Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ergin over het bericht ‘Palestijnse journalist Mustafa Ayash aangehouden op Schiphol’
Vragen van het lid Ergin (DENK) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Palestijnse journalist Mustafa Ayash aangehouden op Schiphol» (ingezonden 1 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister
van Justitie en Veiligheid (ontvangen 12 november 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 263.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Palestijnse journalist Mustafa Ayash aangehouden op
Schiphol»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2, 3, 4 en 5
Bent u het ermee eens dat Nederland in beginsel geen enkele medewerking dient te verlenen
aan het uitleveren van journalisten tenzij er onomstotelijk bewijs is voor een ernstig
misdrijf, gezien het risico dat niet alleen de persoonlijke vrijheid van de individu
in kwestie, maar ook de persvrijheid ermee ingeperkt wordt?
Weet u of er een kans bestaat dat de betreffende Palestijnse journalist ook aan Israël
uitgeleverd kan worden?
Zou het voor u acceptabel zijn dat een Palestijnse journalist aan Israël wordt uitgeleverd,
wetende dat Israël een ongekend hoog aantal journalisten heeft vermoord en gevangengezet
sinds 7 oktober 2023?
Zijn er uitzonderingsgronden binnen het systeem van de European Arrest Warrant om
niet mee te werken aan uitleveringen? Zo ja, welke en zijn die uitzonderingsgronden
overwogen door Nederland in de huidige zaak betreffende de Palestijnse journalist?
Antwoord 2, 3, 4 en 5
Over eventuele lopende overleveringsverzoeken kan ik geen uitspraken doen.
In algemene zin kan ik het volgende opmerken.
Voor landen binnen de EU is overlevering van toepassing. In het Europees Aanhoudingsbevel
(EAB) is daarover geregeld dat personen via een meer eenvoudige procedure kunnen worden
overgeleverd van de ene EU-lidstaat aan de andere. Volgens het Kaderbesluit 2002/584/JBZ
(hierna: Kaderbesluit EAB) moet op grond van het beginsel van wederzijdse erkenning
elk Europees aanhoudingsbevel overeenkomstig de bepalingen van het kaderbesluit ten
uitvoer worden gelegd. De tenuitvoerlegging van een EAB mag echter niet tot gevolg
hebben dat fundamentele rechten worden geschonden.
Het Kaderbesluit EAB laat enige ruimte open om uitvoering van een EAB te schorsen
en de overlevering te weigeren wanneer er sprake is van een ernstige en voortdurende
schending van de grondrechten door een lidstaat. Het Kaderbesluit EAB is in Nederland
geïmplementeerd in de Overleveringswet. Gronden voor weigering zijn opgenomen in Afdeling
1 van Hoofdstuk II van de Overleveringswet. Hierin staan gronden waarop een overlevering
dient te worden geweigerd, alsook gronden waarop een overlevering kan worden geweigerd.
De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam beoordeelt en bepaalt
in elk individueel geval of de overlevering dient te worden geweigerd. Overlevering
kan alleen worden geweigerd als daar in het individuele geval gronden voor bestaan.
Het EAB wordt dan, met inachtneming van de jurisprudentie van het Hof van Justitie
van de EU, inhoudelijk door de IRK getoetst overeenkomstig de bepalingen van het Kaderbesluit
EAB en de Overleveringswet. Bij de beoordeling van artikel 11 van de Overleveringswet
wordt door de IRK de «tweestappentoets» uit jurisprudentie van het Europese Hof van
Justitie toegepast, waarbij de overleveringsrechter eerst moet nagaan of er systeemproblemen
ten aanzien van fundamentele rechten bestaan in een uitvaardigende lidstaat en, zo
ja, of in het individuele geval een risico op schending van een grondrecht bestaat.
Overlevering gebeurt volgens het Kaderbesluit EAB, onder de algemene voorwaarde dat
een opgeëiste persoon niet zal worden doorgeleverd aan een derde land zonder toestemming
van het uitvoerende land (in dit geval Nederland).
Vraag 6
Deelt u de kritiek van de advocate van de Palestijnse journalist die erop wijst dat
Israël vaker humanitaire hulpverlening koppelt aan vermeende financiering van terrorisme?
Antwoord 6
Het kabinet is niet bekend met deze specifieke uitspraak. In het algemeen is het belangrijk
dat humanitaire hulp geleverd kan worden in humanitaire crisissituaties, waaronder
in de Palestijnse Gebieden. Hier dienen alle partijen zich voor in te spannen, waarbij
plausibele aantijgingen van partijdigheid of oneigenlijk gebruik van hulpmiddelen
uiteraard altijd goed moeten worden onderzocht.
Vraag 7
Wat vindt u ervan dat Palestijnse journalisten in het Westen vaker aan hebben gegeven
het slachtoffer te zijn geworden van lastercampagnes die vanuit Israël wordt aangestuurd?
Antwoord 7
Het kabinet kan deze aantijgingen van lastercampagnes niet eigenstandig verifiëren.
Dat laat onverlet dat journalisten hun essentiële werk altijd in veiligheid en vrijheid
moeten kunnen uitvoeren. Nederland vraagt hier consequent aandacht voor – ook bij
Israël.
Vraag 8
Wat doet de regering om te verzekeren dat de persvrijheid in Nederland geborgd blijft
voor alle journalisten, en in het bijzonder journalisten van Palestijnse komaf die
een duidelijk doelwit zijn geworden van Israël?
Antwoord 8
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap biedt financiële ondersteuning
aan PersVeilig. PersVeilig versterkt de positie van journalisten tegen geweld en agressie
op straat, op sociale media en tegen juridische claims. Journalisten die in Nederland
te maken krijgen met vormen van intimidatie kunnen zich tot PersVeilig wenden.
Vraag 9
Zijn er sinds 7 oktober ook mensen door de Koninklijke Marechaussee vastgehouden op
verdenking van betrokkenheid bij internationale misdrijven die gepleegd zouden zijn
door Israël?
Antwoord 9
De Koninklijke Marechaussee heeft, na raadpleging van de systemen en informatie van
de betrokken afdelingen (peildatum 3 oktober 2025), geen aanwijzingen aangetroffen
dat er sinds 7 oktober 2023 personen door de Marechaussee zijn vastgehouden op verdenking
van betrokkenheid bij internationale misdrijven door Israël.
Vraag 10
Zijn er uitleveringsverzoeken bij Nederland gedaan voor individuen die van betrokkenheid
bij internationale misdrijven worden verdacht die gepleegd zouden zijn door Israël?
Zo ja, hoe heeft Nederland daarop gereageerd?
Antwoord 10
Over individuele zaken kan ik geen uitspraken doen. In algemene zin merk ik op dat
Nederland slechts personen kan uitleveren in geval van (een verdenking) van individuele
strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het plegen van (internationale) misdrijven.
Verzoeken om uitlevering ter zake van internationale misdrijven worden – evenals uitleveringsverzoeken
voor commune delicten – zorgvuldig behandeld volgens de kaders van de Wet overlevering
inzake oorlogsmisdrijven.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.