Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Mohandis en Haage over het besluit van de Inspectie van het Onderwijs judolessen niet langer te erkennen als volwaardige invulling van het bewegingsonderwijs
Vragen van de leden Mohandis en Haage (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over judolessen niet langer te erkennen als volwaardige invulling van het bewegingsonderwijs (ingezonden 3 juli 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Paul (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens
de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 1 september 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2711.
Vraag 1
Bent u bekend met het besluit van de Inspectie van het Onderwijs om de door Judoschool
Van der Hoek aangeboden judolessen op de Gooise Daltonschool niet langer te erkennen
als volwaardige invulling van het bewegingsonderwijs en wat is daarop uw reactie?
Antwoord 1
Ja, het oordeel van de Inspectie is mij bekend. De Inspectie heeft, in lijn met de
wettelijke bepalingen hierover, aangegeven dat het bestuur ervoor moet zorgen dat
de school voor alle leerlingen ten minste twee lesuren per schoolweek bewegingsonderwijs
verzorgt met als inhoud de wettelijk verplichte kerndoelen. Met het structureel aanbieden
van judolessen als onderdeel van het bewegingsonderwijs kan een school niet voldoen
aan de uitvoering van de kerndoelen.
Vraag 2
Erkent u dat pedagogiek, motorische ontwikkeling, veiligheid en sociale vorming centraal
staan bij judo en het daardoor juist geschikt is als gymles?
Antwoord 2
Het is goed voorstelbaar dat deze zaken een belangrijke plaats innemen bij judo. Aspecten
van een sport als judo, en van andere sporten, kunnen geschikte onderdelen zijn van
de gymles. Zoals ook in het antwoord op vraag 1 genoemd moet het bewegingsonderwijs
gegeven worden volgens de wettelijk verplichte kerndoelen. Het staat scholen daarentegen
altijd vrij om op niet-structurele wijze judoles aan te bieden of andere sporten (of
elementen ervan) te integreren in de gymles. Met het structureel aanbieden van judolessen
als onderdeel van het bewegingsonderwijs kan echter onvoldoende worden gewerkt aan
de brede ontwikkeling van leerlingen waar de kerndoelen op zien.
Vraag 3
Kunt u nader toelichten waarom u judo, mits gegeven door een gediplomeerde leraar,
niet als een volwaardige vorm van bewegingsonderwijs beschouwt?
Antwoord 3
Zoals in antwoord op vraag 2 aangegeven kan met het structureel aanbieden van judolessen
onvoldoende worden gewerkt aan de brede ontwikkeling van leerlingen waar de kerndoelen
voor bewegingsonderwijs op zien. Judo kan wel ingezet worden als niet-structurele
invulling van het bewegingsonderwijs, bijvoorbeeld als kennismaking met de sport tijdens
de gymles.
Het gaat erom dat leerlingen een brede basis binnen bewegingsonderwijs krijgen en
dat een bevoegd groeps- of vakleerkracht de gymles geeft. De kerndoelen voor bewegingsonderwijs
zien toe op die brede basis. Het uitgangspunt van de kerndoelen voor bewegingsonderwijs
is dat de leerlingen op een verantwoorde manier leren deelnemen aan de omringende
bewegingscultuur en dat ze de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen
leren ervaren en uitvoeren.
Vraag 4
Waarom is het ontbreken van een onderwijsbevoegdheid bij een gediplomeerde judoleraar
een gegronde reden om judo niet te erkennen als volwaardig bewegingsonderwijs, zelfs
als er een bevoegde leraar bij aanwezig is?
Antwoord 4
De Wet op het primair onderwijs bepaalt dat de lessen bewegingsonderwijs moeten worden
gegeven door leraren die daartoe bevoegd zijn. Leerkrachten zijn bijvoorbeeld bevoegd
om gymles te geven als ze in het bezit zijn van een getuigschrift Lichamelijke Opvoeding
(HBO-ALO), een PABO Getuigschrift van voor 1 september 2005 of een PABO Getuigschrift
met post-initiële leergang bewegingsonderwijs.1 Een judodocent kan onder verantwoordelijkheid van een leraar die bevoegd is voor
bewegingsonderwijs een judoles verzorgen als onderdeel van het bewegingsonderwijs.
Vraag 5
Bent u bekend met de inhoud en kwaliteit van de opleidingen van Judo Bond Nederland
en de pedagogische kaders waarbinnen de leraren opereren?
Antwoord 5
Het Ministerie van VWS is in grote lijnen bekend met de inhoud van de opleidingen
in de sport. Met de Kwalificatie Structuur Sport (KSS) ziet sportkoepel NOC*NSF toe
op de kwaliteit van deze opleidingen.
Vraag 6
Bent u bereid in gesprek te aan met de judobond en te zoeken naar een oplossing? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 6
De inzet van de Judobond om het onderwijs te inspireren en te ondersteunen bij bewegingsonderwijs
is op zichzelf te waarderen.
Tegelijkertijd is het van belang te noemen dat de Judobond, als het gaat om onderwijsinhoudelijke
activiteiten, een individuele aanbieder is. Vanuit de Ministeries van OCW en VWS is
er geen beleidsmatige of structurele samenwerking met afzonderlijke aanbieders van
lesprogramma’s op het gebied van sport of andere leergebieden. Dit past binnen het
principe van gelijkwaardige behandeling van partijen en het voorkomen van voorkeursposities.
Gegeven bovenstaande redenen is het niet gepast voor de ministeries om, voor deze
specifieke casus, in gesprek te treden met één specifieke aanbieder zoals de Judobond.
Daarnaast zijn scholen vrij in de wijze waarop zij invulling geven aan de kerndoelen.
Zij hebben te allen tijde de vrijheid samenwerking op te zoeken met (lokale) sportorganisaties.
Zoals eerder aangegeven kunnen scholen de samenwerking opzoeken met partijen zoals
de judobond voor een tijdelijke samenwerking. Daarbij wordt nogmaals opgemerkt dat
het structureel aanbieden van judolessen als onderdeel van het bewegingsonderwijs
niet volstaat om aan de kerndoelen te voldoen.
Vraag 7 en 8
Heeft u inmiddels de gevolgen van de door u geschrapte subsidieregeling bewegingsonderwijs
inzichtelijk? Hoeveel scholen en leerlingen worden hiervan de dupe?
Hoeveel minder uur bewegingsonderwijs kan er worden gegeven door het schrappen van
deze regeling?
Antwoord 7 en 8
Met de subsidieregeling Impuls en Innovatie Bewegingsonderwijs konden scholen een
procesbegeleider aanstellen die hen hielp met het behalen van de urennorm voor bewegingsonderwijs
of de integratie van meer bewegen tijdens de schooldag.
De opdracht van de procesbegeleiders binnen de subsidieregeling was tijdelijk van
aard. Het aflopen van de subsidieregeling leidt niet tot vermindering van het aantal
uur bewegingsonderwijs dat op scholen gegeven wordt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.