Schriftelijke vragen : De stand van zaken bij de aanpak van speculatieve grondhandel
Vragen van het lid Flach (SGP) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Financiën over de stand van zaken bij de aanpak van speculatieve grondhandel (ingezonden 6 november 2025).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Maatschappelijke en juridische ontwikkelingen
bij de windhandel in opgeknipte agrarische percelen»?1
Vraag 2
Waarom is de Kamer nog steeds niet geïnformeerd over de uitkomst van het toegezegde
ambtelijke onderzoek naar de aanpak van speculatieve grondhandel?2
Vraag 3
Wat is de stand van zaken van het genoemde ambtelijke onderzoek? Wanneer wordt de
uitkomst met de Kamer gedeeld?
Vraag 4
Deelt u de analyse dat het voor consumenten niet eenvoudig is om een gesloten koopovereenkomst
voor opgeknipte landbouwpercelen ontbonden te krijgen en verhaal te halen?
Vraag 5
Deelt u de analyse dat het versnipperen van eigendomsrechten van landbouwpercelen
onwenselijk is vanuit het oogpunt van gebiedsontwikkeling?
Vraag 6
Kunt u, zowel kwalitatief als kwantitatief, de gevolgen van de geschetste speculatieve
grondhandel voor de woningbouw duiden?
Vraag 7
Hoe waardeert u de analyse van het Kadaster dat de windhandel leidt tot vervuiling
van kadastrale registers, omdat voorlopige grensaanduidingen bij transacties niet
opgevolgd worden door definitieve grensvaststellingen, en dat percelen hiermee de
facto onverkoopbaar worden en geen rechten als overpad, erfpacht en opstal gevestigd
kunnen worden?
Vraag 8
Hoe waardeert u de constatering dat de rechtspraak, de rechtswetenschap en de rechtspraktijk
inmiddels het standpunt inneemt dat het aanbieden van opgeknipte kavels landbouwgrond
voor handelaren een vergunningplichtige activiteit in het kader van de Wet financieel
toezicht is? Wat betekent dit voor de opstelling van de Autoriteit Financiële Markten
(AFM)?
Vraag 9
Hoe waardeert u de in het artikel genoemde voorstellen: een vergunningplicht in het
kader van de Wet financieel toezicht, inzet van notarissen om oorspronkelijke verkoopprijzen
te vermelden en de inzet van het Kadaster om voor kleine agrarische percelen een uitmeting
van de grenzen te vereisen?
Vraag 10
Hoe wilt u op korte termijn ongewenste speculatieve grondhandel inperken? Wat verwacht
u daarbij concreet van betrokken partijen als de AFM, het notariaat en het Kadaster?
Indieners
-
Gericht aan
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Gericht aan
E. Heinen, minister van Financiën -
Indiener
André Flach, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.