Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Krul over de gevolgen van het gebruik van lachgas en de handhaving van het lachgasverbod
Vragen van het lid Krul (CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de uitzending van Radar op 23 september 2025 over de gevolgen van het gebruik van lachgas en de handhaving van het lachgasverbod (ingezonden 26 september 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 5 november 2025). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 252.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitzending van Radar op 23 september 2025 over de gevolgen
van het gebruik van lachgas en de handhaving van het lachgasverbod?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u op de hoogte van de toenemende druk op de zorginstellingen door lachgasverslavingen,
en hoe schrijnend de situaties zijn die artsen en behandelcentra signaleren?
Antwoord 2
Er zijn bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geen signalen bekend
dat de druk op zorginstellingen door lachgasverslavingen op dit moment toeneemt. Dat
neemt niet weg dat verslavingsartsen en andere zorgprofessionals in individuele gevallen
mensen in behandeling kunnen hebben met een zware lachgasverslaving en/of ernstige
lichamelijke klachten. Landelijke cijfers van het Trimbos-instituut laten zien dat
het recreatieve gebruik van lachgas sinds 2020 afneemt. Onder uitgaande jongeren is
het laatste-jaar-gebruik afgenomen van 35% in 2020 tot 15% in 2023.1
Wel is er een kleine groep mensen bij wie het gebruik in de loop van de tijd problematisch
is geworden. Het duurt vaak een aantal jaren voordat mensen hulp zoeken en voordat
dit vervolgens zichtbaar wordt in de behandelcijfers. Uit de kerncijfers verslavingszorg
van het LADIS2 blijkt dan ook dat er de afgelopen jaren een stijging was van het aantal mensen in
behandeling voor lachgasverslaving: van 20 personen in 2020 tot 190 in 2024. Dit zijn
op het totaal aantal cliënten in de verslavingszorg zeer beperkte aantallen, maar
de problematiek binnen deze groep kan wel ernstig en schrijnend zijn. Het gaat vaak
om jongeren en jongvolwassenen die kampen met bredere problemen op het gebied van
gezondheid, onderwijs, schulden of huisvesting.
Vraag 3
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om de zorg beter toe te rusten voor de
behandeling van mensen met een lachgasverslaving, en hoe wordt voorkomen dat de druk
op verslavingszorg en ziekenhuizen verder oploopt?
Antwoord 3
De verslavingszorginstellingen en medisch professionals zijn over het algemeen goed
toegerust om deze cliënten te behandelen. Er is de afgelopen jaren door het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport veel geïnvesteerd in kennisdeling en handvatten,
onder meer via de landelijke Handreiking Lachgas van Verslavingskunde Nederland3 en verschillende factsheets voor professionals van het Trimbos-Instituut. Voor de
behandeling van acute en chronische toxiciteit van lachgas kunnen medisch professionals
gebruik maken van de expertise van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum
(NVIC).
Volgens signalen van verslavingszorginstellingen komen sommige jongeren met verslavingsproblematiek
niet of te laat in zorg. Het is belangrijk dat huisartsen, jongerenwerkers en andere
medisch en maatschappelijk professionals signalen van problematisch gebruik in een
vroeg stadium oppikken en de jongere doorverwijzen naar passende hulp en zorg. Daarnaast
is het van belang dat preventie gericht is op de specifieke doelgroepen. Het zijn
met name jongeren- en preventiewerkers die in contact komen met de doelgroep. Voor
deze professionals zijn materialen en handvatten beschikbaar. Het Trimbos-instituut
heeft een handreiking ontwikkeld voor gemeenten, handhavers en preventieprofessionals
gericht op de aanpak van de verkoop en het gebruik van lachgas.4
Vraag 4
Deelt u de zorg dat de huidige wetgeving, die sinds 1 juli 2023 wordt gehandhaafd,
in de praktijk niet overal effectief genoeg werkt? Zo ja, bent u bereid te onderzoeken
hoe de handhaafbaarheid verbeterd kan worden?
Antwoord 4
Op basis van de uitvoeringstoets van de politie is er structureel 14 miljoen euro
per jaar toegekend ten behoeve van de handhaving van het lachgasverbod. In 2023 heeft
de politie 68.000 lachgascilinders in beslag genomen, in 2024 waren dat er 66.000.
Tot september 2025 zijn ongeveer 35.000 lachgascilinders door de politie in beslag
genomen. De daling in het aantal in beslag genomen cilinders is in lijn met de aanhoudende
afname van het gebruik van lachgas. Er zijn geen signalen dat de handhaafbaarheid
van het verbod in het geding is.
Vraag 5
Acht u het mogelijk en wenselijk om te werken met een omgekeerde bewijslast, zodat
bij het aantreffen van lachgas de verdachte moet aantonen dat dit niet voor recreatief
gebruik bestemd is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het is niet wenselijk om met een omgekeerde bewijslast te werken, aangezien dit niet
binnen de uitgangspunten van het strafrecht past. Voor de Opiumwet geldt dat een stof
verboden is, tenzij er sprake is van een ontheffing. Omdat lachgas diverse legale
toepassingen heeft en het kabinet die wil blijven toestaan, is er voor gekozen deze
oorspronkelijke toepassingen uit te zonderen van het verbod. Om handvatten te bieden
voor de grijze gebieden zijn in de memorie van toelichting gebruiksvoorschriften opgenomen.
Zo staat hier onder andere in beschreven dat de uitzondering voor het gebruik van
lachgas als voedingsadditief alleen geldt voor ampullen (max. 10 stuks) en niet voor
cilinders. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat een verdachte kan beweren dat hij de cilinder
(met 2kg inhoud) voor het maken van slagroom gaat gebruiken. Ter illustratie: met
10 ampullen kun je ongeveer 5 liter slagroom maken.
Vraag 6
Kan bij strafrechtelijke beoordeling worden uitgegaan van het verpakkingsgewicht van
een cilinder (zoals op de fles vermeld staat), in plaats van het moeilijk vast te
stellen nettogewicht van de resterende inhoud? Zo nee, bent u bereid om het verpakkingsgewicht
hierin leidend te laten zijn?
Antwoord 6
De Richtlijn Opiumwet softdrugs van het OM gaat inderdaad uit van het nettogewicht
aan lachgas dat wordt aangetroffen. De inhoud, het gewicht, is vast te stellen door
het terragewicht dat op de cilinders is vermeld af te trekken van het bruto gewicht
van de cilinder als die op een weegschaal wordt gewogen. Ik zie geen aanleiding om
het verpakkingsgewicht in plaats van het nettogewicht leidend te laten zijn.
Vraag 7
Hoeveel personen zijn er sinds de invoering van het verbod daadwerkelijk vervolgd
op grond van het lachgasverbod, uitgesplitst naar kleine gebruikershoeveelheden en
grote cilinders/tanks?
Antwoord 7
Sinds 1 oktober 2024 wordt in de OM-systemen geregistreerd op de maatschappelijke
classificatie «lachgas». Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen kleine gebruikershoeveelheden
en grote cilinders/tanks. Bij het OM zijn 1801 lachgaszaken geregistreerd. In 750
zaken is besloten om de zaak aan de rechter voor te leggen en in 479 zaken is een
OM-strafbeschikking opgelegd. Hierbij moet worden opgemerkt dat de registratie van
zaken bij het OM tussen 17 juli 2025 en 25 september 2025 op basis van noodprocessen
is verricht.
Daardoor zijn administratieve achterstanden ontstaan in de verwerking in de ICT-systemen.
De cijfers geven daardoor geen volledig beeld.
Vraag 8
Welke aanvullende maatregelen kunt u nemen om online illegale verkoop van lachgas
tegen te gaan, nu blijkt dat online koop enorm simpel is?
Antwoord 8
Uit gesprekken met betrokken partijen, zoals het OM en de politie, blijkt dat de handhaving
van de online verkoop van drugs niet los te zien is van de online handel in andere
verboden middelen zoals wapens, namaakartikelen, geroofde kunst en antiek. De knelpunten
in de online handhaving liggen over de hele linie onder andere in het gebruik van
het darkweb voor de koop en verkoop van drugs, het gebruik van veelal versleutelde
social media communicatie en schaarste in capaciteit bij de opsporingsdiensten. Tussenhandeldiensten
op het openbare internet dienen, zodra ze er weet van hebben, een melding over illegale
inhoud te beoordelen en daarop te acteren volgens de Digital Services Act (DSA). Doen
ze dat niet, dan kan daartegen opgetreden worden. Voor grote online platformen en
zoekmachines is de Europese Commissie de handhaver; voor kleinere in Nederland gebaseerde
tussenhandeldiensten is dat de Autoriteit Consument en Markt. Indien er een indicatie
is dat een platform niet voldoet aan de vereisten van de DSA, kan daartegen worden
opgetreden.
Ook wordt de internationale samenwerking opgezocht met andere landen om problemen
met jurisdictie te ondervangen en elkaars ervaringen te delen. Verder wordt er gekeken
naar de mogelijkheid tot publiek-private samenwerking, onder andere op Europees niveau
met internetproviders om zo de uitdagingen – van de online verkoop van verboden middelen
– gezamenlijk te adresseren.
Het kabinet investeert in de opsporing van gedigitaliseerde criminaliteit. Deze investering
zal ook de handhaving van de online verkoop van drugs ten goede komen.
Vraag 9
Worden op dit moment websites die lachgas aanbieden, direct offline gehaald? Welke
rol ziet u hierin voor sociale mediaplatforms zoals Telegram en TikTok?
Antwoord 9
Het verkopen van drugs, waaronder lachgas, is strafbaar op grond van de Opiumwet,
ook als dit via het internet gebeurt. Hier kan dus strafrechtelijk tegen worden opgetreden
en dat gebeurt ook. Zo is het inmiddels op veel websites waar lachgas wordt aangeboden
niet meer mogelijk om als inwoner van Nederland lachgas te bestellen. Bij sommige
sites is bovendien alleen verzending mogelijk naar landen waar geen verbod geldt.
Daarnaast is het ook verboden onder artikel 3b van de Opiumwet om de verkoop van middelen
middels openbaarmaking te bevorderen.
Indien aangetoond kan worden dat sociale media medeplichtig zijn aan deze handel kan
daartegen worden opgetreden.
Dan moet er echter wel opzet van de sociale media bij de handel of openbaarmaking
aangetoond kunnen worden.
Vraag 10
Bent u bereid om in gesprek te gaan met andere Europese lidstaten om de problematiek
van lachgas, inclusief de smokkel en verschillen in regelgeving, op de Europese agenda
te zetten, zodat lidstaten gezamenlijk optrekken en illegale handel beter kan worden
tegengegaan?
Antwoord 10
Jazeker. Nederland heeft namelijk veel belang bij het invoeren van een Europees lachgasverbod,
aangezien we last hebben van de import vanuit landen waar nog geen verbod geldt. Cilinders
kunnen aan de grens niet in beslag worden genomen op grond van de Opiumwet wanneer
het lachgas een eindbestemming heeft in een land zonder lachgasverbod. In de praktijk
zien we dat de cilinders via andere landen alsnog weer terug naar Nederland komen.
Met een Europees verbod kunnen we gezamenlijk optreden om de illegale handel in lachgas
een halt toe te roepen. Dat is de reden dat Nederland dit in meerdere Europese gremia
nadrukkelijk onder de aandacht brengt, zoals in de Raadswerkgroep die zich bezighoudt
met Drugs (Horizontal Working Party on Drugs, HDG).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.