Schriftelijke vragen : De rondrazende vogelgriep en de grote risico’s voor de volksgezondheid
Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de rondrazende vogelgriep en de grote risico’s voor de volksgezondheid (ingezonden 12 november 2025).
Vraag 1
Maakt u zich ook zorgen over het toenemende aantal uitbraken van vogelgriep en over
het feit dat er sinds begin oktober zo’n 450.000 kippen en fazanten in de veehouderij
zijn vergast?1
Vraag 2
Heeft u kennisgenomen van de uitspraken van virologen en hoogleraren die stellen dat
«vogelgriep kan zorgen voor een nieuwe pandemie met de omvang van de coronacrisis»,
maar dan «dodelijker» en dat die pandemie op elk moment zou kunnen uitbreken?2,3
Vraag 3
Deelt u de mening dat het de verantwoordelijkheid is van de overheid, en met name
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, om risico’s op een nieuwe pandemie
zoveel mogelijk in te perken en daarmee de gezondheid van Nederlanders te beschermen?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat commissie-Bekedam al 3,5 jaar geleden adviseerde om de risico’s
op zoönosen te beperken, maar dat veel van de belangrijkste aanbevelingen nog steeds
niet zijn uitgevoerd?
Vraag 5
Onderschrijft u de constatering van de commissie-Bekedam dat Nederland extra kwetsbaar
is voor vogelgriep door de hoge dichtheid van (pluim)veehouderijen? Zo nee, waarom
niet?4
Vraag 6
Onderschrijft u de constatering van de commissie-Bekedam dat de Nederlandse vee-industrie
zelf een belangrijk risico vormt voor het ontstaan en verspreiden van zoönosen, vanwege
het enorme aantal dieren dat op een klein oppervlak wordt gehouden en de hoge concentratie
van stallen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Herinnert u zich dat de commissie-Bekedam nadrukkelijk adviseerde om het aantal veehouderijen
en het aantal dieren in de veehouderij te beperken?
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat het toenmalige kabinet aankondigde te willen toewerken naar
een verbod op nieuwvestiging van pluimveebedrijven in pluimveedichte en waterrijke
gebieden en een verbod op uitbreiding in die risicogebieden (Kamerstuk 28 807, nr. 291)?
Vraag 9
Klopt het dat was aangekondigd dat er eerst een impactanalyse zou worden gedaan en
dat deze eind 2023 naar de Kamer zou komen, maar dat deze er nog altijd niet is? Hoe
verklaart u dit?
Vraag 10
Hoeveel pluimveebedrijven zijn er sinds het advies van de commissie-Bekedam nieuw
gevestigd in pluimveedichte en waterrijke gebieden en hoeveel pluimveebedrijven zijn
uitgebreid in deze gebieden?
Vraag 11
Hoeveel kippen, eenden, fazanten, kalkoenen en andere dieren in de veehouderij zijn
er sinds het advies van Bekedam vergast?
Vraag 12
Deelt u het inzicht dat het uitblijven van maatregelen, in afwachting van een analyse
over de impact voor de vee-industrie, heeft geleid tot extra dierenleed én vergrote
risico’s voor de volksgezondheid? Zo nee, waarom niet?
Vraag 13
Deelt u de mening dat verder uitstel van deze maatregelen zeer ongewenst is, gezien
de grote risico’s van vogelgriep voor de volksgezondheid? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Bent u ervan op de hoogte dat niet alleen de commissie-Bekedam maar ook het Europees
Centrum voor Ziektepreventie en Ziektebestrijding (ECDC) en de Europese Autoriteit
voor voedselveiligheid (EFSA) hebben aanbevolen om de dichtheid van pluimvee en pluimveehouderijen
te verlagen, zowel in waterrijke gebieden als daarbuiten? Wat heeft u met deze aanbeveling
gedaan?5
Vraag 15
Wanneer gaat u de maatregelen die in 2021 zijn geadviseerd en in 2023 zijn aangekondigd
eindelijk doorvoeren?
Vraag 16
Kunt u deze vragen één voor één en zo snel mogelijk beantwoorden?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Esther Ouwehand, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.