Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Nispen over misstanden in Jeugdinrichtingen en de gevolgen voor jonge gedetineerden
Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over misstanden in Jeugdinrichtingen en de gevolgen voor jonge gedetineerden (ingezonden 16 juni 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 29 augustus 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2674.
Vraag 1
Bent u bekend met de documentaire «Dubbel gestraft», en specifiek aflevering 6, waarin
op schrikbarende wijze naar boven komt hoe er wordt omgegaan met sommige jonge gedetineerden
en waarin zelfs melding wordt gemaakt van seksueel misbruik?1
Antwoord 1
Ja. Aflevering 6 van de documentaire «Dubbel gestraft» gaat over zowel de Penitentiaire
Inrichting (PI) Zaanstad, waar een meerderjarige zich het leven heeft benomen, als
over benoemde misstanden in de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s).
Vraag 2
Hoe kan het dat in sommige gevallen bezorgde ouders dagenlang niets te horen krijgen
over de situatie van hun kind, waaronder ook in voorarrest?
Antwoord 2
Bij het gevangeniswezen mag de gedetineerde contact hebben met de buitenwereld via
brieven en telefoon en mag de gedetineerde bezoek ontvangen. Het kan zijn dat een
gedetineerde in beperkingen is geplaatst door de officier van justitie tijdens het
voorarrest. Dit kan inhouden dat de gedetineerde geen contact mag hebben met andere
gedetineerden of de buitenwereld, behalve zijn advocaat.
In een JJI wordt altijd contact opgenomen met de ouders van minderjarige jeugdigen.
Bij binnenkomst krijgt de jeugdige de gelegenheid om de ouders te bellen. Het benaderen
van de ouders door de JJI gebeurt bij meerderjarigheid met toestemming van de betrokken
jeugdige. Wanneer er sprake is van (alle) beperkingen, zal er mogelijk geen rechtstreeks
contact tussen ouders en de jeugdige mogelijk zijn, maar wordt door de inrichting
wel contact met de ouders opgenomen. Deze werkwijze is opgenomen in de huisregels
van de Rijks JJI.
Vraag 3
Hoe kan het volgens u dat de behandeling van sommige jeugdige gedetineerden zo ernstig
tekort heeft geschoten, zoals geen hulp bij suïcidale gedachten en de jongere zelfs
de middelen in handen te geven om suïcide te plegen?
Antwoord 3
Wanneer bij binnenkomst in een PI bekend is dat een gedetineerde psychische problematiek
heeft, wordt daarover contact opgenomen met de medische dienst. Daarnaast vindt bij
alle gedetineerden die de PI binnenkomen in de eerste 24 uur na binnenkomst een medische
intake plaats waarin aandacht is voor suïcidaliteit. Deze werkwijze is opgenomen in
een werkinstructie voor het inschakelen van medische ondersteuning. Indien er sprake
is van verhoogd risico op suïcidaliteit wordt de huisarts als eerste geraadpleegd.
Ook kan de psycholoog (onder kantoortijden) gevraagd worden om de gedetineerde zo
snel mogelijk te bezoeken. Buiten kantoortijden kan overleg plaatsvinden met de dienstdoende
huisarts, indien nodig komt deze in huis. In de avond-, nacht- en weekenduren is er
ook een psychiater beschikbaar die telefonisch mee kan denken en advies kan geven
aan de huisarts. De zorgprofessionals beoordelen het mogelijke gevaar dat de gedetineerde
vormt voor zichzelf en/of medegedetineerden. Bij de stappen die vervolgens worden
ondernomen staan het maken van contact en het behoud van autonomie voorop. Als het
gevaar daarmee onvoldoende kan worden beperkt kunnen dwangmaatregelen worden ingezet.
Vraag 4
Wat vindt u van de handelwijze van de penitentiaire inrichting in het geval van overlijden
van de jongere en het contact met de nabestaanden hierover zoals naar voren komt in
de documentaire?
Antwoord 4
Wanneer een gedetineerde komt te overlijden is dit zeer ingrijpend voor de nabestaanden.
DJI doet altijd zijn best om hen zo goed mogelijk te informeren. Ik betreur het als
nabestaanden zich niet altijd goed geïnformeerd achten. Er is een uniforme richtlijn
«overlijden in een justitiële inrichting.» Hierin staat beschreven dat het dienstdoend
directielid verantwoordelijk is voor het informeren van de nabestaanden. Verder worden
nabestaanden in de gelegenheid gesteld om in de inrichting mondeling geïnformeerd
te worden, nadat een calamiteitenonderzoek heeft plaatsgevonden. Indien gewenst kan
hen de cel van de gedetineerde getoond worden en kunnen zij persoonlijke bezittingen
van de overleden gedetineerde meenemen. Ik onderschrijf het belang van deze handelwijze.
Vraag 5
Wat vindt u ervan dat er voorbeelden worden aangehaald van klachten van jongeren die
niet in behandeling worden genomen en ook uit de klachtenbus worden verwijderd?
Antwoord 5
Klachten van justitiabelen moeten altijd ongezien bij de juiste functionaris komen
en in behandeling worden genomen. Er zijn diverse mogelijkheden waarop justitiabelen
hun klachten kunnen indienen. Bijvoorbeeld bij de mentor, bij een afdelingshoofd,
bij de maandcommissaris of rechtstreeks bij de commissie van toezicht.
Vraag 6
Kunt u reflecteren op de conclusie in de documentaire, dat net als bij de afleveringen
over het machtsmisbruik van personeel bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI),
dit ook gebeurt bij de inrichtingen waar jeugdigen zitten?
Antwoord 6
In verschillende afleveringen van de documentaire «Dubbel gestraft» wordt gesproken
met gedetineerden die machtsmisbruik hebben ervaren. In aflevering 6 van de documentaire
spreekt ook een jeugdige justitiabele over zijn ervaringen. Het onrechtmatig gebruik
van een positie keur ik te allen tijde af. Op de afdelingen wordt met meerdere personen
per dienst gewerkt op een groep jongeren. DJI-medewerkers dienen te allen tijde in
elkaars zicht te werken. Dit bevordert de veiligheid van collega’s en de jongeren.
De medewerkers evalueren dagelijks elke dienst.
Vraag 7
Wat vindt u ervan dat er zelfs voorbeelden worden genoemd van seksuele relaties tussen
personeelsleden en minderjarigen? Zijn deze meldingen bij u en/of bij DJI bekend?
Antwoord 7
Alle vormen van niet-integer gedrag, zoals relaties tussen medewerker en justitiabele
(minder- of meerderjarig), zijn volstrekt onacceptabel. Deze vormen van gedrag zijn
reden voor ontslag.
Voor het antwoord op het tweede deel van de vraag verwijs ik naar het antwoord op
vraag 8.
Vraag 8
Op welke plekken is bekend geworden dat deze misstanden plaatsvinden en is hier toen
wel of niet direct een einde aan gemaakt?
Antwoord 8
Het is bekend dat er misstanden hebben plaatsgevonden. Wanneer de directie van een
justitiële inrichting signalen ontvangt van ongepaste gedragingen dan handelt zij
naar bevind van zaken. Dit kan zijn dat de feiten evident zijn en de ernst van de
situatie aanleiding geven tot rechtspositioneel handelen, namelijk het aanzeggen van
ontslag op staande voet of overplaatsing gedurende onderzoek wanneer feiten nog niet
helder zijn. Ernstige incidenten in een inrichting worden door middel van een «melding
bijzonder voorval» gemeld aan de dienstleiding van de DJI. In een «melding bijzonder
voorval» wordt het incident in een categorie ingedeeld, bijvoorbeeld «geweldsincidenten»,
of, zoals in dit geval toepasselijk: «(Mogelijk) strafbare of anderszins laakbare
feiten van een personeelslid(leden) jegens justitiabele(n) waaronder seksueel misbruik,
seksuele intimidatie of ongeoorloofde relaties.»
Van incidenten van zekere ernst worden piketmeldingen opgesteld. Hiervan wordt maandelijks
een overzicht gepubliceerd op de website van de DJI.2 Daarnaast hebben de JJI’s een meldplicht op basis van het meldkader Jeugd.3
Vraag 9
Is er voor u reden om onderzoek te doen naar het (seksueel) grensoverschrijdend gedrag
van personeel van jeugdinrichtingen richting de jongeren?
Antwoord 9
Zoals beschreven staat in het antwoord op vraag 8 wordt bij vermoedens van dergelijke
misstanden altijd onderzoek gedaan en actie ondernomen. Alle misstanden die bekend
zijn, zijn onderzocht.
Vraag 10
Hoe gaat u zorgen voor meer transparantie vanuit Justitie en de jeugdinrichtingen
richting de ouders of andere familieleden?
Antwoord 10
Het betrekken van ouders/het gezinssysteem is reeds een belangrijk onderdeel van het
verblijf in de JJI’s. De mentor speelt in het oudercontact een belangrijke rol om
bijvoorbeeld betrokken te worden bij activiteiten en zij worden zo veel als mogelijk
betrokken bij de perspectiefplanbesprekingen. Wanneer er sprake is van meerderjarige
jeugdigen wordt aan hen altijd toestemming gevraagd om de ouders/verzorgers te betrekken
en te informeren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.