Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Saris over het memo uniforme beoordeling duurzaamheid post-COVID
Vragen van het lid Saris (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het memo uniforme beoordeling duurzaamheid long covid (ingezonden 2 oktober 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 3 november
2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het memo uniforme beoordeling duurzaamheid long covid?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoeveel mensen ontvangen er op dit moment een arbeidsongeschiktheidsuitkering waarbij
a) long covid de hoofddiagnose betreft en b) long covid als nevendiagnose is vermeld?
Antwoord 2
Op 31 augustus 2025 was het aantal lopende WIA-uitkeringen met post-COVID2:
a) 10.563 als hoofddiagnose
b) 3.676 als nevendiagnose
Vraag 3
Bent u bereid om jaarlijks aan de Kamer te rapporteren in de vorm van een long covid
monitor over de ontwikkeling van het aantal mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering
met long covid als hoofd- of nevendiagnose, inclusief beoordeling, bezwaar en cliënttevredenheid?
Antwoord 3
UWV monitort kwantitatief alle instroom in de WIA en rapporteert daar periodiek over,
op hoger abstractieniveau. Daarop is vraaggerichte analyse mogelijk, ook op basis
van de diagnose post-COVID. Overigens is de huidige verwachting dat er steeds minder
mensen met post-COVID in de WIA terecht zullen komen door een toegenomen immuniteit,
waardoor het aantal gevallen met een ernstig ziekteverloop daalt. Tot 2024 was een
stijgende trend te zien in het aantal mensen dat een WIA-aanvraag doet met als hoofd-
of nevendiagnose post-COVID. In 2021 ging het om ruim 600 WIA-beoordelingen. In 2022
om ruim 3.000, in 2023 ruim 5.000 en in 2024 bijna 7.000 WIA-beoordelingen. In 2025
is er tot nu toe sprake van een dalende trend. Tot oktober 2025 zijn 2.850 mensen
beoordeeld voor de WIA met als hoofd- of nevendiagnose post-COVID. Alles overziend
is er dus geen aanleiding tot een jaarlijkse post-COVID monitor. Een breder beeld
van de ontwikkeling van de WIA-instroom vind ik wel van belang, omdat de WIA-instroom
door andere oorzaken juist stijgt.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de aanbevelingen voor uniforme beoordeling uit het memo?
Antwoord 4
UWV is als zelfstandig bestuursorgaan verantwoordelijk voor uitvoering van de WIA.
In afwachting van de handreiking post-COVID van de Nederlandse Vereniging van Verzekeringsgeneeskunde
(NVVG) ondersteunt UWV met dit memo haar professionals om meer uniformiteit te creëren
in de beoordeling van duurzaamheid van arbeidsbeperkingen bij post-COVID. De doelstelling
van deze aanbevelingen onderschrijf ik.
De NVVG is de wetenschappelijke beroepsvereniging van verzekeringsartsen en artsen
in opleiding tot verzekeringsarts. Zij zijn in de afrondende fase van de ontwikkeling
van de handreiking post-COVID. In deze handreiking wordt ook ingegaan op de prognose
bij post-COVID. Na het verschijnen is deze handreiking van de NVVG leidend.
Vraag 5
Op welke wijze gaat er binnen het UWV opvolging worden gegeven aan de aanbevelingen
uit het memo?
Antwoord 5
Het memo van UWV is een ondersteuning voor de medisch professionals binnen UWV in
afwachting van de handreiking post-COVID van de Nederlandse Vereniging van Verzekeringsgeneeskunde
(NVVG). UWV heeft het memo gedeeld met alle verzekeringsartsen en artsen binnen UWV.
Vraag 6
In welk stadium verkeert de aangekondigde actualisering van de Standaard Duurbelastbaarheid
in Arbeid uit 2015?
Antwoord 6
De standaard duurbelastbaarheid in arbeid is dit jaar verrijkt met de wetenschappelijke
inzichten vanuit een promotieonderzoek van een verzekeringsarts. Er loopt momenteel
een onderzoek of de standaard daarnaast verder geactualiseerd moet worden.
Vraag 7
Hoe worden ervaringsdeskundigen met long covid betrokken bij de ontwikkeling van kennis
en expertise over long covid in de beoordeling door het UWV?
Antwoord 7
De afgelopen twee jaar zijn er bijeenkomsten georganiseerd waarbij er gesproken is
over wat mogelijke manieren zijn om de situatie van mensen met «moeilijk objectiveerbare»
aandoeningen die arbeidsongeschikt raken te verbeteren. Een actie die daaruit volgt,
is dat UWV jaarlijks een bijeenkomst organiseert om in gesprek te gaan met alle vertegenwoordigers
van verschillende patiëntenorganisaties. In die bijeenkomst informeert UWV-patiëntenverenigingen
over ontwikkelingen over kennis en expertise, zo ook over post-COVID. Een eerste bijeenkomst
organiseert UWV eind dit jaar.
Vraag 8
Welke stappen bent u voornemens te zetten om op zowel beleidsinhoudelijk als financieel
vlak meer interdepartementaal samen te werken met de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport om mensen met long covid zo goed en passend mogelijk te ondersteunen?
Antwoord 8
Mijn ministerie spreekt periodiek met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de ontwikkelingen
rondom post-COVID op de verschillende terreinen. Afgelopen jaar hebben er verschillende
universitair medische centra een post-COVID expertisecentrum geopend zodat er meer
kennis en betere zorg komt voor patiënten met post-COVID. Het beeld is niet dat er
meer voor mensen met post-COVID gedaan moet worden op financieel vlak, omdat uit cijfers
van UWV blijkt dat ruim 85% van de WIA-aanvragen waarbij post-COVID een rol speelt
leidt tot een WIA-uitkering vanwege (volledige of gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid.
Als een WIA-aanvraag wordt afgewezen, zijn er verschillende vangnetten (WW en bijstand)
en ondersteuningsmogelijkheden beschikbaar in om financiële problemen te voorkomen.
Omdat er signalen waren dat de kennis van sommige verzekeringsartsen over post-COVID
verbeterd kon worden, zijn er verschillende maatregelen in gang gezet zodat verzekeringsartsen
praktische handvatten krijgen voor de beoordeling van mensen met post-COVID. Zo ontwikkelt
de NVVG een handreiking post-COVID met ondersteuning vanuit mijn ministerie.
Vraag 9
Wat is de stand van zaken van de aangenomen motie Saris/Ceder over onderzoek naar
regionale verschillen in kennis en expertise over long covid in de beoordeling door
het UWV? Hoe wordt dit memo hierbij betrokken?3
Antwoord 9
Het onderzoek van UWV naar regionale verschillen is in volle gang en de uitkomsten
hiervan worden in december van dit jaar verwacht. Het onlangs verschenen memo heeft
geen rol in dit onderzoek. Wel is het doel van het memo eventuele regionale verschillen
verder te verkleinen.
Vraag 10
Wanneer gaat u duidelijkheid verschaffen over de gevolgen voor lopende en toekomstige
beoordelingen van de tussenuitspraken van de Centrale Raad van Beroep over arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
van mensen met ME/CVS?4
Antwoord 10
Deze uitspraken hebben gevolgen voor de besluiten die UWV na de uitspraken gaat nemen
in vergelijkbare gevallen. Die moeten in overeenstemming zijn met het oordeel in de
drie uitspraken. Het betreft aanvragen voor een WIA-uitkering die worden gedaan na
deze uitspraken op 17 juli 2025, maar ook besluiten waar nog bezwaar of beroep tegen
open staat, die met andere woorden nog niet onherroepelijk zijn geworden (nog geen
formele rechtskracht hebben verkregen). Besluiten die al wel formele rechtskracht
hebben gekregen, worden in beginsel niet geraakt door deze uitspraken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.