Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over het VN-rapport dat oproept tot wereldwijde afschaffing van draagmoederschap
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het VN-rapport dat oproept tot wereldwijde afschaffing van draagmoederschap (ingezonden 19 september 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 3 november
2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 227.
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van het rapport van Reem Alsalemde, de speciale VN-rapporteur
op het gebied van vrouwenrechten, waarin zij pleit voor een wereldwijde afschaffing
van draagmoederschap?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bekend met de constatering uit het rapport dat vrouwen wereldwijd ernstige
depressieve klachten ervaren ten gevolge van draagmoederschap en allerlei praktijken
die daaraan gerelateerd zijn, zoals dwang door familie?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Erkent u de zorgwekkende analyse uit het rapport dat draagmoederschap de kans op mensenhandel
vergroot, doordat anderen «eigenaar» zijn van de draagmoeder en daarmee bepalen wat
er in het hele traject gebeurt?
Antwoord 3
Draagmoederschapstrajecten kunnen de nodige risico’s met zich mee brengen, waaronder
het risico op uitbuiting van de draagmoeder. Daarbij valt te denken aan het geval
dat iemand uit winstbejag, bijvoorbeeld iemand die het doel heeft om het kind na de
geboorte aan wensouders te verkopen, misbruik maakt van de situatie dat een vrouw
in armoede leeft door haar over te halen om tegen betaling draagmoeder te worden.
In het rapport van de Commissie Joustra2 en het WODC-onderzoek «Het gedragen kind»3 wordt hier ook op gewezen.
Situaties van uitbuiting van draagmoederschap kunnen nu al onder het bereik van de
strafbaarstelling van mensenhandel vallen. Ter implementatie van de herziene EU-richtlijn
inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers
daarvan (2024/1712)4 zal uitbuiting van draagmoederschap bovendien expliciet als uitbuitingsvorm worden
opgenomen in de strafbaarstelling van mensenhandel (273f van het Wetboek van Strafrecht
(hierna: Sr).5 De implementatiewet voor de herziene EU-richtlijn is op 1 oktober jl. met uw Kamer
ingediend.6
Het is belangrijk dat draagmoeders in het kader van draagmoederschapstrajecten zelf
kunnen blijven beslissen. Ik wijs hiervoor ook op het antwoord bij vraag 5 waarin
het belang van het zelfbeschikkingsrecht van de draagmoeder wordt onderstreept.
Vraag 4
Bent u bekend met de constatering uit het rapport dat veel draagmoeders wereldwijd
te maken hebben met geldzorgen en daarmee financieel gedwongen zijn hun lichaam ter
beschikking te stellen aan wensouders, of daartoe gedwongen worden door bijvoorbeeld
familieleden?
Antwoord 4
Deze constatering heb ik gelezen in het VN-rapport. Oneigenlijke financiële prikkels
mogen geen drijfveer zijn voor betrokkenen en er mag zeker geen misbruik worden gemaakt
van vrouwen in financiële benarde posities. Dit is niet in het belang van de draagmoeder
en zeker niet in het belang van het kind.
Vraag 5
Bent u bekend met de constatering uit het rapport dat het voorkomt dat draagmoeders
door draagmoederbureaus gedwongen worden hun kind te aborteren, als het niet naar
wens is van de wensouders? Deelt u het standpunt dat dit verschrikkelijk is en dat
hier streng op gehandhaafd dient te worden?
Antwoord 5
Ik heb deze constatering gelezen in het VN-rapport. Ik deel het standpunt dat het
verschrikkelijk is als draagmoeders worden gedwongen een behandeling te ondergaan
die erop is gericht de zwangerschap af te breken.
Ik acht het van groot belang dat het zelfbeschikkingsrecht van draagmoeders wordt
gerespecteerd. Het zelfbeschikkingsrecht houdt onder meer in dat iedereen het recht
heeft om zelfstandig keuzes te maken over zijn eigen lichaam en leven. Dit recht is
neergelegd in artikel 10 en 11 van de Grondwet, artikel 8 EVRM, alsmede in artikelen 6
en 16 van het VN-Vrouwenverdrag. Bij draagmoederschapstrajecten speelt het zelfbeschikkingsrecht
van draagmoeders op meerdere momenten een belangrijke rol.
In Nederland is het afbreken van een zwangerschap zonder toestemming van de vrouw
strafbaar op grond van artikel 296 Sr. Als een vrouw zou worden gedwongen tot het
ondergaan van een abortus of tot het uitdragen van een zwangerschap kan daarnaast
sprake zijn van strafbare dwang (artikel 284 Sr).
Vraag 6
Bent u bekend met de constatering uit het rapport dat onder andere in Cambodja draagmoeders
worden gedwongen in handboeien hun kind ter wereld te brengen?
Antwoord 6
Ja.
Vraag 7
In hoeveel gevallen is er sprake van dat ook Nederlanders gebruik maken van een draagmoeder
waarbij sprake is van dergelijke misstanden? In hoeverre worden de rechten van de
buitenlandse draagmoeder en het kind en hun waardigheid hierbij beschermd?
Antwoord 7
In het eerdergenoemde WODC-rapport uit 2024 is gekeken naar het aantal kinderen dat
(in Nederland of in het buitenland voor Nederlandse wensouders) is geboren na draagmoederschap
in de periode van 2017 tot en met 2022. Dit heeft geleid tot 165 unieke zaken waarbij
in de periode van 2017–2022 een kind is geboren na draagmoederschap. Het ging in 57%
van de gevallen om een buitenlands traject (merendeel uit de Verenigde Staten) en
in 43% om een binnenlands traject. De onderzoekers beschrijven in het WODC-rapport
2024 dat zij met name integere en verantwoorde trajecten hebben gezien.7
Onderkend wordt dat de risico’s bij draagmoederschap groter kunnen zijn als wensouders
kiezen voor een traject in het buitenland. De dilemma’s die zijn verbonden aan draagmoederschap
spelen niet alleen in Nederland, maar juist en vooral in internationaal verband. Draagmoederschap
komt voor en wensouders blijven ook naar het buitenland gaan voor draagmoederschapstrajecten. Het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming beoogt te bereiken
dat draagmoederschapstrajecten zorgvuldig verlopen en voorziet daartoe in bepaalde
waarborgen, waaronder de verplichte voorlichting en counseling die wensouders moeten
doorlopen. Hiermee wordt getracht de keuzes die de in Nederland woonachtige wensouders
in een buitenlands traject maken zo te beïnvloeden dat wordt bereikt dat zij ook bij
een traject in het buitenland zich rekenschap geven van de zorgvuldigheidseisen. Het
wetsvoorstel biedt een kader aan de hand waarvan (internationale) draagmoederschapstrajecten
door de rechtspraktijk kunnen worden beoordeeld. Een dergelijk kader ontbreekt op
dit moment. Daarbij onderkent het kabinet tegelijkertijd dat de invloed van de Nederlandse
overheid niet zo ver reikt dat het risico op misstanden in het buitenland volledig
kan worden uitgesloten.
Vraag 8
In het rapport wordt de aanbeveling gedaan internationale samenwerking te versterken
om mensenrechtenschendingen en misbruik, waaronder vrouwen- en kinderhandel, op te
sporen, te voorkomen en aan te pakken. Bent u bereid deze aanbeveling op te volgen?
Antwoord 8
Het kabinet zet zich in op internationale samenwerking om mensenrechtenschendingen
en misbruik te bestrijden. De Nederlandse aanpak van mensenhandel wordt versterkt
door het verbinden van nationale trends en ontwikkelingen met internationale inzet.
Nederland levert een actieve bijdrage aan verschillende internationale gremia waarin
nauw samengewerkt wordt met verschillende landen en organisaties. Daarnaast voldoet
Nederland ook aan internationale wet- en regelgeving op het gebied van mensenhandel
en worden wijzigingen hierin ook doorgevoerd in de nationale wetgeving. Nederland
zal zich door middel van internationale samenwerking blijven inzetten om misbruik,
waaronder vrouwen- en kinderhandel, op te sporen, te voorkomen en aan te pakken. Voor
een uitgebreidere toelichting en voorbeelden van de Nederlandse inzet op internationale
samenwerking in de aanpak mensenhandel verwijs ik u naar de voortgangsbrieven8 van het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel.9
Vraag 9
Welke andere conclusies trekt u uit de eerdergenoemde feiten? Wat is uw verdere inzet
om dergelijke misstanden tegen te gaan?
Antwoord 9
Het kabinet hecht grote waarde aan de bescherming van de belangen van kinderen, draagmoeders
en wensouders. In aanvulling op het antwoord 8 voeg ik daar graag nog het volgende
aan toe. De belangen van (toekomstige) kinderen zijn, conform artikel 3 van het Internationaal
Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), de eerste overweging geweest om te
komen tot een juridisch kader voor draagmoederschap. Draagmoederschap komt voor in
Nederland, en zal blijven voorkomen. Het ontbreken van een specifiek juridisch kader
brengt risico’s met zich mee. Met een wettelijke regeling voor zorgvuldig en transparant
draagmoederschap worden de belangen van alle betrokkenen (kind, draagmoeder en wensouders)
beter beschermd. Het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming beoogt wensouders
te stimuleren om, als zij kiezen voor draagmoederschap, een zorgvuldig traject te
doorlopen en ethisch te handelen in het belang van het (toekomstige) kind en de draagmoeder,
ook als het gaat om trajecten in het buitenland. Hiermee wordt getracht het risico
op misstanden zoveel mogelijk te beperken.
Vraag 10
Deelt u de mening dat dit VN-rapport eens te meer onderstreept dat een verbod op internationaal
draagmoederschap nodig is en zo snel als mogelijk zou moeten worden geïmplementeerd?
Antwoord 10
Nee, die mening deel ik niet. Ik acht een verbod op draagmoederschap niet zinvol.
Een dergelijk verbod zal er namelijk niet toe leiden dat draagmoederschap niet meer
voorkomt. De praktijk in andere landen bevestigt dat.
Het EHRM heeft zich diverse keren uitgesproken over de juridische positie van kinderen
die uit een draagmoeder zijn geboren. Daarbij heeft het geoordeeld dat het in strijd
is met het door artikel 8 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens
en de fundamentele vrijheden (EVRM) beschermde recht op eerbiediging van het privéleven
van het uit de draagmoeder geboren kind om hem een familierechtelijke betrekking met
zijn wensouders te ontzeggen.10 Het EHRM verplicht de aangesloten staten weliswaar niet om in het buitenland ontstaan
ouderschap van een uit een draagmoeder geboren kind te erkennen,11 maar een aangesloten staat is wel verplicht om op de een of andere manier, bijvoorbeeld
door adoptie, erin te voorzien dat ook in die staat een familierechtelijke betrekking
tussen het kind en de wensouder(s) kan ontstaan.12
Daarbij komt dat er landen zijn waarin draagmoederschap nadrukkelijk is toegestaan
en is gereguleerd. Wetgeving kan er juist voor zorgen dat draagmoederschapstrajecten
met de nodige waarborgen worden omkleed. Het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en
afstamming regelt bijvoorbeeld de rechterlijke toets voorafgaand aan de conceptie,
de verplichte voorlichting en counseling ook in gevallen van laag technologisch draagmoederschap,
en het opnemen van gegevens over de ontstaansgeschiedenis van het kind in een draagmoederschapsregister.
In de verplichte voorlichting en counseling zullen de wensouders onder meer worden
gewezen op de risico’s van buitenlands draagmoederschap, alsmede van het belang van
het voldoen aan de basisvoorwaarden. Informatieverschaffing over hoe trajecten in
het buitenland verantwoord kunnen verlopen, draagt bij aan het voorkomen van misstanden.
Het kabinet onderkent daarbij dat niet alle risico’s kunnen worden uitgesloten. Niet
met de voorgestelde regeling, niet met een andere regeling, en ook niet met een verbod
van draagmoederschap of het in stand laten van de huidige (juridische) situatie. Dat
maakt draagmoederschap een ethisch en juridisch gecompliceerd onderwerp, ten aanzien
waarvan heldere keuzes van de wetgever nodig zijn. Op 1 oktober jl. is de nota naar
aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming
aangeboden aan uw Kamer.13 Het vervolg van het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming is aan uw Kamer.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.