Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Joseph over communicatie en inrichting van compensatieregelingen in de pensioentransitie
Vragen van het lid Joseph (BBB) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over communicatie en inrichting van compensatieregelingen in de pensioentransitie (ingezonden 1 oktober 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 7 november
2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) «Informeer
deelnemers tijdig en concreet over compensatie»1 (september 2025) en het artikel in Pensioen Pro van 24 september 2025 getiteld «AFM
toont zich bezorgd over compensatiecommunicatie»?2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de constatering dat pensioenfondsen uiterlijk één maand voor invaren
aan deelnemers een prognose-transitieoverzicht moeten sturen, met daarin ook informatie
over compensatie, terwijl de AFM aangeeft dat pensioenfondsen hun deelnemers eigenlijk
al (veel) eerder moeten informeren over de gevolgen van (arbeids-)keuzes op eventuele
compensatie?
Antwoord 2
Pensioenfondsen moeten deelnemers op persoonlijke wijze informeren over de compensatie,
ongeacht of zij daarvoor in aanmerking komen. Deze informatie met persoonlijke (pensioen)bedragen
staat in het prognose-transitieoverzicht. Dit overzicht moet uiterlijk één maand voor
het transitiemoment worden verstrekt. Dit wettelijke voorschrift is in samenspraak
met de AFM tot stand gekomen.3
Compensatie is bedoeld voor actieve deelnemers die een toekomstig nadeel ondervinden
van de overstap met de pensioenregeling op een andere premiesystematiek. Om deelnemers
goed mee te nemen in deze transitie streven pensioenfondsen er naar om al in een vroeg
stadium, eerder dan een maand voor de transitiedatum, informatie te verstrekken over
compensatie. Maar persoonlijke informatie over de hoogte van de compensatie is dan
(vaak) nog niet beschikbaar. Om teleurstellingen te voorkomen, en omdat deelnemers
hun keuzes vaak niet binnen een maand kunnen aanpassen, geeft AFM aan dat het verstandig
is als fondsen en werkgevers de werknemers er al eerder op wijzen hoe de regeling
werkt en wie ervoor in aanmerking komen.
Vraag 3
Deelt u de zorg van de AFM dat deelnemers hierdoor het risico lopen om tienduizenden
euro’s mis te lopen, bijvoorbeeld de genoemde bedragen tot bijna € 20.000 bij deelnemers
van 42–45 jaar?
Antwoord 3
Met de AFM deelt het kabinet het uitgangspunt dat het belangrijk is dat deelnemers
goed meegenomen worden in de transitie van hun pensioenfonds. Om dat te bereiken verstrekt
de pensioenuitvoerder duidelijke, correcte en evenwichtige informatie over de gevolgen
die de transitie heeft voor betreffende deelnemer; dat is dus van groot belang. Die
informatie moet ook tijdig verstrekt worden en ertoe aanzetten dat de deelnemer relevante
actie onderneemt, bijvoorbeeld bij de overweging over te stappen op ander werk.4
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat sommige pensioenfondsen aangeven dat ze deelnemers niet willen
wijzen op een bedrag dat ze mislopen omdat zij een bepaalde keuze hebben gemaakt,
terwijl de AFM juist stelt dat pensioenfondsen als onderdeel van de keuzebegeleiding
wél moeten wijzen op de gevolgen van (arbeids-)keuzes voor compensatie?
Antwoord 4
Zoals aangegeven bij vraag 3 is het belangrijk dat deelnemers goed meegenomen worden
in de transitie van hun pensioenfonds. In haar rapport geeft AFM aan dat pensioenfondsen
(in samenwerking met de werkgever) dit kunnen doen bijvoorbeeld door al eerder dan
een maand voor de transitie een extra brief te sturen aan de relevante doelgroep of
door extra aandacht te besteden aan compensatie op de website, in webinars of in nieuwsbrieven.
Het is dus niet zo dat het prognose-transitieoverzicht uiterlijk een maand voor de
transitiedatum de enige informatie over de transitie is die deelnemers ontvangen.
Ook het reguliere jaarlijkse voorgeschreven Uniform Pensioenoverzicht (UPO) bevat
de waarschuwing dat een eventuele uitdiensttreding gevolgen kan hebben (voor compensatie
en daarmee) voor hun pensioenopbouw. Omdat exacte transitie-effecten nog niet bekend
zijn, worden in het UPO geen concrete bedragen genoemd. Deelnemers worden in het UPO
ook doorverwezen naar het deel van de website dat gaat over compensatie.
Mijn beeld is dat pensioenuitvoerders zich op een adequate wijze inspannen om hun
deelnemers goed mee te nemen in de pensioentransitie. Tegelijk is duidelijk dat hier
een rol en verantwoordelijkheid ligt bij pensioenfondsen en werkgevers om werknemers
goed te informeren over arbeidsvoorwaarden, waaronder pensioen. Dat is niet nieuw,
maar het is belangrijk om aan te geven dat hier een rol is. Ook de werknemer heeft
een rol zichzelf goed te informeren.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de verschillen tussen pensioenfondsen in de vormgeving van compensatie
(zoals leeftijdsgrenzen, berekeningswijze, behandeling van vrijwillige voortzetting
na uitdiensttreding of onbetaald (zorg)verlof) danwel de verschillen die volgens de
AFM kunnen ontstaan door verschillen in de datum waarop de status van de deelnemer
wordt vastgesteld (bijvoorbeeld 31 december of 1 januari) en acht u dit een risico
voor gelijke behandeling van deelnemers?
Antwoord 5
Het staat de bij de pensioenregeling betrokken werkgevers en OR (of de sociale partners)
vrij een passende compensatieregeling af te spreken, of om dat niet te doen, zolang
de evenwichtigheid gewaarborgd kan worden over het geheel aan afspraken over de nieuwe
pensioenregeling en de transitie.5 Omdat er verschillen zijn tussen pensioenfondsen in de vormgeving van compensatieregelingen,
is het verstandig dat werknemers met vragen contact opnemen met de werkgever of met
het pensioenfonds als er iets gaat veranderen, privé of met werk. Onder het kopje
«Compensatie voor andere opbouw van uw pensioen» staat dit ook aangegeven op www.pensioenduidelijkheid.nl.
Vraag 6
Bent u bereid minimale wettelijke eisen of richtlijnen vast te leggen voor communicatie
over compensatieregelingen, waaronder een passende minimale termijn voor die communicatie?
Antwoord 6
In het licht van bovenstaande is er geen concrete aanleiding om de voorschriften aan
te passen die zien op de informatieverstrekking over (de werking van) compensatieregelingen.
Vraag 7
Kunt u toezeggen dat u deze vragen éen voor één en binnen drie weken zult beantwoorden?
Antwoord 7
De beantwoording is zo snel als mogelijk opgesteld en naar uw Kamer verzonden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.