Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026
Nr. 14
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 13 november 2025
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 2 oktober 2025 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 11 november 2025 zijn ze door de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van Eijk
De Griffier van de commissie, Honsbeek
Vragen en antwoorden
1
In het geval van een fusie tussen twee fracties, ontvangt deze partij dubbele subsidie
wanneer één persoon lid is van beide partijen?
Antwoord:
Het kan voorkomen dat een persoon lid is van twee politieke partijen en dat beide
politieke partijen hiervoor subsidie ontvangen. Iemand die lid is van meer dan één
politieke partij is immers van al die partijen evenzeer lid als de andere leden van
die partijen. Met dezelfde rechten en plichten als de andere leden.
De hoogte van de subsidie aan een politieke partij wordt berekend aan de hand van
een basisbedrag, een bedrag per Kamerzetel en een bedrag per lid. De gevolgen voor
de subsidie van een samenvoeging van fracties, de deelname aan een verkiezing met
één kandidatenlijst of de fusie van twee politieke partijen zijn als volgt. In het
geval van een fractiesamenvoeging of deelname aan een verkiezing met één lijst, zijn
beide politieke partijen ieder een eigen vereniging met een eigen ledenadministratie.
Dit betekent dat beide partijen subsidie ontvangen op basis van het aantal subsidiabele
leden van de partij. Voor de basisbedragen geldt dat zodra de politieke partijen met
één kandidatenlijst deelnemen aan een verkiezing, dan de bedragen worden gehalveerd.
Indien de afzonderlijke politieke partijen besluiten te fuseren tot één nieuwe politieke
partij, geldt dat de leden na de fusie enkel lid zijn van de nieuw opgerichte partij.
2
Hoeveel van de aanvragen voor schadeafhandeling worden bij het Instituut Mijnbouwschade
Groningen (IMG) binnen de wettelijke termijn afgehandeld? Wat is de gemiddelde vertraging
van aanvragen die niet binnen de wettelijke termijn worden afgehandeld?
Antwoord:
Het IMG kent meerdere schaderegelingen met verschillende wettelijke termijnen:
Van de maatwerktrajecten is in 2024 69% binnen de wettelijke termijn afgehandeld (binnen
twaalf weken na de oplevering van het deskundigenrapport). Dit percentage laat echter
een vertekend beeld zien omdat bewoners in mei 2023 de mogelijkheid is geboden hun
schademelding te pauzeren in verband met de verruiming van schademaatregelen. Sinds
mei 2023 hebben ruim 12.000 bewoners ervoor gekozen hun aanvraag te pauzeren. Begin
2025 waren er nog 3500 bewoners die nog geen keuze hebben gemaakt en waarvan de aanvraag
is gepauzeerd. Dit is een belangrijke oorzaak voor de duur van de gemiddelde vertraging
van 445 dagen in 2024.
De voorlopige cijfers voor 2025 laten een verbetering zien: zo is tot oktober bij
de maatwerktrajecten bij 91% van de schadeaanvragen binnen de termijn een besluit
genomen.
Bij de forfaitaire regelingen zoals de VES geldt een wettelijke termijn van 8 weken.
In 2024 heeft IMG 78% van de aanvragen binnen deze termijn afgehandeld. In 2025 is
dit percentage toegenomen tot 88%. Van de aanvragen die langer dan 8 weken in beslag
namen, was de gemiddelde vertraging in 2024 110 dagen.
Voor wat betreft de schaderegelingen van het IMG die zien op immateriële schade en
waardedaling is de wettelijke termijn 8 weken. In 2024 is bij circa 90% van de aanvragen
voor immateriële schadevergoeding binnen de termijn een besluit genomen. Bij waardedaling
lag dit percentage op 96% voor woningen en voor bedrijfspanden op 93%.
3
Welke maatregelen zijn genomen om de communicatie tussen overheidsinstellingen en
bewoners persoonlijker en begrijpelijker te maken?
Antwoord:
Een van de leidende principes binnen de versterking is dat de overheid luistert én
handelt. De Staatssecretaris van BZK heeft met het NCG afgesproken dat zij de communicatie
en interactie met de bewoner verbetert. Dit doet NCG onder andere door:
• Via de bewonersreis meer en intensiever contact met de bewoner te hebben. De bewonersreis
is ontwikkeld met bewoners: hierbij wordt het versterkingsproces ingericht vanuit
de ervaringen van bewoners. Het doel is dat NCG meer handelt vanuit het perspectief
van de bewoner.
• Nieuwe NCG medewerkers via een onboardings-programma intensieve scholing te geven over kaders, wetten, processen en werkwijzen.
Voor huidige NCG medewerkers zijn er verdiepingssessies om hun kennis actueel te houden.
• Met bewoners gemaakte afspraken structureel vast te leggen (met akkoord van bewoners).
• De deelname aan het digitale portaal «Mijn NCG» te vergroten naar ruim 7.000 bewoners-eigenaren
en dit portaal aan de hand van hun ervaringen door te ontwikkelen. Op deze manier
krijgen alle bewoners-eigenaren wiens versterking nog niet (bijna) is afgerond toegang
tot een laagdrempelig digitaal portaal dat is vormgegeven aan de hand van hun feedback.
• Blijvend in te zetten op het verbeteren van de fysieke en analoge contactmomenten
– ook deze worden aangepast op basis van de behoeften van bewoners. Zo worden brieven
op basis van terugkoppeling van bewoners begrijpelijker en toegankelijker gemaakt
en neemt NCG frequenter zelf contact op met bewoners, bijvoorbeeld als zij een besluit
op norm krijgen.
Ook het IMG zet in op meer persoonlijk contact met bewoners:
• Zo krijgen aanvragers begeleiding van een persoonlijke zaakbegeleider als ze daar
behoefte aan hebben.
• Ook zijn 24 steunpunten – verspreid over de provincies Groningen en Drenthe – opgezet
waar bezoekers vrijblijvend in gesprek kunnen gaan voor informatie en hulp bij het
doen van aanvragen. Vanaf de zomer van 2024 zet het IMG daarnaast een mobiel steunpunt
in bij markten en evenementen.
• Een andere manier waarop het IMG mensen probeert te bereiken is het initiatief «Inwoners
bereiken via inwoners», waarbij het IMG aansluit bij bestaande sociale netwerken om
inwoners te bereiken die nog geen aanvraag hebben gedaan.
• Daarnaast wordt er gewerkt aan het verbeteren van de website, zodat iedere websitebezoeker
nog sneller en makkelijker de juiste informatie vindt.
• Tot slot startte het IMG in 2024 met het zogenoemde Brievenproject, waarbij de brieven,
met behulp van burgerpanels, voor burgers begrijpelijker, toegankelijker en persoonlijker
geschreven worden.
4
Wat zijn de overheadkosten van het IMG en de Nationaal Coördinator Groningen (NCG)
in 2025 en hoe verhouden die zich tot de uitgekeerde schadevergoedingen?
Antwoord:
De uitvoeringsuitgaven van het IMG in 2025 zijn geraamd op ca. € 336 miljoen, de uitgekeerde
schadevergoedingen van het IMG in 2025 zijn geraamd op ca. € 1.061 miljoen. Hieruit
volgt dat de verhouding tussen uitvoeringsuitgaven en schadevergoeding € 0,32: € 1
is. Daarbij past de kanttekening dat het uitgangspunt van een mildere, makkelijkere
en menselijkere uitvoering van het schadeherstel leidt tot een meer persoonlijke aanpak
met bijbehorende hogere uitvoeringsuitgaven. Het is daarbij belangrijk om te letten
op de balans tussen de uitvoeringskosten en de vergoedingen die worden uitgekeerd,
zodat zorgvuldigheid en persoonlijke aandacht niet ten koste gaan van een efficiënte
uitvoering.
De totale uitgaven aan het uitvoeringsapparaat ten behoeve van het primaire proces
en de overheadkosten van de NCG in 2025 zijn geraamd op ca. € 200 mln. De totale kosten
voor de versterkingsoperatie, inclusief door de NCG uitgekeerde schadevergoedingen,
in 2025 bedragen 889 mln. De verhouding tussen overhead en uitgaven die ten goede
komen aan het primair proces is niet eenduidig te maken, omdat de uitgaven aan het
uitvoeringsapparaat ook betrekking hebben op bijvoorbeeld de kosten voor individuele
bewonersbegeleiding, individuele communicatie en advisering die niet aan overhead
toegerekend kunnen worden.
Deze cijfers zijn van het lopende begrotingsjaar 2025 en worden mogelijk bijgesteld
op basis van de recentere inzichten in de komende Najaarsnota. Deze cijfers zijn ramingen,
de definitieve cijfers volgen in de Kabinetsreacties op de Staat van Groningen en
Noord-Drenthe 2025 en de Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2026.
Voor 2026 zijn de verwachtingen als volgt:
De uitvoeringsuitgaven van het IMG zijn geraamd op ca. € 296 mln., de uitgekeerde
schadevergoedingen van het IMG zijn geraamd op ca. € 899 mln. Hieruit volgt dat de
verhouding tussen uitvoeringsuitgaven en schadevergoeding € 0,33: € 1 is.
De uitvoeringsuitgaven aan het uitvoeringsapparaat (primair proces plus overhead)
van de NCG zijn geraamd op ca. € 233 mln., de versterkingskosten inclusief schadevergoedingen
van de NCG zijn geraamd ca. € 790 mln.
5
Hoeveel ondernemers maken gebruik van het MKB-programma en wat zijn de resultaten
hiervan? Waar liggen verbeterpunten?
Antwoord:
Sinds de start van het MKB Programma zijn 52 MKB-ers begeleid door MKB-consulenten.
Er zijn 57 aanvragen gedaan voor de MKB investeringsregeling waarvan toekenning momenteel
nog loopt.
De provincie Groningen is de eigenaar van het MKB-programma. Momenteel bekijkt de
provincie hoe de bekendheid van het programma en de regeling verder kan worden vergroot.
6
Hoeveel middelen zijn er in 2026 gereserveerd voor personele en organisatiekosten
in Groningen? Hoe verhoudt dit zich tot de uitgekeerde schade?
Antwoord:
zie vraag 4.
7
Hoeveel woningen worden er in 2026 beoordeeld en versterkt door de NCG?
Antwoord:
De verwachting is dat vanaf 2026 alleen bewoners die later aan de werkvoorraad zijn
toegevoegd, via Loket Opname Op Verzoek of op andere wijze, nog een beoordeling hoeven
te ontvangen. De doelstellingen voor de versterking, inclusief de doelstellingen op
het gebied van beoordelingen en versterkingen volgen begin 2026 in het jaarplan van
NCG. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties informeert
uw Kamer dit jaar nog hierover. Met NCG is afgesproken dat de doelstellingen binnen
de bandbreedte van de diepteanalyse blijft. Voor 2026 was dit tussen de 1.771 en 2.724
versterkte huizen.
8
Welke lessen zijn er getrokken uit de uitvoering van batch 1588 in de versterking
en hoe worden deze meegenomen?
Antwoord:
Binnen batch 1588 hebben de betreffende gemeenten de regie over de versterking. Gemeenten
spannen zich samen met de corporaties en NCG in om de uitvoering mogelijk te maken.
Dit vraagt om een constructieve samenwerking en om heldere afspraken tussen de betrokken
partijen over rollen en verantwoordelijkheden, zodat een bewoner weet waar die aan
toe is en wie het eerste aanspreekpunt is voor zaken betreffende de versterking. Dat
voorkomt ook hiaten binnen de dienstverlening. Binnen de batch 1588 worden daar gezamenlijk
stappen in gezet. Lessen hieruit neemt de Staatssecretaris voor Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties mee om te komen tot een één-overheidsaanpak, bijvoorbeeld via
de Agenda voor Herstel, voor het einde van het jaar informeert de Staatssecretaris
uw Kamer nader over deze samenwerking.
9
Hoeveel wordt er in 2026 concreet geïnvesteerd in de Economische Agenda en welke sectoren
profiteren daarvan?
Antwoord:
In 2026 is in ieder geval € 50 mln. beschikbaar op de BZK-begroting voor het startkapitaal.
Zoals staat beschreven in de Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe, is
de agenda gericht op brede investeringen die de regio versterken rond de thema’s onderwijs,
kennis en arbeidsmarkt, ruimte voor bedrijvigheid, digitalisering en profilering.
Daarnaast zet de agenda in op investeringen in vijf specifieke sectoren, namelijk:
duurzame energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrije tijdseconomie. De Economische
Agenda wordt momenteel nader geconcretiseerd met een Uitvoeringsplan dat eind 2025
gereed is.
10
Hoe wordt ervoor gezorgd dat de investeringen van de Economische Agenda ten goede
komen aan de inwoners uit de regio?
Antwoord:
De inhoud van de agenda is van, voor en door inwoners, bedrijven en organisaties van
Groningen en Noord-Drenthe tot stand gekomen. Bovendien zet de Economische Agenda
zich ervoor in om meer duurzaam verdienvermogen in de regio te laten landen en samenwerking
met regionale partijen randvoorwaardelijk te stellen. Dat doen we door goed en inclusief
werkgeverschap, zodat inkomens stabieler en hoger worden. Daarnaast zetten we in op
het aantrekken van hoofdkantoren, het uitbreiden van regionale ketens, investeren
we in onderwijscampussen en de economische vitaliteit van kernen, evenals het stimuleren
van nieuwe en blijvende bedrijvigheid die vanuit de regio zelf komt.
11
Hoeveel langer duurt de versterking als de gaswinning beperkt doorgaat?
Antwoord:
De gaswinning uit het Groningenveld is gestopt vanwege veiligheidsoverwegingen, mede
op advies van het SodM. De winning kan niet veilig. Met het oog op de veiligheid van
de inwoners van het aardbevingsgebied is met brede parlementaire steun in april 2024
het Groningergasveld wettelijk gesloten. Momenteel worden de winningslocaties gesloten.
Hoewel heropening niet aan de orde kan zijn, zorgt de discussie over een mogelijke
hervatting op termijn van de gaswinning voor onzekerheid bij bewoners en ondermijnt
het broze vertrouwen in de overheid. Over de planning en voortgang van de versterkingsoperatie
is de Kamer eerder geïnformeerd (Kamerstuk 33 529, nr. 1319).
12
Hoeveel extra geld is nodig voor de NCG als die langer moet blijven bestaan als gevolg
van hervatte gaswinning?
Antwoord: zie vraag 11.
13
Hoeveel huizen zijn nu al versterkt en hoeveel zijn nog in afwachting?
Antwoord:
De totale werkvoorraad van NCG is op dit moment 27.792 adressen. De werkvoorraad van
NCG staat niet vast, omdat adressen nog aan de werkvoorraad kunnen worden toegevoegd,
bijvoorbeeld via Loket Opname Op Verzoek (LOOV). De stand van 31 augustus 2025 is
dat 18.186 adressen voldoen aan de veiligheidsnorm. De bewoners van 9.372 adressen
bevinden zich in één van de fasen van het versterkingstraject – het merendeel van
deze groep bevindt zich in de fase waarbij het uitvoeringsplan wordt opgesteld samen
met de eigenaar, of de voorbereiding daarop. Bij de bewoners van 234 adressen werd
het dossier gesloten omdat zij op dit moment niet kunnen of willen meewerken aan de
beoordeling en/of versterking van hun huis.
14
Wat is nu de cumulatieve vertraging van de versterkingsoperatie?
Antwoord:
De versterkingsoperatie bevindt zich op een kruispunt waarbij snelheid en kwaliteit
meer in balans met elkaar moet worden gebracht. De verwachting uit de geactualiseerde diepteanalyse van 26 maart 2025 is dat het merendeel van
de versterkingsopgave voor eind 2028 is afgerond, en dat de gehele operatie wordt
afgerond tussen 2030 en 2032 (Kamerstuk 33 529, nr. 1282). Gezien de complexiteit van- en risico’s binnen de versterkingsoperatie is sturing
op een jaartal niet realistisch en ook niet wenselijk, daarom wordt gestuurd op bandbreedte.
Om transparant en zo realistisch mogelijk te zijn, blijft de Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verwachting jaarlijks actualiseren en
informeert uw Kamer hierover.
15
Hoe ver loopt de versterking achter op de plannen?
Antwoord:
zie vraag 14.
16
Waaruit bestaan concreet de voorbereidende werkzaamheden die op dit moment worden
uitgevoerd voor de verzelfstandiging van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State? Welke producten/voorstellen verwacht u daarvoor in 2026 op te leveren?
Antwoord:
Op dit moment houden de voorbereidende werkzaamheden in dat het kabinet werkt aan
een brief over het in het regeerprogramma aangekondigde voornemen van verzelfstandiging
van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het kabinet streeft ernaar
de Tweede en Eerste Kamer deze brief voor het einde van dit jaar te doen toekomen.
17
In hoeverre zijn het beleid en de techniek voor het opslaan van chats inmiddels bij
het ministerie en Rijksbreed in werking? Worden inmiddels berichten, die onder de
Wet open overheid (Woo) vallen, uit alle gebruikte chatapplicaties volledig opgeslagen?
Antwoord:
De rijksbrede beleidslijn Archiveren Chatberichten voor de Rijksdienst is in september 2025 vastgesteld. De beleidslijn voor chat op mobiele middelen zal
in werking treden als de daarbij behorende chatvoorziening rijksbreed beschikbaar
komt.
Volgens de planning sluiten de eerste drie departementen voor medio 2026 aan op deze
chatvoorziening, waarna de overige departementen gedurende 2026 zullen volgen.
Tot dat moment blijft de tijdelijke chatinstructie voor bewindspersonen van kracht.
Ministeries stellen daartoe de zakelijke chatberichten van bewindspersonen nu structureel
veilig via een semi-automatische werkwijze. De werking wordt getoetst door de Inspectie
Overheidsinformatie en Erfgoed.
18
Welke werkzaamheden worden concreet nog uitgevoerd om uitvoering te geven aan de opdrachten
van de Kamer, nu u heeft aangegeven besluitvorming over een lobbyregister aan een
volgend missionair kabinet te laten? Vinden er ambtelijke voorbereidingen plaats,
zodat besluitvorming zo spoedig mogelijk door een volgend kabinet kan plaatsvinden?
Heeft u Group of States against Corruption (GRECO) geïnformeerd dat u de besluitvorming
op dat punt stil heeft gelegd?
Antwoord:
In de afgelopen periode is ambtelijk informatie ingewonnen bij landen die een lobbyregister
hebben, zoals Ierland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Finland. Ook
is nagegaan hoe het transparantieregister binnen de Europese Unie werkt. Daarnaast
zijn, zoals u bekend, denksessies met belanghebbenden gehouden over mogelijke eisen
aan een lobbyregister, en heeft prof. Braun twee onderzoeksrapporten1 uitgebracht die op dit onderwerp betrekking hebben. Op basis van al deze informatie,
en met inachtneming van de moties die de Tweede Kamer over een lobbyregister2 heeft aangenomen, worden ambtelijk thans keuzes en varianten voorbereid, mocht de
volgende Minister van BZK willen overgaan tot aanvullende maatregelen, zoals een lobbyregister.
Wat betreft het informeren van GRECO is in het meest recente GRECO-rapport vastgesteld
dat Nederland GRECO uiterlijk 31 maart 2026 dient te informeren over de voortgang
bij de uitvoering van de openstaande aanbevelingen. GRECO zal hierbij ook geïnformeerd
worden over de uitvoering van aanbeveling aangaande lobbyen.
19
Kunt u aangeven hoe de bedragen in de verschillende jaren zijn opgebouwd, gelet op
het feit dat de subsidie van Prodemos de komende jaren fors terugloopt? Kunt u aangeven
welke gesprekken gevoerd worden over de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden?
Antwoord:
In de bedragen van 2024 en 2025 zijn, door amendementen vanuit de Tweede Kamer, aanvullende
subsidies meegenomen. Bij de begrotingsbehandeling 2024 is met het amendement Sneller
incidenteel € 1 mln. extra vrijgemaakt voor ProDemos om democratisch burgerschap voor
jongeren in de regio te bevorderen. Bij de begrotingsbehandeling 2025 is opnieuw een
amendement ingediend door lid Sneller (D66) en Buijsse (VVD) voor het continueren
van de middelen voor de inzet in de regio (€ 1 mln. incidenteel).
De meerjarige reeks loopt terug vanwege de subsidietaakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord
vanaf 2027. In gesprek tussen BZK en ProDemos wordt toegewerkt naar een nieuwe subsidieregeling
die vanaf 1 januari 2027 ingaat. Hierin worden nieuwe afspraken over de (hoogte van)
de subsidie vastgelegd.
20
Kunt u toelichten waar de forse stijging van de kosten onder de post «Weerbaar Bestuur»
vandaan komt?
Antwoord:
De post «Weerbaar Bestuur» vertoont een oplopende reeks door verkregen middelen uit
de enveloppe goed bestuur en sterke rechtsstaat van het Hoofdlijnenakkoord (kamerbrief
TK 2024–2025, 33 047, nr. 41). Hiermee wordt de samenwerking met externe partners verder versterkt. De inzet van
middelen in 2026 richt zich onder andere op het verhogen van de veiligheid van volksvertegenwoordigers
en vergaderzalen en de verhoging van de bijdrage aan beroeps- en belangenverenigingen
van politieke ambtsdragers per 1 januari 2026.
21
Hoe worden deze middelen met betrekking tot subsidie decentrale politieke partijen
besteed indien ze niet op grond van de Wet op de politieke partijen (Wpp) kunnen worden
ingezet? Worden ze dan wel aan hetzelfde doel en in hetzelfde jaar ingezet op grond
van de ontwerpbegroting? Of vindt dan geen besteding plaats in 2026?
Antwoord:
Het subsidiëren van decentrale politieke partijen op grond van de Wet op de politieke
partijen (Wpp) is pas mogelijk nadat de wet in werking is getreden. De beschikbare
middelen in 2026 worden ingezet voor het versterken van decentrale politieke partijen
in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Dit doen we bijvoorbeeld door
de ondersteuning van het Kennispunt lokale politieke partijen uit te breiden. Hiermee
worden de middelen alsnog voor hetzelfde doel ingezet.
22
Kunt u concreet aangeven welke opdrachten en werkzaamheden (per opdracht met bedrag
omschreven) Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties uitvoert? Voor welk deel is dat al juridisch verplicht?
Antwoord:
Op artikel 6 voert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de volgende opdrachten
uit. Deze opdrachten komen voort uit de juridische verplichting van de dienstenwet,
die jaarlijks verstrekt worden:
• E-herkenning € 0,6 mln.
• Digitaal ondernemersplein € 3,8 mln.
• Digipoort: Kenniscentrum e-procurement € 2,7 mln.
• Berichtenbox voor Bedrijven € 3,3 mln.
Al deze opdrachten zijn volledig juridisch verplicht.
23
Kunt u concreet aangeven hoe dit half miljoen gaat worden ingezet? Hoe gaat dit bijdragen
aan een beter resultaat dan de afgelopen jaren is gerealiseerd? Kunt u garanderen
dat voor dit budget (onder «breed uitdragen») geen communicatiemedewerkers, -bureaus
of voorlichters anderszins zullen worden aangesteld?
Antwoord:
Het bedrag wordt ingezet voor projecten waarmee de structurele samenwerking tussen
regio’s en rijksdiensten wordt uitgebouwd. Naast het completeren van het dashboard
dat inzicht biedt in waar een rijksdienst met een nieuwe huisvestingsvraag kan worden
gehuisvest (waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar locaties buiten de Randstad),
wordt verder gewerkt aan een blauwdruk voor regionale samenwerking tussen rijksdiensten,
regionale partners en onderwijsinstellingen en een instrument dat inzicht biedt in
functies en doorgroeimogelijkheden binnen rijksdiensten in een specifieke regio. Deze
projecten ondersteunen Ministers bij de zoektocht naar een betere spreiding van hun
organisaties. Zo krijgen de ambities van het kabinet steeds meer vorm. De hoofdmoot
van de middelen zal worden besteed aan het ontwikkelen van praktische, toepasbare
instrumenten die rijksdiensten als hulpmiddel dienen voor regionale samenwerking.
Voor een optimale effectiviteit zal een klein deel van de middelen worden ingezet
voor communicatieadviezen en organisatiekosten. Van het budget worden geen communicatiemedewerkers
of anderszins aangesteld.
24
Klopt het dat het ministerie ook de komende jaren niet verwacht te voldoen aan de
Roemernorm (tabel 25)?
Antwoord:
Om de komende jaren de externe inhuur bij BZK en VRO substantieel terug te brengen,
is de aanpak Grip op inhuur uitgewerkt. Hiervoor maakt iedere DG en iedere organisatie
een eigen plan om de inzet van externen stapsgewijs (in absolute en relatieve omvang)
af te bouwen. Daarbij is er ruimte voor differentiatie per organisatie(onderdeel),
zodat rekening kan worden gehouden met specifieke expertise en (bijzondere) omstandigheden.
Voor BZK en VRO in totaal is het niet aannemelijk dat het op korte termijn (één tot
twee jaar) lukt om onder de Roemernorm van 10% uit te komen. Dit hangt samen met de
relatief hoge inhuur bij enkele onderdelen die IT-intensief zijn, alsmede de hieronder
geschetste specifieke context van de tijdelijke organisatie Nationaal Coördinator
Groningen (verder: NCG). Wel wordt de externe inhuur in de komende jaren (drie tot
vier jaar) voor BZK en VRO in totaal stapsgewijs steeds verder teruggebracht richting
de Roemernorm.
Het budget van externe inhuur in tabel 25 wordt mede bepaald door de omvang van de
externe inhuur door NCG, die na de departementale herschikking van Herstel Groningen
in 2025 aan de begroting van BZK is toegevoegd. NCG opereert echter in een unieke
context: een tijdelijke opgave met directe impact voor bewoners en sterk verweven
met politieke besluitvorming op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Daarbij staat
de opvolging van de parlementaire enquête (het ereherstel) en de continuïteit richting
bewoners voorop. Externe inzet is hierin noodzakelijk, zowel vanwege de behoefte aan
specifieke kennis als om de benodigde flexibiliteit te kunnen waarborgen. Capaciteitswisselingen
of hiaten raken direct het vertrouwen en de voortgang van de versterkingsopgave. Dit
betekent uiteraard niet dat NCG geen aandacht heeft voor de omvang van externe inhuur
en deze naar beneden zal brengen waar de situatie het toelaat.
25
Kunt u een concreet overzicht, graag in een tabel waarbij aangegeven op welke organisaties
of organisatieonderdelen deze bezuiniging neerslaat, en per organisatieonderdeel hoeveel
externe inhuur teruggedrongen wordt, hoeveel fte verdwijnen en welk type functies
het daar betreft, geven van de uitwerking van de 22 procent bezuiniging op apparaatslasten?
Antwoord:
De budgettaire taakstelling apparaat uit het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 bedraagt
voor BZK (exclusief de begroting van Koninkrijksrelaties) en VRO structureel € 121
mln. De beantwoording van deze vraag richt zich zowel op het apparaat van BZK als
VRO omdat de taakstelling financieel is verwerkt op het centraal apparaat artikel
van de begroting van BZK. Vanaf 2026 wordt alleen het beleidsdeel van de apparaatskosten
op de begroting van het Ministerie van VRO verantwoord. Zoals in de eerste suppletoire
begroting 2025 is toegelicht valt de invulling van de taakstelling voor BZK/VRO uiteen
in drie delen: invulling door de beleidskern en staf van BZK en VRO (fte-reductie)
van € 23 mln. structureel, besparingen op (beleids)budgetten van BZK en VRO van € 41 mln.
structureel en daarnaast besparingen op de bedrijfsvoering uitgevoerd door de Shared
Service Organisaties (€ 57 mln. structureel). Aanvullend hierop wordt ingezet op het
terugdringen van externe inhuur. Voor de BZK en VRO organisatie is de aanpak Grip
op inhuur uitgewerkt waarmee de externe inhuur de komende jaren substantieel zal worden
teruggebracht richting de Roemernorm, met ruimte voor differentiatie per organisatie(onderdeel).
Het (netto) effect van de taakstelling op de omvang van het ambtelijk apparaat is
niet goed te voorspellen. Naast de taakstelling hebben andere in- en extensiveringen
daar ook invloed op. Bijvoorbeeld de extra middelen voor aanpak woningnood en de vermindering
externe inhuur met mogelijk verambtelijking tot gevolg. Hier is ook melding van gemaakt
in mijn brief over de uitvoering van de taakstelling Rijksoverheid van 3 oktober 2025
(Kamerstukken II 2025/26, 31 490, nr. 391),.
De taakstelling kent een oplopend karakter en het jaar 2025 is incidenteel alternatief
gedekt (grotendeels uit loon- en prijsbijstelling), zodat er tijd is om de invulling
van de taakstelling vanaf 2026 goed voor te bereiden. Op dit moment vindt de vertaalslag
plaats van de budgettaire invulling van € 23 mln. fte-reductie naar de impact op de
organisatie vanaf 2026. Over de uitwerking van de taakstelling met fte-reductie vindt
zorgvuldig afstemming plaats met alle relevante betrokkenen. Op totaalniveau kunnen
we aangeven dat het bedrag van € 23 mln. ongeveer 175 fte reductie bij BZK en VRO
zou betekenen als met schaal 12 wordt gerekend. De organisatieonderdelen kunnen dit
opvangen met natuurlijk verloop.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier