Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Tseggai over het bericht ‘Van Mediamarkt-bonnen tot ‘spookcursisten’: zo werkte ingenieuze miljoenenoplichting’
Vragen van het lid Tseggai (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Van Mediamarkt-bonnen tot «spookcursisten»: zo werkte ingenieuze miljoenenoplichting» (ingezonden 6 oktober 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
3 november 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Van Mediamarkt-bonnen tot «spookcursisten»: zo werkte ingenieuze miljoenenoplichting»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het bericht.
Vraag 2
Hoe is het mogelijk dat malafide taalscholen jarenlang miljoenen euro’s aan overheidsgeld
konden ontvangen zonder dat hier toezicht op was of werd ingegrepen?
Antwoord 2
In het oude inburgeringsstelsel onder de Wet Inburgering 2013 (Wi2013) konden inburgeraars
een sociale lening tot € 10.000 aanvragen bij DUO voor het volgen van taallessen en
inburgeringscursussen ter voorbereiding op hun inburgeringsexamen. Dit leenstelsel
bleek echter kwetsbaar voor fraude. Inburgeraars hebben beperkte kennis van hun rechten
en plichten, en zijn de Nederlandse taal nog niet machtig. Zij blijken vaak niet in
staat om de kwaliteit en integriteit van taalscholen goed te beoordelen. Malafide
taalscholen maakten hier misbruik van. In sommige gevallen was er sprake van samenspanning
tussen inburgeraar en taalschool. De kwetsbaarheid van het leenstelsel voor fraude
is belangrijke reden geweest om het stelsel te wijzigen. Ik heb wijzigingen in het
nieuwe stelsel beschreven bij vraag 7.
Vraag 3
Kunt u aangeven welke toezichthouder verantwoordelijk was en is voor het controleren
van dergelijke instellingen en taalscholen?
Antwoord 3
Onder de Wi2013 werd de kwaliteit van de cursussen inzichtelijk gemaakt via Blik op
Werk (BoW). Het toezicht op het inburgeringsstelsel had in eerste instantie twee pijlers:
examenafname (hetgeen verantwoordelijkheid was van DUO) en tegengaan van fraude bij
declaraties door taalscholen (verantwoordelijkheid van respectievelijk BoW en DUO).
Sinds 2017 is het toezicht op verzoek van de Tweede Kamer aangevuld met een derde
pijler, namelijk toezicht in de klas op de kwaliteit van de taallessen (hetgeen verantwoordelijkheid
werd van een onafhankelijke audit partij en BoW). Nadat de fraude aan het licht kwam
zijn diverse maatregelen getroffen. Door een combinatie van toezicht in de klas, financiële
audits en forensische controles is het beter mogelijk geworden om betrouwbare taalscholen
te onderscheiden van malafide aanbieders. Blik op Werk is binnen het huidige stelsel
(Wi2021) ook de organisatie die het keurmerk toekent.
Vraag 4
Zijn er sinds het aan het licht komen van deze fraude maatregelen genomen om het aantal
inspecties bij taalscholen en andere inburgeringsinstellingen te intensiveren?
Antwoord 4
Ja, er zijn aanvullende maatregelen genomen.
– In 2018 zijn versneld alle taalscholen geïnspecteerd op de kwaliteit van het lesprogramma
en de docenten (toezicht in de klas).
– Vanaf 1 juni 2018 is Blik op Werk gestart met het ontwikkelen en toepassen van een
nader financieel toezichtinstrument bij de taalscholen. Dit instrument is gericht
op het voorkomen van financiële fraude bij het inburgeringsonderwijs. Ook hierop zijn
alle taalscholen versneld geïnspecteerd.
– Er zijn onaangekondigde/onverwachte schoolbezoeken uitgevoerd.
– BoW heeft sterker ingezet op de controle en toelating van aspirant-taalscholen. In
overleg met de Inspectie SZW is er voor het toegangsgesprek met de aspirant-taalschoolhouder
een checklist ontwikkeld om eerdere signalen van fraude op te kunnen pikken.
– Taalscholen zijn sinds 2019 verplicht contracten aan te leveren en krijgen facturen
achteraf uitbetaald door DUO. Dit draagt bij aan fraudesignalering en ondersteunt
het toezicht.
Vraag 5
Heeft u zicht op hoeveel inburgeraars door deze fraude slechter of onvoldoende onderwijs
hebben gekregen?
Antwoord 5
Ik heb geen inzicht in de aantallen. Gedupeerden hebben zich veelal niet gemeld.
Vraag 6
Worden deze gedupeerden in staat gesteld om hun onderwijs alsnog af te ronden? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier?
Antwoord 6
Inburgeringsplichtigen die gedupeerd zijn door het faillissement van een taalschool
of het intrekken van het Blik op Werk-keurmerk kunnen een verlenging van de inburgeringstermijn
aanvragen. Voor inburgeraars die in de problemen zijn gekomen door een verkeerde keuze
voor een taalschool wordt maatwerk toegepast om boetes te voorkomen.
Vraag 7
Welke concrete maatregelen neemt u om te voorkomen dat een situatie als deze zich
nog een keer voordoet?
Antwoord 7
BoW, DUO en de opsporingsdienst van de Nederlandse Arbeidsinspectie houden, ieder
vanuit hun eigen taak en verantwoordelijkheid, actief toezicht op signalen van mogelijke
onregelmatigheden binnen het inburgeringsonderwijs. Er is in het bijzonder aandacht
voor fraude met inburgeringsgelden door taalscholen en op examenfraude door inburgeraars.
Waar nodig bespreken zij de signalen met elkaar en met mijn ambtenaren. Bij geconstateerde
fraude nemen zij passende maatregelen. De inspanningen van deze drie partners in de
afgelopen jaren om fraude terug te dringen hebben effect. Het aantal fraudemeldingen
bij DUO, Blik op Werk en de opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie is aanzienlijk
lager dan in het verleden. Bovendien zijn signalen in de meeste gevallen niet zodanig
dat ze leiden tot een schorsing of intrekking van het keurmerk. Met name BoW heeft
haar instrumentarium in deze periode aanzienlijk versterkt, onder meer door de invoering
van toezicht in de klas, het uitvoeren van financiële audits en intensievere monitoring
van aspirant-keurmerkhouders.
In het huidige inburgeringsstelsel is bovendien sprake van een dubbel slot, van monitoring
door gemeenten en toezicht door Blik op Werk. Gemeenten besteden het inburgeringsonderwijs
in de Wi2021 aan en sluiten hiervoor contracten af met taalscholen. In deze contracten
kunnen gemeenten aanvullende afspraken opnemen over kwaliteit en waarborgen tegen
fraude. Daarnaast hebben gemeenten via de reguliere voortgangsgesprekken met inburgeraars
zicht op de geleverde kwaliteit door taalscholen. Dit is een verbetering ten opzichte
van de Wi2013.
Vraag 8
Hoe kijkt u naar de keuze voor het vrijemarktmodel in het inburgeringsonderwijs? Welke
lessen zijn uit dit voorval geleerd?
Antwoord 8
Ik sta achter de keuze voor het vrije marktmodel. Dit maakt dat gemeenten op een brede
markt taallessen (en participatie activiteiten) kunnen inkopen en geeft gemeenten
meer mogelijkheden om maatwerk te bieden aan inburgeraars in het inburgeringsonderwijs.
Vraag 9
Hoe kunt u waarborgen dat commerciële belangen en financieel gewin niet opnieuw zwaarder
gaan wegen dan de kwaliteit van integratie en inburgering?
Antwoord 9
Zowel gemeenten die de regie hebben over de inburgering als Blik op Werk en DUO spelen
een belangrijke rol in het borgen van de kwaliteit van het inburgeringsonderwijs.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.