij bijdragen aan
de algemene vorming en persoonlijke ontplooiing van studenten, waaronder burgerschapsontwikkeling.
Dit betekent ook dat er geen ruimte is voor het uitdragen of verheerlijken van politiek
geweld. Het is een aangelegenheid van het bevoegd gezag van de instelling om hierop
toe te zien en – afhankelijk van de omstandigheden van het geval – het handelingsrepertoire
van het arbeidsrecht in te zetten of zich te wenden tot de politie. De Inspectie ziet
toe op de verantwoordelijkheden van instellingen en kan ingrijpen wanneer zij buiten
de geldende wettelijke kaders handelen.
In het hoger onderwijs hebben de colleges van bestuur de verantwoordelijkheid voor
de zorg voor een veilige leer- en werkomgeving voor studenten en medewerkers en het
bevorderen van het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef van studenten. Net als
in het mbo is het een aangelegenheid van het bestuur om het handelingsrepertoire vanuit
het arbeidsrecht in te zetten wat varieert van aanspreken, berispen tot en met ontslag,
of zich te wenden tot de politie en aangifte te doen. Daarnaast heeft de Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de escalatiemogelijkheden, zoals toegelicht in
de brief aan de Kamer van 3 juli jongstleden7, tot zijn beschikking. Het is aan de raden van toezicht om toezicht te houden op
het handelen van de colleges van bestuur.
Vraag 8
Bent u het met de indiener eens dat het risico bestaat dat dergelijke denkbeelden
(zouden kunnen) doorwerken in het onderwijs dat aan leerlingen en studenten wordt
geboden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat doet de regering om het onderwijs politiek
neutraal te houden?
Antwoord 8
Het kabinet vindt het vergoelijken, vieren of aanmoedigen van geweld door docenten
te allen tijde verwerpelijk. Oproepen tot geweld kan bovendien strafbaar zijn als
opruiing. En ook daar waar geen sprake is van strafbare feiten dienen docenten zich
bewust te zijn van hun voorbeeldfunctie. In het onderwijs is het daarbij belangrijk
dat er ruimte is voor verschillende perspectieven en het schurende gesprek waarbij
echter wel de veiligheid die studenten en leerlingen ervaren geborgd moet worden.
Ik verwijs uw leden naar het antwoord op vraag 6 en 7 voor het handelingsperspectief
van de instellingen om dit te borgen.
Vraag 9
Bent u bekend met de beelden van internationale studenten, die in Nederland studeren,
die de moord op Charlie Kirk goedpraten en toejuichen?8
Antwoord 9
Ja.
Vraag 10 en 11
Bent u het ermee eens dat vreemdelingen met deze denkbeelden ten minste bijdragen
aan onverdraagzaamheid in de Nederlandse samenleving en in extreme gevallen een potentieel
gevaar vormen voor de Nederlandse democratie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid
deze mensen tot ongewenste vreemdelingen te verklaren, hun verblijfsvergunning in
te trekken, hen uit te zetten en tegen hen een inreisverbod uit te vaardigen – in
lijn met het voornemen van de Amerikaanse overheid?9
Is er vanuit de overheid specifiek beleid met betrekking tot vreemdelingen die politiek
geweld verheerlijken?
Antwoord 10 en 11
De vrijheid van meningsuiting beschermt ook aanstootgevende of schokkende opvattingen.
De grens ligt bij strafbare feiten. Er bestaat geen afzonderlijk beleidskader ten
aanzien van de vrije meningsuiting van vreemdelingen.
De Minister van Asiel en Migratie kan een verblijfsrecht intrekken of weigeren, iemand
ongewenst verklaren of een inreisverbod opleggen. Enkel op grond van denkbeelden is
dit niet mogelijk, maar slechts in het geval van uitingen of gedragingen waarvan de
rechter heeft geoordeeld dat deze strafbaar zijn of waaruit een gevaar voor de openbare
orde of nationale veiligheid blijkt. In het laatste geval kan een vreemdeling bijvoorbeeld
vanwege het uitdragen van extremisme, uit Nederland geweerd worden.
Om over te kunnen gaan tot een dergelijke maatregel, dient de IND over informatie
te beschikken die hier voldoende grondslag voor kan bieden. Bij deze beoordeling baseert
de IND zich op beschikbare informatie, zoals een duiding van de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), een ambtsbericht van de AIVD en/of informatie
van partijen uit de lokale driehoek.
Een strafrechtelijke veroordeling kan vreemdelingrechtelijke gevolgen hebben, zoals
het weigeren of het intrekken van een verblijfsvergunning.
Vraag 12
Bent u het ermee eens dat de dreiging van politiek gemotiveerd geweld ondermijnend
kan werken voor de democratie, omdat het ertoe kan leiden dat mensen zich niet meer
uit durven te spreken?
Antwoord 12
Ik verwijs u naar het antwoord op vragen 1 tot en met 5.
Vraag 13 tot en met 18
Bent u op de hoogte van de uitspraken die Pascal Robinson-Foster, van het rappersduo
Bob Vylan, heeft gedaan tijdens zijn optreden in Paradiso? Hoe beoordeelt u uitspraken
als «If you talk shit, you get banged», «Soms moet je nazi’s in hun fucking gezicht schoppen»en «Fuck de fascisten, fuck de zionisten. Ga ze vinden op straat!»?10
Bent u het ermee eens dat deze uitspraken aanzetten tot haat en geweld? Zo nee, waarom
niet?
Bent u het ermee eens dat deze uitspraken een opruiend karakter hebben? Zo nee, waarom
niet?
Hoe beoordeelt u het feit dat de voltallige zaal lijkt te juichen tijdens de uitspraken
zoals genoemd in vraag 11?11
Indien het antwoord op vraag 14 of 15 bevestigend luidt, bent u dan bereid de aangekondigde
concerten van Bob Vylan te verbieden?
Indien het antwoord op vraag 14 of 15 bevestigend luidt, bent u dan bereid Pascal
Robinson-Foster tot ongewenste vreemdeling te verklaren, uit te zetten en een inreisverbod
tegen hem uit te vaardigen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13 tot en met 18
Als uitingen of gedragingen strafbaar zijn, geldt het strafrecht. Of sprake was van
strafbare feiten is aan het OM en uiteindelijk de rechter. Het is niet aan mij als
Minister van Justitie en Veiligheid om daar een oordeel over te vellen.
Voor de volledigheid verwijs ik u naar de antwoorden van 23 september jl. op de vragen
van de leden Michon-Derkzen, Van der Burg en Ellian (allen VVD) aan de Ministers van
Justitie en Veiligheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over oproepen tot geweld
tijdens het concert van Bob Vylan in Paradiso Amsterdam.12 Aanvullend verwijs ik u naar de antwoorden op de vragen van de leden Van der Plas,
Vermeer, Pierik, Van Zanten, Rikkers-Oosterkamp, Wijen-Nass, Oostenbrink en Joseph
(allen BBB) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Justitie en Veiligheid en
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over optredens van de haatprediker Bob Vylan
in Nederland.13
Ten aanzien van het ongewenst vreemdeling verklaren, verwijs ik naar het antwoord
op vragen 10 en 11.
Vraag 19
Hoe groot is de dreiging van extreemlinkse individuen en groepen momenteel in Nederland?
Worden incidenten als deze meegenomen in de dreigingsanalyse van de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV?)
Antwoord 19
De NCTV doet geen onderzoek naar groepen of personen, maar duidt wel voortdurend fenomenen
en ontwikkelingen die zich daarin voordoen. De NCTV kan derhalve geen inschatting
maken van de dreiging die mogelijk uitgaat van specifieke groeperingen of personen,
over samenwerkingen tussen groeperingen. De AIVD kan, op basis van de Wet op de Inlichtingen-
en Veiligheidsdiensten (WIV) 2017, geen uitspraken doen over al dan niet lopende onderzoeken
of informatieposities van de dienst.
Beide organisaties rapporteren periodiek over de terroristische en (gewelddadige)
extremistische dreiging voor Nederland. Wanneer relevant wordt hierin nader ingegaan
op de actuele geweldsdreiging die uitgaat van het links-extremisme. De NCTV rapporteert
twee keer per jaar in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) over de terroristische
en gewelddadige extremistische dreiging voor Nederland, de belangen die daardoor kunnen
worden aangetast en de weerbaarheid tegen deze dreiging. Hieraan ligt onderzoek ten
grondslag naar alle vormen van terrorisme en gewelddadig extremisme, ongeacht ideologische
signatuur. Uit het laatste Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland d.d. 17 juni 2025 volgt
dat het georganiseerde links-extremisme in Nederland gefragmenteerd, klein qua aantal
personen en divers qua ideologieën is. Het links-extremisme vormt op dit moment een
beperkte geweldsdreiging in Nederland; van gewelddadig links-extremisme is beperkt
sprake en op mensenlevens gericht geweld is geen onderdeel van de actiemethoden. Er
is sinds een aantal jaar wel sprake van een groei van de links-extremistische scene,
onder andere door de aansluiting van buitenlandse extremisten die in Nederland verblijven.
Volgens het jaarverslag van 2024 van de AIVD heeft de AIVD bij de links-extremistische
beweging als geheel geen grotere bereidheid gezien om geweld te gebruiken. Wel zijn
enkele acties (over diverse onderwerpen) harder geworden, er was daarbij sprake van
vernielingen, intimidatie en doxing – het delen van iemands persoonsgegevens om hem
of haar te intimideren. Het grootste deel van de linkse actie-scene in Nederland blijft
zich nog altijd op activistische wijze uiten, met soms kleinschalige, soms zeer zichtbare
acties rond klimaat, vluchtelingen, woningnood en rechts-extremisme.
Vraag 20
Vindt u het toejuichen en aanmoedigen van een politieke moordaanslag een zorgwekkende
stap in het radicaliseringsproces? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 20
Radicalisering is een complex proces, waarbij veel verschillende factoren een rol
spelen. Er is eigenlijk nooit één enkele oorzaak, waarbij sociale omstandigheden en
persoonlijke eigenschappen een grote rol spelen. Ook een triggerfactor is een van
de factoren die een rol kunnen spelen in het radicaliseringsproces. Triggerfactoren
zijn concrete gebeurtenissen die, vaak in combinatie met elkaar, de emmer doen overlopen
en die daarmee het proces van radicalisering in gang kunnen zetten, versnellen (of
vertragen), maar ook omkeren. Hoewel het toejuichen en aanmoedigen van moord absoluut
verwerpelijk is, is niet in algemene zin te zeggen of dit een zorgwekkende stap in
een radicaliseringsproces is.
Vraag 21
Is het bijwonen van bijeenkomsten zoals het concert van Bob Vylan, waar wordt aangespoord
tot geweld tegen andersdenkenden, een reden om aanwezigen blijvend te monitoren?
Antwoord 21
Nee, aanwezigheid bij bepaalde bijeenkomsten of concerten is in algemene zin geen
aanleiding om in te zetten op blijvende monitoring.
Vraag 22
Bent u bereid om het radicaliseringsproces van links-extremistische groeperingen,
zoals AntiFa, beter in kaart te brengen?
Antwoord 22
In duidingen van fenomenen en ontwikkelingen die zich daarin voordoen door de NCTV
is aandacht voor radicaliseringsprocessen vanuit alle ideologische stromingen. In
2018 is in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)
van het Ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoek gedaan naar links-extremistische
groeperingen in Nederland.14 Er is op dit moment geen aanleiding om opnieuw specifiek onderzoek te doen naar het
radicaliseringsproces van links-extremistische groeperingen.
De NCTV rapporteert halfjaarlijks in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN)
over de terroristische en gewelddadig extremistische dreiging voor Nederland, de belangen
die daardoor kunnen worden aangetast en de weerbaarheid tegen deze dreiging. Wanneer
relevant wordt hier nader ingegaan op de actuele geweldsdreiging die uitgaat van het
links-extremisme.
Vraag 23, 24 en 25
Bestaat er momenteel een handreiking voor het herkennen van links-extremisme, zoals
die ook bestaat voor radicalisering door complottheorieën?15 Zo nee, zal uw ministerie een dergelijke handreiking samenstellen?
Binnen de genoemde handreiking over complotdenken heeft de politie de drie categorieën
«complotdenken», «radicalisering» en «extremisme» opgesteld; indien er over links-extremisme
eenzelfde soort handreiking bestaat, binnen welke van deze drie categorieën zou het
bijwonen van en meejuichen tijdens een concert als die van Bob Vylan vallen?16
Binnen welke categorie zou het openlijk toejuichen en vergoelijken van de moord op
Charlie Kirk passen?
Antwoord 23, 24 en 25
Het document waaraan u refereert is een interne handreiking van de politie. De politie
heeft mij laten weten dat deze ter beschikking is gesteld aan politiemedewerkers en
nauwe relevante partners binnen het veiligheidsdomein. Dit document was niet bedoeld
voor publicatie. Het is een document om politiemedewerkers te ondersteunen die in
hun werk te maken kunnen krijgen met radicalisering en extremisme dat uit complottheorieën
kan voortkomen. Hoe bepaalde uitingen geduid moeten worden zal altijd beoordeeld moeten
worden aan de hand van alle concrete feiten en omstandigheden.
Vraag 26 en 27
Bent u bereid beleid vorm te geven om links-extremisme beter te kunnen bestrijden?
Is het bestrijden van links-extremisme een prioriteit van deze regering? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 26 en 27
Zoals in het regeerprogramma valt te lezen ziet deze regering terrorisme en gewelddadig
extremisme als een constante dreiging voor onze democratische rechtsstaat en nationale
veiligheid. Hiermee is het een prioriteit van deze regering om alle vormen van extremisme
en terrorisme te bestrijden, dus ook de dreiging die uitgaat van links-extremisme.17
De aanpak van extremisme en terrorisme in Nederland is toepasbaar op alle vormen van
extremisme en terrorisme en geldt dus ook voor links-extremisme. Op basis van de dreiging
wordt constant bekeken of de aanpak wijzingen of aanvulling behoeft. Als bepaalde
acties of gedragingen de lat van extremisme of terrorisme halen, dan kunnen personen
ook worden opgenomen in de lokale persoonsgerichte aanpak radicalisering. De persoonsgerichte
aanpak radicalisering betreft maatregelen en/of interventies genomen onder regie van
gemeenten die door het bestuur, de strafrechtelijke instanties of door maatschappelijke
instellingen kunnen worden getroffen om (verdere) radicalisering tegen te gaan.
Vraag 28
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Antwoord 28
De vragen zijn zo snel mogelijk en waar mogelijk afzonderlijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.