Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 800 B Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2026
Nr. 9 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 13 november 2025
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, belast met het
voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen
in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 2 oktober 2025 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 11 november 2025 zijn ze door de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van Eijk
De griffier van de commissie, Honsbeek
1
Kan in een overzicht worden weergegeven wat de afspraken tussen gemeenten en het Rijk
rondom jeugdzorg concreet betekenen voor de komende jaren?
Antwoord:
Met uw Kamer is per brief van 25 april 2025 (Kamerstukken II, 2024–2025, 36 600 VII, nr. 136) gedeeld dat er bij Voorjaarsnota 2025 voor de jaren 2025–2027 cumulatief circa 3 miljard euro
beschikbaar komt voor gemeenten voor zowel jeugdzorg als voor de terugval in 2026
in het Gemeentefonds. Voor 2028 en verder worden de beheers- en inhoudelijke maatregelen
uit de Hervormingsagenda Jeugd geïntensiveerd en worden aanvullende beheersmaatregelen
uitgewerkt.
Op 16 september jl. (Kamerstukken II, 2025–2026, Nummer: 36 800 VII, nr. 4) heb ik uw Kamer laten weten dat het kabinet en de VNG tot gezamenlijke afspraken
zijn gekomen over de compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg.
Gemeenten hebben in totaal 728 miljoen euro ontvangen van het Rijk. Zoals ook in deze
brief vermeld heeft de VNG aangegeven dat dit kabinet gezien de financiële ruimte,
in goed overleg met gemeenten tijdens de diverse overhedenoverleggen, op een goede
wijze financieel, invulling heeft gegeven aan het rapport Van Ark, naast de beleidsmatige
invulling waar op dit moment gezamenlijk aan wordt gewerkt.
2
Klopt het dat het zogenaamde ravijnjaar bij gemeenten enkele jaren opschuift?
Antwoord:
De vragensteller doelt er waarschijnlijk op dat met de Voorjaarsnota 2025 incidenteel
voor de jaren 2025–2027 cumulatief circa 3 miljard euro beschikbaar is gekomen voor
jeugdzorg en gemeenten,. Deze extra middelen lopen af. Hierbij gaat het om een specifiek
vraagstuk op het terrein van de jeugdzorg en de afspraken die tussen Rijk en gemeenten
zijn gemaakt in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd.
Met de Hervormingsagenda Jeugd in 2023 zijn afspraken gemaakt die moeten leiden tot
een financieel houdbaar jeugdstelsel. Dit betekent enerzijds dat er in 2023 afspraken
zijn gemaakt over om extra incidentele én structurele middelen beschikbaar te stellen.
En anderzijds dat maatregelen zijn afgesproken die er toe moeten leiden dat de uitgaven
aan jeugdzorg gaan afnemen.
Begin dit jaar heeft de Deskundigencommissie Jeugd, onder leiding van Tamara van Ark,
een advies uitgebracht over de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd. De afspraken
tussen Rijk en VNG zijn naar aanleiding hiervan geactualiseerd. Zo zijn er door het
kabinet incidenteel aanvullende middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Te weten:
de hier boven genoemde 3 miljard euro en 728 miljoen euro ter compensatie van de incidentele
tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Voorts worden de maatregelen uit de Hervormingsagenda
Jeugd geïntensiveerd en worden aanvullende beheersmaatregelen uitgewerkt. Ook is afgesproken
om het tweede rapport van de Deskundigencommissie Jeugd een jaar te vervroegen. Rijk
en gemeenten hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de inhoud van de maatregelen
verder te brengen en zich ten volle in te zetten om de uitvoering en de daaraan gekoppelde
besparing mogelijk te maken.
Op 16 september jl. (Kamerstukken II, 2025–2026, Nummer: 36 800 VII, nr. 4) heb ik uw Kamer laten weten dat de VNG heeft aangegeven dat dit kabinet gezien de
financiële ruimte, in goed overleg met gemeenten tijdens de diverse overhedenoverleggen,
op een goede wijze financieel, invulling heeft gegeven aan het rapport Van Ark, naast
de beleidsmatige invulling waar op dit moment gezamenlijk aan wordt gewerkt.
3
Kan aangegeven worden wat het tijdpad is van de commissie-Polman?
Antwoord:
De studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen onder leiding van Han Polman komt voor
het einde van 2025 met het advies.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.